2026 Rit Sas van Gent

Door Erik Heyvaert

We stonden met 21 man aan de start. 20 snelvoeters en oud lid ” den Bruyne”. Door afwezigheid van Jos S verliep de start nogal chaotisch en reed onze ouderdomsdeken Willy M zowaar op kop. Na een tiental kilometers kwamen Hans T en Hans VH de koppositie overnemen. Was de snelheid te laag of was het puur uit compassie voor de Willy? De Willy had zichzelf opgeofferd om het peloton aan te trekken, wetende dat hij maar een stuk van de  rit zou meerijden. De processie in Kalfort was belangrijker dan de clubrit. Kalfort kermis betekent ook de afwezigheid van de Guido M. Dit wordt weeral een aanslag op zijne lever. Ook afwezig was Marc VH, en dat hebben we gevoeld omdat zoonlief er de pees opgelegd heeft. Constant aan 40 km/hr en optrekken na elke bocht, dat zelfs lange Marc het even moeilijk had. Lange Marc moet zijn zoon even ook opvoeden, want die deed gewillig mee met snelle Jelle. 

In Oostakker konden we eindelijk even bekomen want de ferry over de Schelde was juist voor onze neus vertrokken. Die pispauze heeft ons genekt. Een pispauze zonder rekening te houden met de madam. Gelukkig stonden we iets verder voor een gesloten overweg, waar Michèle R ineens achter een elektriciteitscabine dook en haar broek aftrok. Godzijdank geen kortsluiting veroorzaakt.  Na een tiental minuten was het onze beurt om de rivier over te steken. Dan reden we door Ertvelde, het dorp waar Michèle R opgegroeid is. We passeerden haar lagere school, de kerk waar haar moeder begraven is en het huis van de beste vriendin van haar jongere zus. Snelle Jelle reageerde hierop dat, als we nog eens in Breendonk passeren, hij zijn Klavertje vier school ook eens zal vermelden.

In Overslag was de stop voorzien.Juist op de grens met Holland. We waren ervoor Holland al binnengereden via het Sas van Gent, en dat hebben we gemerkt aan de fietspaden. De cafébaas van D’n Overslagh had ons getrakteerd op partysnacks, omdat we nu al vier jaar op rij zijn zaak bezoeken. Partysnacks en fietsen zijn geen goede combinatie. Sommigen hebben de bitterballen twee keer gegeten.

De terugrit ging snel, soms,veel te snel. Voor mij toch en Jeroen K had het ook lastig. Aan ons zag je het, maar waarschijnlijk reden er enkelen ook op hun tandvlees zonder te willen toegeven dat het hard ging. Toen Hans M vooraan plat viel, gaf Patje D aan dat hij alleen verder reed. Patje moest namelijk nog gaan werken bij den BASF. 

De stop was bij den Benny. Ons clublokaal was onbereikbaar wegens de processie waar de Willy M het beste van zichzelf gaf. Volgende week Scherpenheuvel. Een kaarsje branden op een veilig seizoen. De rit is verkend maar de aanwezigheid van de piloot is niet gegarandeerd. Zij gaat zaterdag met den OAB de Wolf Land Gravel Ride met een afstand van 200km rijden. Het zal ervan afhangen hoeveel pijn de OAB’ers haar gedaan hebben. Nu Michèle kennende gaat ze geen enkele uitdaging uit de weg, competitief als ze is. Dus als jullie haar nu allemaal beginnen uitdagen kan ze niet anders dan de handschoen opnemen.

2026 Rit Rebecq

Door Erik Seghers

100 kilometer. Daar komen wij op zondag ons bed niet meer voor uit.

Als ze ons dat op een vrijdag voorschotelen, dan willen we daar misschien nog wel eens een nachtje voor doorhalen. Al lopend welteverstaan. Om dan als een halve dode over de streep te strompelen, toch diegene die twaalf uur later diezelfde streep oversteken.

Maar vandaag geen lijken op de fiets. Robbe en Senne waren misschien nog aan het nagenieten van een welverdiende massage. Al zouden we op het einde van de rit nog iemand tegenkomen met poten die duidelijk de rekening van de dag ervoor gepresenteerd kregen.

Vandaag moest het dus van anderen komen tijdens deze rit van 135 kilometer. Gelukkig lopen er nog genoeg zotten rond op deze wereld.

