2026 Rit Kester

Kester, een gemeente die deel uitmaakt van de grote fusiegemeente Pajottegem, dankt zijn naam aan de benaming voor een Romeins legerkamp “Castrum”. Kester is bij ons vooral bekend om zijn vier enorme bollen. Bollen zo groot als die van Lotte’s hoeve-ijs te Liezele. Die bollen verbergen radars van een NAVO communicatiecentrum die alle radioverkeer in Europa en omstreken monitoren, lees afluisteren. Onder den berg ligt nog een volledig bunkercomplex uit de koude oorlog, vergelijkbaar met die van de Kemmelberg van waaruit destijds alle luchtverkeer boven ons land gemonitord werd. Beide complexen zijn nog steeds militair domein, maar niet meer in gebruik. Ooit probeerden passerende wielertoeristen selfies te nemen van deze bollen. Nietwaar Willy M? Als gevolg lokte dit direct de aandacht van beveiligingsmensen die hen snel ter plekke op de vingers kwamen tikken.

Genoeg weetjes, over naar de rit. We waren met 23 snelvoeters voor wat bekendstaat als onze eerste klimrit van het seizoen. Om het met de woorden van Tom V te zeggen, “Kester liegt niet”. Deze rit is voor menig Snelvoeter een eerste test hoe het met de klimcapaciteiten gesteld is. Sommigen hadden af en toe een duwtje nodig om de aansluiting met de groep niet te verliezen. Onze voorzitter verteerde de klimmetjes probleemloos, hij reed dan ook op een elektrieken ros. Ja ja, na de introductie van de di2 en de schijfremmen is de eerste fiets met trapondersteuning in ons peloton een feit. Je kan voor of tegen fietsen met trapondersteuning zijn, feit is dat iedereen het onze voorzitter gunt om na zijn zware ziekte op deze manier weer deel te kunnen uitmaken van onze groep. Lange Marc verwoordde het als volgt: “Snelvoeters passen zich niet aan aan leden, het zijn de leden die zich moeten aanpassen aan de snelvoeters. Dat Chris dit wegens zijn gezondheid met trapondersteuning doet wordt geaccepteerd, zolang dit gebruikt wordt om de groep te kunnen volgen.” Bij deze is dit discussiepunt afgesloten. Wie weet is Chris gewoon een trendsetter en rijden we binnen afzienbare tijd allemaal elektrisch. Want blijkbaar heeft die fiets toch al wat nieuwsgierigheid opgewekt.

Jelle en Jos namen zoals gewoonlijk de start voor hun rekening. Zoals elke keer verloopt de start in een uitgerekt peloton. Zeker wanneer zoals vandaag het peloton nog eens in stukken breekt wegens druk verkeer aan de kerk. Veiligheid primeert. Misschien moet eens nagedacht worden om aan de kerk of parking Okay te vertrekken?

Jelle gaf zijn koppositie vrij snel op. Zat de training voor de marathon in zijn benen? Hans M, onze kersvers gepensioneerde, kwam na enige aarzeling dan maar naast de Jos rijden. De Koereit was de eerste klim, die naam waardig, waar de posities binnen het peloton bepaald werden. Hier nam de jeugd het over en loodsten Robbe en Senne ons verder over het glooiende en bochtige parcours. Zij die nog niet met hun tong tussen hun kader hingen hebben waarschijnlijk genoten van de mooie omgeving en weidse vergezichten. Nadat we de bollen gepasseerd waren reden we verder richting de stop. Deze keer was deze voorzien in het fietscafe RUSTinneke te Pepingen waar we zowaar op het terras van ’t zonneke konden genieten. Björn M moest op tijd thuis zijn dus liet hij de eigenaar al direct de tweede ronde opnemen. Björn hield op de terugrit het tempo strak aan zodat zijn planning niet in het gedrang zou komen. Prostaatproblemen gooiden deze strakke planning bijna overhoop. Tot twee maal toe zijn we gestopt om water af te laten. En voor Tom V volstonden deze stops nog niet. Hij stond ineens te plassen toen we na een klim even stilstonden om iedereen te laten aansluiten. 

