2026 Rit Wechelderzande

Door Erik Seghers

Terug naar start. Zo leek het toch.

Richting Ruisbroek, bijna een brug te ver!

Het Ooievaarsnest was afgesloten, dus dan maar een ommetje via het spoor dat doodliep in Willebroek. Via Heindonk belandden we op de dijk naar de bruggen die wél open leken.

Die zagen blauw. Geen roze polokes te zien, wel een roodgestreepte bende.
Het eerste uur is het altijd volle gas, en eigenlijk blijft dat de hele rit zo. Dat kaarsje zijn we vergeten te laten branden daarstraks in Kalfort.

Hoppa, vamos… er is maar één weg en die is vooruit. Het is dan ook onze Spaanse vriend met de geile kousen die dit traject uit zijn hoofd kent, allé toch tot in Viersel.

Na een uurtje was het tijd om ons kersvers lid, de kozze van, even te dopen. Of beter: te ontgroenen. Voor hem gingen er enkele georkestreerd in de remmen staan. En ja, Jonas zag geel van angst en gleed de graskant in, maar bleef overeind. Hij liet smeulend gras achter, met een nieuwe bosbrand tot gevolg. België kan nu eenmaal niet achterblijven.

Straks mee op het podium: onze Remco van de Snelvoeters. Zijn missie was alvast geslaagd. Welkom, Jonas!

Niet veel verder reed een derde van ons peloton door het rode licht, weliswaar langs het fietspad, waarschijnlijk nog onder de indruk van zijn prestatie. En het ging gezwind verder.

Het viel me ook op dat er de laatste weken meer en meer mannen met een gevulde rugzak rondrijden. Op onze leeftijd heeft elk huisje wel zijn kruisje, zeker? Maar we laten ons niet kisten. Je weet: er is maar één weg. Hoppa, vamos, 1-2-3 RAK!

Ver over de helft van het traject werd halt gehouden in het Boerenhof te Oelegem. En daar werd tussen koffie en cola het een en ander uit de doeken gedaan.
De SM-fantasieën van een van onze leden werden op tafel gegooid. Niet “het lid” zelf, maar zijn avonturen. De hoofdrol was weggelegd voor de dikke winterjas van Adi. Vastgebonden op bed, een biljartbal in de mond en laten sudderen. Wechelderjassen waren we gelukkig al voorbij.

Met een negatief saldo van vijf euro reden we terug naar de blauwe bruggen, op zoek naar kortgerokte Tomorrowlanders met sexy boots. Echter, niks te zien. Enkel dikke benen en gezichten naar beneden. Het kan niet altijd meezitten, zeker? Die dikke benen stonden vorige week al in brand, of was een auto, Megamindy?

Met een gemiddelde van 32,5 km/u over 134 kilometer waren we best tevreden.
Ook onze piloot Marc V met de tientallen GPX bestanden reed samen over de streep met ons. Die sexy boots zijn misschien voor straks. Nu nog wat bijtrainen deze week om op zaterdag 1 augustus paraat te staan voor de gravelrit van de OAB’ers.
Nikolaas en co verdienen een massale opkomst voor hun rit en de bijhorende worst en ribbetjes. Misschien halen ze wel de zestien Snelvoeters van vandaag. Top gedaan vandaag, nummer 17! En jij: ook welkom terug.

En voor de rest: oppassen met die worst, anders: “Oep a bakkes!”

2026 Rit Meer van Genval

door Erik Seghers

Een mooie zomertocht, al voelde die zeventien graden een stuk minder warm aan dan gehoopt. De zomerse outfit werd dan ook aangepast en ontblote armen verdwenen al snel onder zwarte mouwen. Je wordt tegenwoordig al voor minder gediskwalificeerd, hé Michèle.

Veertien Snelvoeters tekenden vandaag present, en dat zonder het jonge geweld aan de kop van het peloton. Die hadden zich ergens verstopt in hun tenten, terwijl wij de onze straks zouden opzetten aan het meer. Het rustige begin was echter van korte duur, want er lagen al snel kapers op de kust. Lange Marc en Hans de Mekanieker roken hun kans en wilden duidelijk niet onderdoen voor de afwezige jeugd. Via de Brusselse Ring kozen we voor de aanval. Alleen onze vlucht in Zaventem hebben we gemist. Dan maar verder met de fiets.

Plots kwamen we terecht in een totaal andere wereld. Geen druk verkeer meer onder ons, maar uitgestrekte vergezichten. Zelfs op de fiets beland je hier meteen in een droomwereld. Waarom zou je dan nog het vliegtuig nemen?

Ook de Noorse Viking nestelde zich aan de kop van het peloton. Waarschijnlijk dacht hij: “Kramp doet geen pijn, maar spek bakken in je blote wel.” De registers gingen nog wat verder open. Ja, meneer Peytier zag het allemaal van dichtbij gebeuren.  De eerste hoogtemeters verdwenen dan ook in sneltempo achter ons.

Voor Marc V het goed en wel besefte, zag hij het meer van Genval al voor zich opduiken. Volgens hem waren we er, terwijl we amper een uur onderweg waren. Althans, in zijn eigen ijle werkelijkheid. Intussen zaten we al twee uur vastgekluisterd op onze carbonnen zadels.

Halfweg zwaaiden we nog even naar Miss Kang, waarna de steile klim volgde en de terugweg werd ingezet. Niet veel later lieten we het Afrikamuseum links liggen. Michèle merkte op dat ze het ooit tijdens haar schooltijd bezocht had, ondertussen toch ook alweer meer dan tien jaar geleden.