Het eerste uur vloog voorbij. Voor we het goed en wel beseften, passeerden we al het REV-supporterslokaal in Schepdaal. Normaal komen we daar veel later voorbij, wanneer de tank stilaan op reserve begint te draaien, maar vandaag reden we het parcours in “reverse”. Langs de andere kant.

En nee Patje, ik bedoel niet letterlijk de andere kant. Het feest zit bij mij namelijk altijd aan de voorkant.

Nog 100 kilometer te gaan. Misschien werd dit toch nog onze persoonlijke Dodentocht?

Aan het volume van het gekwetter te horen was er echter nog geen sprake van vermoeidheid. Toch niet bij onze drie vrouwelijke leden. Dat was voor de mannen het sein om er een stevig snokje aan te geven.

Mooie glooiende weggetjes en smalle baantjes schoten onder onze wielen door. Prachtige landschappen verblindden onze ogen. En het ging hard.

Nee Patje, niet dát hard. Gewoon snel.

De ene ‘elling’ na de andere diende zich aan. We zaten dan ook letterlijk in het gehucht Elingen. Plots kreeg ik zin in een frisse Hoegaarden, maar helaas zaten we in Bogaarden. Het leven kan soms onrechtvaardig zijn.

Het Franstalige gedeelte van België, met Bierghes en Enghien, wilden we snel achter ons laten. Dat lukte wonderwel, want voor we het wisten reden we Tollembeek binnen.

Daar stond hij: Urbanus. Samen met Nabuko Donosor en Amadee de Strontvlieg. Al leek die laatste verdacht veel op een bij die zich had vergist van job.

Je zou denken: stront aan de knikker. Maar nee hoor. Achter de hoek wachtte onze bevoorrading.

De Hittentitten hadden dorst. En een klein hongertje.

De rit verliep verrassend vlot en soepel, tot onze piloot Tom lachend zei:

“Nu begint het echte werk.”

Toen Eufrazie dat hoorde, pakte ze vliegensvlug haar cola, stak ze deze in haar achterzak en zette het op een lopen met haar fiets.

Na twee hellingen was het koppel echter alweer herenigd. Een klopje op de poep, een paar lieve woordjes, en alle hectiek was vergeten.

Na Vollezele leek het alsof we een zoo binnenreden. Zwartschaap, Paddenbroek en Koekoek passeerden allemaal de revue.  Het gelach klonk opnieuw door het peloton.

Of kwamen die decibels gewoon van ons nieuw lid, Zebra Thierry?

Nog één helling scheidde ons van de laatste 25 kilometer. Daarna ging het razendsnel. Er werd stevig doorgetrokken en hier en daar zelfs een klein beetje afgezien. Maar dat geven wielertoeristen natuurlijk nooit toe. Dieter gaf er op tijd de brui aan.

Voor we het beseften stonden we alweer aan ons clublokaal.

Boterhammen, eentje met keis en heps, en de nodige drankjes, mét of zonder 0, vlogen van hand tot mond. Het was duidelijk dat er meer honger was dan enkele uren voordien werd toegegeven.

Het was een prachtig parcours. In alle opzichten.

Al was het mooiste misschien nog wel Lieke Nooijen, die ons vriendelijk goeiedag zei om vervolgens weg te rijden alsof wij met de handrem erop fietsten.  Ze liet ons achter als een zak aardappelen. En eerlijk? Zelfs die zak aardappelen reed waarschijnlijk nog sneller dan wij.

