2025 Rit WK – Avalon bike rock!

Door Erik Seghers

Het zag zwart van het volk bij de aankomst in Rwanda. Bij ons zag het er eerder rood uit — van de eerste koude. Gelukkig lieten de herfstkleuren zich prachtig uitlichten door de priemende zonnestralen. Geen Rwandese toestanden in Kalfort, al zouden we die misschien wel kunnen oproepen in het supporterslokaal van Remco in Schepdaal?

Met een temperatuurverschil van 23 graden gingen we op zoek naar het WK-gevoel.

Nog geen kilometer ver, en Hans M’s gereedschapsbidon gaf er al de brui aan. Het deksel sprong eraf alsof het wilde zeggen: “Doe het zelf maar!” 

Na een twintigtal kilometer kregen we het al wat warmer. Tom’ s drinkbus voelde zich plots jong en wild, sprong uit de houder en explodeerde op het asfalt alsof ze auditie deed voor een actiefilm.

Na een dik uur rijden viel Tom letterlijk plat. Intussen hadden we Philippe al gespot aan kop — een ware herrijzenis uit zijn ‘Asse’, na zijn valse start vorige week. De Koereit lag ook op ons pad: een klim van 807 meter waar het kaf van het koren werd gescheiden, en waar sommigen hun innerlijke berggeit ontdekten… of net niet.

Drie platte banden vandaag: Tom, Dieter en Joren. Wat ze gemeen hadden? Zeker niet het parcours, want dat was allesbehalve vlak. De ene mooie helling volgde de andere op, en daarna ook weer af. Gelukkig kregen de platgevallenen hulp van het mooie, maar trage apparaat van onze Nancy Daems. Patrick zal dat na de middag even moeten ‘rechtzetten’, misschien wel enkel met die gele sokken aan. Fashion first.

Hoe verder we reden, hoe meer warmte de zon ons afgetrainde lichaam gaf. Vele kledingstukken werden uitgetrokken. De snelheid zat er goed in, waardoor we pardoes de Kigali-tent in Schepdaal voorbij reden. Enkel Tom kon in de vlucht zijn drinkbus vullen. Geen extra drank, enkel dorst en spijt.

Marc V begon tekenen van slijtage te vertonen. Gelukkig stelde zijn zoon voor om hem persoonlijk naar huis te begeleiden, op een tempo dat zelfs een slak zou doen geeuwen. Via smalle, glooiende wegen zochten we één van de laatste hellingen op in de buurt van Zellik. Daar had Eddie T een achterstand opgelopen; ziekte dwong hem boven op de berg rechtdoor te rijden, terwijl wij met z’n allen naar beneden doken.

Het moet gezegd: dit is één van de mooiste ritten op onze kalender — waarschijnlijk zelfs de mooiste. En als we dachten dat we het beste gehad hadden, dan hadden we het mis. Juist voor de eindstreep raapten we onze voorzitter nog op. Het doet deugd te zien dat hij zijn conditie aan het opbouwen is. Sterk bezig voorzitter!

Maar door de sterke beren aan kop hebben er toch enkelen zwart voor de ogen gezien. Nu gaan we zwarte plekken zoeken voor de TV. Kimihururu, of gewoonweg: hoera voor de parcoursbouwers! En een klein applausje voor de drinkbussen die het wél hebben overleefd.

2025 Rit Gijzenzele

Door Erik Seghers

Her en der fladderen ze nog wat rond, alsof ze vergeten zijn waar hun nest ligt. Maar uiteindelijk landen ze allemaal weer veilig in hun vertrouwde thuishaven: het nest van de Snelvoeters. Sommigen sleuren hun verdomde tweewieler mee op reis alsof het hun pasgeboren kind is, anderen geven de voorkeur aan alternatieve verslavingen: cultuur snuiven (letterlijk en figuurlijk), oude stenen bewonderen, alcohol proeven (ja, dat is drank met meer dan 0.0% alcohol – voor de duidelijkheid), speleologie, mosselen slurpen, pruimen plukken… het leven is een buffet.

En ik? Ik sta hier weer op de parking van Kalfort, met dat carbonnen ding tussen mijn benen alsof ik op het punt sta een Tour-etappe te winnen. Normaal had onze nieuwste aanwinst, Casper, hier vandaag zijn glorieuze debuut gemaakt. Maar neen hoor, hij moest op wandel met papa Joren – waarschijnlijk om de geur van babydoekjes en luiers op te snuiven. Opa Marc zou vandaag eigenlijk de inspanningen van die twee kleine deugnieten moeten compenseren. 

