Door Erik Seghers
Het zag zwart van het volk bij de aankomst in Rwanda. Bij ons zag het er eerder rood uit — van de eerste koude. Gelukkig lieten de herfstkleuren zich prachtig uitlichten door de priemende zonnestralen. Geen Rwandese toestanden in Kalfort, al zouden we die misschien wel kunnen oproepen in het supporterslokaal van Remco in Schepdaal?
Met een temperatuurverschil van 23 graden gingen we op zoek naar het WK-gevoel.
Nog geen kilometer ver, en Hans M’s gereedschapsbidon gaf er al de brui aan. Het deksel sprong eraf alsof het wilde zeggen: “Doe het zelf maar!”
Na een twintigtal kilometer kregen we het al wat warmer. Tom’ s drinkbus voelde zich plots jong en wild, sprong uit de houder en explodeerde op het asfalt alsof ze auditie deed voor een actiefilm.
Na een dik uur rijden viel Tom letterlijk plat. Intussen hadden we Philippe al gespot aan kop — een ware herrijzenis uit zijn ‘Asse’, na zijn valse start vorige week. De Koereit lag ook op ons pad: een klim van 807 meter waar het kaf van het koren werd gescheiden, en waar sommigen hun innerlijke berggeit ontdekten… of net niet.
Drie platte banden vandaag: Tom, Dieter en Joren. Wat ze gemeen hadden? Zeker niet het parcours, want dat was allesbehalve vlak. De ene mooie helling volgde de andere op, en daarna ook weer af. Gelukkig kregen de platgevallenen hulp van het mooie, maar trage apparaat van onze Nancy Daems. Patrick zal dat na de middag even moeten ‘rechtzetten’, misschien wel enkel met die gele sokken aan. Fashion first.
Hoe verder we reden, hoe meer warmte de zon ons afgetrainde lichaam gaf. Vele kledingstukken werden uitgetrokken. De snelheid zat er goed in, waardoor we pardoes de Kigali-tent in Schepdaal voorbij reden. Enkel Tom kon in de vlucht zijn drinkbus vullen. Geen extra drank, enkel dorst en spijt.
Marc V begon tekenen van slijtage te vertonen. Gelukkig stelde zijn zoon voor om hem persoonlijk naar huis te begeleiden, op een tempo dat zelfs een slak zou doen geeuwen. Via smalle, glooiende wegen zochten we één van de laatste hellingen op in de buurt van Zellik. Daar had Eddie T een achterstand opgelopen; ziekte dwong hem boven op de berg rechtdoor te rijden, terwijl wij met z’n allen naar beneden doken.
Het moet gezegd: dit is één van de mooiste ritten op onze kalender — waarschijnlijk zelfs de mooiste. En als we dachten dat we het beste gehad hadden, dan hadden we het mis. Juist voor de eindstreep raapten we onze voorzitter nog op. Het doet deugd te zien dat hij zijn conditie aan het opbouwen is. Sterk bezig voorzitter!
Maar door de sterke beren aan kop hebben er toch enkelen zwart voor de ogen gezien. Nu gaan we zwarte plekken zoeken voor de TV. Kimihururu, of gewoonweg: hoera voor de parcoursbouwers! En een klein applausje voor de drinkbussen die het wél hebben overleefd.