2026 Rit Rebecq

Door Erik Seghers

100 kilometer. Daar komen wij op zondag ons bed niet meer voor uit.
Als ze ons dat op een vrijdag voorschotelen, dan willen we daar misschien nog wel eens een nachtje voor doorhalen. Al lopend welteverstaan. Om dan als een halve dode over de streep te strompelen, toch diegene die twaalf uur later diezelfde streep oversteken.
Maar vandaag geen lijken op de fiets. Robbe en Senne waren misschien nog aan het nagenieten van een welverdiende massage. Al zouden we op het einde van de rit nog iemand tegenkomen met poten die duidelijk de rekening van de dag ervoor gepresenteerd kregen.
Vandaag moest het dus van anderen komen tijdens deze rit van 135 kilometer. Gelukkig lopen er nog genoeg zotten rond op deze wereld.
Het eerste uur vloog voorbij. Voor we het goed en wel beseften, passeerden we al het REV-supporterslokaal in Schepdaal. Normaal komen we daar veel later voorbij, wanneer de tank stilaan op reserve begint te draaien, maar vandaag reden we het parcours in “reverse”. Langs de andere kant.
En nee Patje, ik bedoel niet letterlijk de andere kant. Het feest zit bij bij namelijk altijd aan de voorkant.
Nog 100 kilometer te gaan. Misschien werd dit toch nog onze persoonlijke Dodentocht?
Aan het volume van het gekwetter te horen was er echter nog geen sprake van vermoeidheid. Toch niet bij onze drie vrouwelijke leden. Dat was voor de mannen het sein om er een stevig snokje aan te geven.
Mooie glooiende weggetjes en smalle baantjes schoten onder onze wielen door. Prachtige landschappen verblindden onze ogen. En het ging hard.
Nee Patje, niet dát hard. Gewoon snel.
De ene ‘elling’ na de andere diende zich aan. We zaten dan ook letterlijk in het gehucht Elingen. Plots kreeg ik zin in een frisse Hoegaarden, maar helaas zaten we in Bogaarden. Het leven kan soms onrechtvaardig zijn.
Het Franstalige gedeelte van België, met Bierghes en Enghien, wilden we snel achter ons laten. Dat lukte wonderwel, want voor we het wisten reden we Tollembeek binnen.
Daar stond hij: Urbanus. Samen met Nabuko Donosor en Amadee de Strontvlieg. Al leek die laatste verdacht veel op een bij die zich had vergist van job.
Je zou denken: stront aan de knikker. Maar nee hoor. Achter de hoek wachtte onze bevoorrading.
De Hittentitten hadden dorst. En een klein hongertje.

De rit verliep verrassend vlot en soepel, tot onze piloot Tom lachend zei:
“Nu begint het echte werk.”
Toen Eufrazie dat hoorde, pakte ze vliegensvlug haar cola, stak ze deze in haar achterzak en zette het op een lopen met haar fiets.
Na twee hellingen was het koppel echter alweer herenigd. Een klopje op de poep, een paar lieve woordjes, en alle hectiek was vergeten.
Na Vollezele leek het alsof we een zoo binnenreden. Zwartschaap, Paddenbroek en Koekoek passeerden allemaal de revue. Het gelach klonk opnieuw door het peloton.
Of kwamen die decibels gewoon van ons nieuw lid, Zebra Thierry?
Nog één helling scheidde ons van de laatste 25 kilometer. Daarna ging het razendsnel. Er werd stevig doorgetrokken en hier en daar zelfs een klein beetje afgezien. Maar dat geven wielertoeristen natuurlijk nooit toe. Dieter gaf er op tijd de brui aan.
Voor we het beseften stonden we alweer aan ons clublokaal.
Boterhammen, eentje met keis en heps, en de nodige drankjes, mét of zonder 0, vlogen van hand tot mond. Het was duidelijk dat er meer honger was dan enkele uren voordien werd toegegeven.
Het was een prachtig parcours. In alle opzichten.
Al was het mooiste misschien nog wel Lieke Nooijen, die ons vriendelijk goeiedag zei om vervolgens weg te rijden alsof wij met de handrem erop fietsten. Ze liet ons achter als een zak aardappelen. En eerlijk? Zelfs die zak aardappelen reed waarschijnlijk nog sneller dan wij.

2026 Rit Peulis

door Erik Heyvaert

Peulis, oftewel het meer van Keerbergen… of is het omgekeerd? Door de aanpassingen door de jaren heen is Peulis een stopplaats geworden in een steeds langer wordende rit. Dit jaar is het helemaal uit de hand gelopen.

De clubrit Peulis stond jarenlang gepland als een van de laatste ritten van het seizoen. Toen er twee jaar geleden tijdens de ledenvergadering beslist werd om in het begin en op het einde van het seizoen niet meer te stoppen tijdens de rit, ontstond er vorig seizoen een dilemma toen we café Paradijs in Peulis passeerden. De clubleden die vastgeroest zitten in tradities wilden stoppen, terwijl anderen de beslissing van de ledenvergadering als het hoogste goed beschouwden. Geen stop dus. Tot grote spijt van piloot Guido M.