Het aantal deelnemers vandaag? Iets tussen de 18 en 20. Patrick koos halverwege voor de vlucht vooruit – niet uit angst, maar om zijn zondagse late shiftpremie op te strijken. Prioriteiten, weet je wel. Jan Sys was onderweg spoorloos verdwenen. Of was hij er nooit? Niemand weet het zeker, zelfs Jan niet. Christophe had een nachtje uitgeslapen en sloot zich op het einde aan alsof hij gewoon even naar de bakker was geweest.

Philippe had ambitieuze plannen om mee te rijden, maar nog voor de start had hij zichzelf al vakkundig uitgeschakeld door over een kapotte fles van een dronken Pukemaer te rijden. De fles overleefde het niet. Philippe ook niet, qua fietsplannen.

Maar wij? Wij waren vertrokken. Voor de rit van kinderdagverblijf Meermans – zijn geliefde parcours naar en rond Aalst. Een route zo vertrouwd dat zelfs de wind wist waar hij moest zijn: pal op de kop, in volle glorie. Onze vaste waarden schitterden door afwezigheid, maar de vervangers waren van topniveau. Patrick (de Premiejager), Nikolaas (met zijn glorieuze pornosnor uit de jaren 80), Meneer Peytier (altijd correct, zelfs als hij fout rijdt), jong talent Styn (nog fris, nog naïef), en krachtpatser Bjorn (die zijn fiets eigenlijk als halter gebruikt).

Over de kasseikopjes van Kouterslag in Gijzenzele stoven we richting onze stop in Melle. De man van Melle was niet meer – hij is nu de man van Merelbeke. Maar ook die was nergens te bespeuren. Gelukkig was er geen gebrek aan gezelligheid. Voor eenzaamheid moest je hier niet zijn. Tenzij je achteraan reed. Dan was je gewoon te traag.

Na een korte break – lees: een gevecht met een kleverige energiereep en een bidon die niet meer openging – kropen we verkleumd (en licht verkrampt) terug op de fiets voor de laatste 45 kilometer. En jawel, we hadden geluk: rugwind! De heilige graal van elke wielertoerist. De koude was plots vergeten, het geklaag en gezaag ebte weg als een slecht huwelijk na een goede advocaat. Vanaf nu ging het vooruit. Harken, stoempen, puffen. (Geen zorgen, UCI, het was puur spierkracht. Denk ik.)

Onderweg nog even appels geplukt – want waarom niet? – en dan via de Provinciale Steenweg richting ons vertrouwde nest. En wat kregen we daar onder onze wielen? Een gloednieuw fietspad, zo glad dat zelfs onze carbonnen ros begon te spinnen van geluk. Terug naar waar het allemaal begon, deze ochtend. Met een grijze start, halfopen ogen en de hoop dat de rit ons zou veranderen. Spoiler: we zijn nog steeds dezelfde zotte bende, maar met iets meer zadelpijn.

2025 Rit Gooik

Door Eddy Daems

Nu Kalfort Kermis uit zijn lijf was, vond onze kassier het nodig om daar tijdens het Moonsen-feest nog een vervolg aan te breien. Terwijl hij dus nog in zijn beddenbak vertoefde, stonden wij zo nuchter als een kalf aan de start van onze rit naar Gooik. Den Dave en den Hans, die hun familienaam delen met onze kassier stonden – den ene al met kleiner oogskes als den andere – wel aan de aftrap van onze zondagse uitstap.

De Jos S, die wat ziekjes oogde, en de rit vooraf tweemaal had verkend (ons diepste respect), nam gewoontegetrouw de kop, zij het ditmaal niet met zijn tweewieler maar met zijn naar CO2 ruikend wagentje. Met zijn kentekenplaat ‘FBI’ kregen we onverwacht overal voorrang, zodat de rit vlotter verliep dan gewoonlijk.