Aangekomen in ons clublokaal werden we getrakteerd op hamburgers. Den eerste ronde was van Hans M, die hierdoor al direct zijn pensioen de mist zag ingaan. Er werd opvallend veel Duvel besteld. Hans drinkt zijnen Duvel het liefst gedraaid. Misschien was zijn oriëntatievermogen hierdoor ook wat gedraaid, want op Strava zijn we volgens hem naar Kerksken gereden.

Volgende week rijden we naar Axel, dat ligt naast Lotte Kopecky, he Hans, en is de stop voorzien bij den Benny wegens sluiting van het clublokaal. Jurgen en Cindy hebben zoals iedereen ook eens nood aan een beetje rust.

Tot volgende week!

2026 Rit Oordegem

door Erik Seghers

Beste Snelvoeters,

… en het werd stil aan de andere kant van WhatsApp.
Heel even vonden sommigen het nog spannend, maar tevergeefs: er kwam niets. Waarschijnlijk was den Heyvaert aan een episch relaas beginnen denken, maar volgens betrouwbare bronnen had het Duveltje het intussen van hem overgenomen.

Vier uur eerder.

Op de parking leek het wel feest. Althans, zo voelde het in mijn hoofd. Na twee weekends verplichte rust stond ik opnieuw tussen goed gezelschap, en dat alleen al was reden tot vieren. Op het menu: een rit van 110 kilometer met een hoogteverschil ergens tussen 200 en 450 meter — afhankelijk van wie het vertelde.

Onder een stralende zon en met een frisse bries op ons wezen trapten we ons op gang. Zevenentwintig man (en vrouw), welgeteld. Geen enkele vreemde bijt vandaag, of toch misschien eentje? Ook geen jong geweld aan de start, dus het kopwerk zou van de oudere garde moeten komen. Het werd dan ook wat aftasten: wie voelt zich geroepen? En vooral: is er eigenlijk wel wind waar we tegen kunnen vechten?

Nog geen dik uur later barstte het feest in mijn hoofd opnieuw los. Voor mij werd er plots met een drinkbus gegooid, en iets later ook geroepen. Geen slingers of confetti, maar wel twee platte banden. Misschien werd dat feest bewaard voor Aalst?

Met Lede ogen (sorry) zagen we Michèle uit een put op het parcours kruipen. Met een tiental Snelvoeters merkten we in de verte dat de rest van het peloton rond iemand stond te… huppelen? Ja ja, het was feest, want geen 48 Duvels maar wel drie latexbanden werden plechtig uit de verpakking gehaald. Ter ere van de verjaardag van ons vrouwelijk lid Michèle. Twee keer vijf werd ze — sowieso al een topgeboortejaar.  Na een veertigtal minuten zette de groep zich opnieuw in beweging, richting onze kant. De wildste verhalen deden intussen de ronde over wat daar allemaal gebeurd zou zijn.

We trokken verder over mooie baantjes, met veel remmen en optrekken in de eindeloze bochten. Dankzij Hans VH had ik intussen een belangrijke levensles geleerd: eerst terugschakelen, dan draaien. En kijk, het werkte. De gaten werden kleiner, de krachten gespaard. Hans verdient promotie: van mecanicien naar sportdirecteur.

Rond kilometer zeventig hielden we halt in “De Beek”. Niet in een drassige gracht, maar in een goedgevuld café in Erpe-Mere. Jos Scheers had touch, net als onze voorzitter — al moest die eerst nog een band vervangen. Het was bijna middag toen de helft met de fiets het café binnenreed. Hoog tijd om te vertrekken.