De Guy moet blijkbaar een oogje hebben op de cafébazin, want hij heeft hemel en aarde verzet om de rit naar Peulis vroeger op het seizoen te zetten. Daardoor moest de rit grondig hertekend worden om aan de nodige kilometers te komen. Guy had enkele lusjes in de buurt van Kalfort aan het oorspronkelijke parcours toegevoegd, maar dat werd na de vorige clubrit tijdens de nabespreking in het clublokaal niet enthousiast onthaald.

Omdat ondergetekende die streek nogal goed kent, heb ik de rit aangepast met nieuwe stroken langs Boortmeerbeek, Haacht, Werchter en Tremelo, om zo naar het meer van Keerbergen te rijden. Het nieuwe parcours was geslaagd, maar tegen volgend seizoen gaan we nog enkele aanpassingen doen. Die kleine baantjes moeten eruit. Alleen heeft Guy schrik dat er dan nog harder gereden zal worden. Het argument om die aanpassingen te doen is natuurlijk dat we dan veiliger kunnen rijden.

Over hard rijden gesproken: ik vond dat het vandaag goed bolde, maar in de dorpskernen mocht het misschien toch iets minder.

Na deze lange inleiding eindelijk het verslag.

23 snelvoeters en Ellen, de madam van Nikolas R., stonden aan de start. Jos S. vertrok, zoals altijd, stipt op tijd en werd deze keer geflankeerd door Chris VD om via Humbeek richting Mechelen te rijden. Omtoerkes maken om aan de kilometers te komen.

Aan de brug van Humbeek gaf Jos zijn koppositie op, maar er kwam niet meteen een nieuwe kopman of -vrouw opdagen. Dus werd ik plots kopman. Als minst snelle snelvoeter op kop van ons peloton: dat was een uitdaging die ik toch de volle tien kilometer heb volgehouden om dan afgelost te worden door raspaard Erwin D. Erwinator voor de vrienden. Die nam zelfs 4, of waren het er 5, andere kopdoenders voor zijn rekening, en nog geraakte die niet uitgeblust. Onder die kopdoenders Hans M. Gisteren nog gespot in Westmalle, vandaag alweer paraat voor de clubrit.

Het aangepaste parcours liep via de brouwerij van Primus, de brandweer van Haacht, het festivalterrein van Werchter, Tremelo en de Niels Albert Bike Store, om zo opnieuw aan te sluiten op het oorspronkelijke parcours richting Peulis.

De stop in café Paradijs was pure nostalgie. Guy had tijdens de verkenning al nen dikke toetert gekregen van de bazin en waarschijnlijk – al is dat niet bevestigd – was het weerzien vandaag even hartelijk. Er stonden koffiekoeken en bookes klaar voor wie goesting had.

Voor Nikolas R. kwam de stop goed uit. Hij had al geruime tijd problemen met zijn versnellingen, waardoor hij voortdurend in de boter aan het trappen was. Erwin was mecanicien van dienst en via de app van het versnellingssysteem kon er toch een aanpassing gebeuren, zodat Nikolas aan een iets aangenamere cadans de rit kon uitrijden.

Na de stop nam de jeugd de kop over. Hans T. rekenen we voor één keer ook bij de jeugd. Het ging vooruit. Ja, vooruit. Het ging verbazend goed vooruit.

Tot onze voorzitter met zijn elektrieken ros plat viel op een “binnenweg” richting Duffel bezaaid met gaten in het betonnen wegdek. Tijdens dit oponthoud werd er quasi unaniem beslist dat deze strook er tegen volgend seizoen uit moet.

Er moet trouwens nog meer aangepast worden aan het parcours, want in Ruisbroek stond er nog een plaatselijk rondje op ons te wachten, om toch maar aan de nodige kilometers te geraken. Dit werd als overtollig beschouwd. Waarschijnlijk waren de blikken op dat moment al gericht op een frisse pint.

Kristof M. – hij reed vandaag verrassend goed mee – had dit laatste lusje links laten liggen en stond ons op te wachten aan de Stepp. Dit sportcentrum is ons alternatief wanneer ons clublokaal gesloten is.

Gelukkig smaakt de Duvel er even goed.

Tot volgend weekend: de Muur van Geraardsbergen.