Alhoewel, toen de groep na een tiental kilometer onverwacht halt hield, begon Marc V zowaar met de opvoering van een vooraf ingestudeerd striptease-nummer, die maar weinig indruk kon maken op de aanwezige Snelvoeters. ‘Mijn broek zakt altijd af!’, lachte hij, terwijl hij zijn bretellen over de schouders trok. De ‘Dag van de Landbouw’ wordt ten huize Verheyden altijd gevierd met het ‘nemen’ van de boerin. Een vergetelheid als deze is hem dus vergeven!
Na de rit volgden nog meer ontboezemingen in de persoon van Eddy T, die zonder verpinken aan de ganse groep meedeelde dat ‘Hét al zes weken geleden was’. ‘Te veel informatie!’, oordeelden zijn collega-Snelvoeters.

Als het eerste deel van de rit nog niet lastig genoeg was, hadden protesterende boeren nog postgevat op een smal wegeltje, zodat er voor ons geen doorkomen aan was. De Jos moest onverrichterzake terugkeren en wij ploeterden door de modder met onze (tot dan) hagelwitte fietsschoenen.

Zo moeizaam het eerste deel van de rit verliep, zo gezwind ging het daarna.
Na de stop in Lennik ‘Bij Schaekels’, zette Jos zijn voiture in derde en zelfde in vierde vitesse, zodat wij alle moeite hadden hem bij te houden. Het gros verteerde deze tempoversnellingen echter opvallend vlot en klokslag 12 uur kwamen wij aan bij ons lokaal, waar het zoeken was naar een vrij parkeerplaatsje voor onze fietsen aan het huis van ‘de pillendraaier’.
Op het terras van ’t Coolhem moesten we onze zitplaatsen delen met die van Willaert-Van Boom en werd de opmerking gedeeld: ‘Zelden een rit gereden met zoveel mooie asfaltwegen.’
Marc V was in Breendonk de groep reeds verlaten. Wellicht moest die jongen thuis opnieuw zijn bretellen laten zakken.

In de strijd om de meeste km aan kop tussen de families Brys, Tierens en Daems, heeft eerstgenoemde familie met ruime voorsprong de leiding genomen. De twee andere families nemen dan weer het voortouw wat de gedronken 33’ers betreft. Benieuwd hoe dit de resterende ritten uitdraait!

En dat al die chauffeurs, (Ja, gij ook Jos!) volgende week maar eens een voorbeeld nemen aan ons, want voor ons zijn alle zondag Autoloze Zondagen!

O ja, vergeten te vermelden: In ’t Coolhem was ’t ene mé hesp of ene mé keis, maar ditmaal enkel voor Hans VH… De overige 16 Snelvoeters allemaal met groten honger naar huis!

2025 Rit Waaiertocht

door Erik Heyvaert

Laten we dit verslag beginnen ten huize Heyvaert – Roex. Rijden we of rijden we niet? Nat worden of niet nat worden? Normaal gezien heb ik geen schrik van een beetje regen, maar regen in combinatie met een snelle waaiertocht deed me toch wat twijfelen. Gelukkig stuurde lange Marc in de Whatsapp dat we de goeie kant uitgingen. Ten oosten van Kalfort regende het, ten westen was het droog. Michéle zei, ” we worden nat”. 16 rijders waren present. 14 snelvoeters, oudgediende Willy VD en de zoon van de Willy M zijn nicht. Als de Willy M aan dit tempo zijn familieleden blijft introduceren kunnen we binnenkort onze clubnaam veranderen naar ” De Meersmannen”. Willy VD was gekleed in onze oude snelvoeters tenue, kwestie van zich te onderscheiden van het plebs. 

We vertrokken via Eikevliet en Wintam richting Temse. Het bestuur had, op aangeven van piloot lange Marc, beslist om pas om 8Hr30 te vertrekken. Het cafè op de tussenstop gaat pas om 10Hr open en moesten we om 8Hr vertrokken zijn, zoals voorzien op de kalender, waren we veel te vroeg daar.  Jan S had deze communicatie blijkbaar gemist en stond om 08Hr stipt present. ” Help, waar is iedereen” moet door zijn gedachten gegaan zijn, en deed hem angstig een whatsapp bericht sturen, ” waar hebben we afgesproken?”.  Stijn VH was niet naar de start gereden aangezien we voor zijn deur passeerden. Dit leverde ongetwijfeld wat extra minuten nachtrust op. Sommigen opperen om volgend seizoen het vertrekuur in de zomer naar 8Hr te brengen ipv 7Hr30, kwestie om collectief aan nachtrust te winnen. 

