door Erik Seghers
Een mooie zomertocht, al voelde die zeventien graden een stuk minder warm aan dan gehoopt. De zomerse outfit werd dan ook aangepast en ontblote armen verdwenen al snel onder zwarte mouwen. Je wordt tegenwoordig al voor minder gediskwalificeerd, hé Michèle.
Veertien Snelvoeters tekenden vandaag present, en dat zonder het jonge geweld aan de kop van het peloton. Die hadden zich ergens verstopt in hun tenten, terwijl wij de onze straks zouden opzetten aan het meer. Het rustige begin was echter van korte duur, want er lagen al snel kapers op de kust. Lange Marc en Hans de Mekanieker roken hun kans en wilden duidelijk niet onderdoen voor de afwezige jeugd. Via de Brusselse Ring kozen we voor de aanval. Alleen onze vlucht in Zaventem hebben we gemist. Dan maar verder met de fiets.
Plots kwamen we terecht in een totaal andere wereld. Geen druk verkeer meer onder ons, maar uitgestrekte vergezichten. Zelfs op de fiets beland je hier meteen in een droomwereld. Waarom zou je dan nog het vliegtuig nemen?
Ook de Noorse Viking nestelde zich aan de kop van het peloton. Waarschijnlijk dacht hij: “Kramp doet geen pijn, maar spek bakken in je blote wel.” De registers gingen nog wat verder open. Ja, meneer Peytier zag het allemaal van dichtbij gebeuren. De eerste hoogtemeters verdwenen dan ook in sneltempo achter ons.
Voor Marc V het goed en wel besefte, zag hij het meer van Genval al voor zich opduiken. Volgens hem waren we er, terwijl we amper een uur onderweg waren. Althans, in zijn eigen ijle werkelijkheid. Intussen zaten we al twee uur vastgekluisterd op onze carbonnen zadels.
Halfweg zwaaiden we nog even naar Miss Kang, waarna de steile klim volgde en de terugweg werd ingezet. Niet veel later lieten we het Afrikamuseum links liggen. Michèle merkte op dat ze het ooit tijdens haar schooltijd bezocht had, ondertussen toch ook alweer meer dan tien jaar geleden.
Door het Zoniënwoud ging het vervolgens licht bergop richting het rondpunt van Tervuren. Daar spoot een hele verzameling dieren vrolijk water in het rond. Sommige van onze Snelvoeters zouden tussen dat gezelschap zeker niet misstaan. Of ze het echter, het spuiten, zo lang zouden volhouden, daar heb ik toch mijn twijfels over.
In Vossem, beneden aan de kerk, hielden we halt. Hier golden blijkbaar nog altijd inkoopprijzen voor de drankjes: één euro voor zowat alles. Je zou haast denken dat Remco op het einde van de maand zelf de lonen komt uitbetalen. 😄

Na het afrekenen van de rekening, goed voor 33,50 euro en een royale fooi van een halve euro, zetten we onze tocht verder richting de verkeerstoren van Brussels Airport. Skeyes is the limit, moeten ze daar gedacht hebben. Het tempo bleef ondertussen verrassend hoog liggen.
Hans T., Hans V. en Ivan wisselden elkaar aan de kop van het peloton voortdurend af. Ook enkele andere enkelingen probeerden zich in de kijker te rijden. Was het transferseizoen nog niet afgelopen?
Terwijl de jeugd zich waarschijnlijk nog eens omdraaide in hun tent, trapten de anciens onverstoorbaar verder. Geen luchtmatras voor hen, maar wel een stevig fietszadel. En als beloning wachtte er in het clublokaal appeltaart en bier. Meer moet dat voor die generatie blijkbaar niet zijn. 🍺🥧🚴♂️