Het bollen duurde echter niet lang, want niet veel later stonden we alweer aan de kant. Dit keer in Aalst. Feest? Helaas. Enkel Chris had het vlaggen, en Hans en Marc.  Met frisse moed vertrokken we opnieuw, vol tegenwind. Maar in de buurt van Merchtem stonden we collectief stil voor een rood licht. De lus in de baan had duidelijk niet door hoe afgetraind we waren: onvoldoende gewicht op de sensor. Dus dan maar vals spelen en via het fietspad linksaf.

Dat viel niet in goede aarde bij een bijzonder gefrustreerde automobilist. Hij scheurde ons voorbij alsof zijn leven er van afhing. Het dak van zijn Mini Cooper vloog er haast af, en hij kon zich op enkele centimeters van onze kopmannen invoegen. Anders zat hij frontaal op de tegenligger. Maar daar was het: rood, op alle vlakken. Alleen jammer dat we zijn opgestoken middelvinger niet konden grijpen.

Dankzij onze voorzitter en onze Spanjaard konden we toch nog een deel van de verloren tijd goedmaken.

Wat was het opnieuw een prachtige rit: 320 hoogtemeters puur plezier. De waarheid lag dus ergens in het midden.  Dank je wel, Willy en Chris, om zo’n mooie tocht uit jullie hoofd te toveren. Door het late aankomstuur vertrok de helft huiswaarts, maar de anderen kregen alsnog dat feest uit mijn hoofd.

Lang leve Michèle, en lang leve de boterhammen van het Coolhem.

Nu weer opladen voor volgende zondag — het zal nodig zijn, want voor het eerst wordt het écht klimmen. Kester… de ketters komen eraan.

2026 Rit Balenberg

door Erik Heyvaert

Wauw, Wout Van Aert heeft Parijs-Roubaix gewonnen. Vingernagels en zelfs teennagels werden afgebeten bij de bloedstollende finale naar de velodrome van Roubaix. De supporters van MVDP, die speciaal naar Frans Vlaanderen afgereisd waren, zitten nu waarschijnlijk in zak en as. 

Balenberg vandaag. We waren met dubbel zoveel snelvoeters dan vorige week aan de start; Jos S was er niet dus vertrok Jelle met papa Marc om iets na half negen op kop. Marc V wilde indruk maken op zijn Lutteke, want eens de wandelende vrouwlief gepasseerd liet hij zich gezwind afzakken. Robbe nam naast Jelle de koppositie in en behield deze tot op de Balenberg. Het moet gezegd worden dat Jelle als kopman heel verantwoord gereden heeft. Elke situatie werd deskundig ingeschat en er werd dusdanig geanticipeerd.  

Op de Balenberg was er geen stop voorzien. Stopplaatsen vinden wordt steeds moeilijker. Dan maar even halt houden zodat er snel iets kon gegeten worden. Enkelen maakte van deze stop gebruik om zich even aan het cyclocrossparcours op de Balenberg te wagen. Na dit kort oponthoud zette Jelle de rit verder, nu geflankeerd door Joren. Op een lange rechte steenweg richting Rotselaar werd er stevig tempo gemaakt. Toen deze baan eindelijk ten einde kwam deed Jelle teken dat Joren dood zat. Hij gaf hem het bemoedigende advies om effe iets te eten. Tijd voor Robbe om nog eens over te nemen. Iets daarna kreeg ondergetekende in het snot dat zijn zadel gezakt was. Als Pogacar kan rijden op een neutrale blauwe Shimanofiets, waarom zou ik dan niet met een kinderfietske verder kunnen? Op den duur begon dit zich toch te wreken. De onderrug en knieën begonnen pijn te doen. Bij Pogacar was de volgwagen er snel bij om hem terug van zijn eigen fiets te voorzien, bij mij zat er niets anders op dan in Londerzeel af te slaan om mijn fiets terug deftig af te stellen. De laatste lus via Malderen heb ik dus niet meer meegemaakt, maar de Maldersesteenweg staat bekend als een baan waar de gas nog eens opengetrokken wordt.