De rit ging snel maar er werd gelukkig rekening gehouden met het natte wegdek. Nochtans zorgde dit natte wegdek ervoor dat ondergetekende in Verrebroek een slippertje maakte en daardoor bijna zijn eigen vrouw onderuit maaide. Een slippertje met uw eigen madam is normaal gezien gewoon liefde. Na wat gebrom, dat ze dat gat moest dichtrijden, kon er al terug een liefdevolle glimlach vanaf. Het was niet de enige keer dat ze een gat moest zien dicht te rijden. Op een gegeven moment zorgde een position switch met tempoverandering aan de kop van het peloton ervoor dat de verhoudingen binnen het peloton volledig in de war gebracht werden. Michèle lag er weeral af. Als plichtsbewuste echtgenoot stormde ik naar de kop van het peloton om onze prijsbeesten Jelle VH  en Stijn VH even in te tomen. Die Jeunesse beseffen niet hoe goed ze zijn en daardoor de rest van het peloton fameus zeer kunnen doen. Met een duwtje aan de poep, alhoewel Michèle de 50 reeds gepasseerd is, is deze nog steeds strak, zijn er steeds gegadigden om haar dat duwtje te geven. 

10Hr07. Het cafè “Het verdonken land” in Emmadorp was open. De kortsnuit hond des huizes verwelkomde ons met een hels lawaai. Hij was aan het spelen met zijn drinkbakje. Marc VH dacht direct dat ze met zijne velo aan de haal waren. Tweemaal drinken aan €5 lukt in Nederland niet meer. Misschien moeten we eens meer via de Congo passeren om dit verlies te compenseren. 

De polders zijn geliefd bij wielertoeristen. Het was zelfs zo er dat we kilometerslang moesten blokrijden achter een ander peloton dat aan een gezapige snelheid van 26 Km/hr het verkeer en onszelf dwongen om achter hen te blijven. Marc B zag ons gemiddelde van 35,8 Km/hr genadeloos zakken. Dit maken we nooit meer goed. Eens we deze slakken konden passeren moesten we iets verder via familie aardbei. Ma, pa en dochter fraise, dit stond toch op hun wielertruitje, werden door ons peloton voorbijgereden. Vooral richting dochter aardbei werden er wel wat bewonderende blikken en opmerkingen gegeven. Ze zat goed in het vel en was voorzien van oren en poten. Björn M stond ons iets na dit inhaalmanoeuvre op te wachten en filmde onze rit.

Hier zie je dat pa en dochter aardbei ons peloton volgde. Van ma aardbei was er geen spoor meer. Op een gegeven moment dacht pa aardbei ons peloton even uit te dagen. Hij kwam zich nestelen vooraan ons peloton, maar werd er door mezelf terug uitgebonjourd. Aangezien hij niet opgezet was door mijn manoeuvre ging hij op een viaduct in de sprint om toch maar te laten zien hoe goed hij wel was. Björn M was dit haantjesgedrag moe en zette pa aardbei even op zijn plaats met een geweldige demarrage. Weg was familie aardbei. 

Björn zette zich op kop van ons peloton en zorgde ervoor dat de verloren tijd tijdens het blokrijden toch enigszins kon worden gecompenseerd. Tot Willy M plat viel. Stijn VH stond met de late vandaag en moest op tijd thuis zijn. Hij en Christophe W zijn doorgereden. Niet veel later reed ook Michèle R plat. Weeral stond Hans VH paraat als club mekanieker. De band werd in snel tempo vervangen. Michèle wou echter maar 4 bar druk in haar band met als gevolg dat de buitenband zich niet gegrepen had achter de clips van de velg. Hierdoor had ze het gevoel dat ze constant op kasseien reed. Terug gestopt en de band opgepompt tot 7,5 bar. Nu had de buitenband zich gezet en konden we vlot onze volgweg verder zetten richting clublokaal. Daar aangekomen lag het gemiddelde op 34,7Km/hr. Niet slecht.   

Kalfort kermis was nog steeds aan de gang en ’t Coolhem was de startplaats van een toertocht met brommerkes. De stank van 2takt konden we nog verdragen maar dat er geen 33-ers verkrijgbaar waren zorgde voor teleurgestelde blikken op menig hoofd. Tijdens Kalfort kermis werden er geen 33-ers geschonken. Men kreeg wel een 25 ’tichske voor de prijs van nen 33-er. Gelukkig werd er Duvel geschonken. Dus ik content.

En voor zij die het nog niet moesten weten; ten huize Erik Heyvaert wordt er om stipt 18Hr gegeten.