 In ’t Coolhem was het terrasjesweer, dan smaakt die frisse pint toch altijd net iets beter. Volgende week rijden we naar Oordegem. Hopelijk zijn jullie massaal aanwezig. Kleine hint: Michèle wordt 55. Laat het bier maar vloeien.  

2026 Rit Hulst

door Erik Heyvaert

De heilige week van het wielrennen met vandaag Vlaanderens mooiste en volgend weekend de kasseien van Frans Vlaanderen. Tussen al deze klassiekers door reden de snelvoeters vandaag naar Hulst. Vlak, maar we kregen toch ook enkele kasseistroken voorgeschoteld. 

De weersverwachtingen waren niet goed, regen om half acht en een felle westenwind. Dit is het recept om menig snelvoeter thuis te houden. We waren dan ook maar met tien aan de start. De paasvakantie zal deze lage opkomst wellicht ook parten gespeeld hebben. Zelfs de piloot van deze rit vertoefde in het zonnige Spanje. Verder lag er nog ergens ene te dobberen op zijn surfplank, de Moons kliek zat in Holland en die van ons zag het niet zitten om te polderen in die felle wind en verkoos om met den OAB naar de start van de ronde te gaan kijken. Verdacht veel snelvoeters bij dat OAB gezelschap. Lange Marc had al direct een agendapunt voor de volgende ledenvergadering. ” Snelvoeters die op clubritten ergens anders gaan rijden, en hun rit op strava zetten, daarvan worden de gereden kilometers in mindering gebracht in het clubklassement”. ” Sodalitas ante omnia venit”, zou Bart De Wever zeggen. “De club komt voor alles.”

De start met tien en Leon die ons kwam aanmoedigen. De wind zat voornamelijk in de flank maar dat weerhield snelle Jelle er niet van om het tempo strak hoog te houden. Jelle heeft vandaag 99,9% van de rit op kop gereden. Sterk. Meermaals heeft vader Marc naar zoonlief geroepen dat het wel iets rustiger mocht, waarop zoonlief direct het tempo aanpaste … voor enkele tientallen meters. Wegens de felle wind werd er unaniem beslist om niet te stoppen in Hulst.

Op de terugweg zat de wind rechts op kop, waaiers werden gevormd. Maar waaieren met tien, moeilijk om u te verstoppen. Meneer doktoor reed dan ook nog eens mee met een lumbago, en bij een plaspauze besliste hij om rustig door te rijden. Moest hij stoppen, dan geraakte hij waarschijnlijk niet meer in gang. Waarschijnlijk zou hij zijn patiënten in zo’n geval afraden om extreme inspanningen te leveren, maar clubliefde kent bij Jan geen grenzen. Even was er een “wow” momentje wanneer ons peletonnetje naar links moest afdraaien maar Jos S besloot om rechtdoor te rijden. Het scheelde niet veel of we staken allemaal tegen den tarmac. Ivan had bij een verkeerd maneuver zijn Di2 in crashmodus gebracht en mocht de rit verder zetten in zijnen 11 achteraan.

Op het fietspad naast de N16 reed de Robbe nog lek. Onze club mekanieker Hans VH was niet present dus nam gelegenheids mekanieker Marc VH de herstelling op zich. Lange Marc heeft gechronometreerd en bij Hans gaat het toch beduidend sneller. Geen slechte poging Marc, misschien moet je uw naamgenoot eens uitdagen om de volgende herstelling op zich te nemen. Ik zie u daar al staan gniffelen met uw chrono in de hand. 

In ’t Coolhem hadden Jurgen en Cindy boterhammen en eitjes voorzien voor een leger. Met zes hebben we ons een indigestie gefret. Moest de Willy erbij geweest zijn was alles misschien opgeraakt, maar moe en voldaan reden we allemaal naar huis om in de luie zetel naar Vlaanderens mooiste te kijken. Daar zagen we Pogacar winnen, net zoals de Jelle met ons speelt en ons in de vernieling rijdt. Marc, je hebt je zoon slecht opgevoed. Zou hij de genen van Lutteke hebben??