Door het Zoniënwoud ging het vervolgens licht bergop richting het rondpunt van Tervuren. Daar spoot een hele verzameling dieren vrolijk water in het rond. Sommige van onze Snelvoeters zouden tussen dat gezelschap zeker niet misstaan. Of ze het echter, het spuiten, zo lang zouden volhouden, daar heb ik toch mijn twijfels over.

In Vossem, beneden aan de kerk, hielden we halt. Hier golden blijkbaar nog altijd inkoopprijzen voor de drankjes: één euro voor zowat alles. Je zou haast denken dat Remco op het einde van de maand zelf de lonen komt uitbetalen. 😄

Na het afrekenen van de rekening, goed voor 33,50 euro en een royale fooi van een halve euro, zetten we onze tocht verder richting de verkeerstoren van Brussels Airport. Skeyes is the limit, moeten ze daar gedacht hebben. Het tempo bleef ondertussen verrassend hoog liggen.

Hans T., Hans V. en Ivan wisselden elkaar aan de kop van het peloton voortdurend af. Ook enkele andere enkelingen probeerden zich in de kijker te rijden. Was het transferseizoen nog niet afgelopen?

Terwijl de jeugd zich waarschijnlijk nog eens omdraaide in hun tent, trapten de anciens onverstoorbaar verder. Geen luchtmatras voor hen, maar wel een stevig fietszadel. En als beloning wachtte er in het clublokaal appeltaart en bier. Meer moet dat voor die generatie blijkbaar niet zijn. 🍺🥧🚴‍♂️

2026 Rit Terneuzen

door Erik Heyvaert

Met 25 snelvoeters en 2 gastrijders aan de start werd om 07Hr30 stipt vanuit Kalfort koers gezet richting Terneuzen. Van bij de eerste kilometers lag het tempo hoog en was duidelijk dat niemand van plan was om er een rustige zondagrit van te maken.

De groep draaide als een geoliede machine. De kop werd regelmatig afgelost en op de lange, open wegen richting Zeeuws-Vlaanderen werd stevig doorgetrokken. De wind liet zich geregeld voelen, maar dankzij de sterke samenwerking bleef het gemiddelde mooi op peil. Ook geen gebrom van gemotoriseerd verkeer deze keer. Iedereen reed op pure benenkracht. Al gaf Jan S toe dat hij na de rit van vorige week de aanschaf van een gemotoriseerd ros wel even overwogen had. Nu reed hij met zijn Trek Emonda met tijdritstuur. Hij had geluk dat zijn zoon vandaag zijn fiets niet ingepalmd had, anders kon hij weeral eens met zijn oud machien komen opdraven.

In Terneuzen was de stop voorzien in de strandbar BEET, met zicht op de Westerschelde. Dit panoramisch zicht had natuurlijk zijn prijs. € 3,5 voor een cola, €3,8 voor een Ice-tea, en we willen niet weten wat een chocomelk gekost heeft. De club draait nu al enkele ritten op verlies tijdens de stop. Dit wordt ongetwijfeld een agendapunt voor de volgende ledenvergadering. 

Op de terugtocht werd meteen de snelheid opgedreven. Het tempo bleef hoog en de benen werden stevig op de proef gesteld. Hier en daar zorgde een kleine versnelling voor wat extra spanning, maar de groep bleef overeind en niemand liet zich verrassen. Onderweg zat Robbe met een leegloper. Tom V had de boosdoener in de buitenband gevonden. Om deze splinter te verwijderen vroeg hij bloedserieus of er iemand een pincet bij had. Precies of de snelvoeters hun wenkbrauwen zitten te epileren tijdens een rit. Gelukkig kon Tom de splinter verwijderen met zijn “fijne vingers”. Deze uitspraak werd op hoongelach getrakteerd door vrouwlief Els T. 

Na een sportieve rit vol krachtige kopbeurten, vlotte waaiervorming en een uitstekende groepsdiscipline bereikten we opnieuw Kalfort. Het club gemiddelde lag rond de 33,3. Niet sIecht voor een groep amateurs. In ons clublokaal, café ’t Coolhem, werden we getrakteerd op pekelharing met brood. Alsof dit nog niet genoeg was kwamen er ook nog eens twee schotels met partysnacks af. Een goed fondke leggen moeten Jurgen en Cindy gedacht hebben. Tja, bij zo’n warm weer is hydrateren belangrijk, maar de meesten onder ons waren vooral aan het dehydrateren. Alcohol is blijkbaar niet zo goed om het vochtgehalte terug op peil te brengen. Nu, moesten onze duivels tijdens de hydratatie pauze tegen spanje Duvel gedronken hebben, waren hun kansen op winst wel toegenomen.

Volgende week rijden we naar het meer van Genval. De stop is voorzien in de Congo te Vossem. Kwestie om de clubkas terug wat zuurstof te geven.

2026 Rit Hallebos

Door Erik Seghers

Er stond vandaag een nieuwe rit op het menu, uitgetekend door Tom Vingerhoets. Het was er wel eentje zonder aangepaste wijnen, want blijkbaar heeft hij de alcohol tijdelijk afgezworen. Tja, je kunt nu eenmaal niet alles hebben in het leven, zeker?

Dan maar de drinkbussen gevuld met water, aangevuld met de nodige poeders en elektrolyten. De hitte van vorige week was ondertussen wat meer naar het zuiden opgeschoven. Wij zouden die richting ook uitgaan, al dan
niet helemaal tot aan de brandhaarden die daar momenteel woeden.
Zeventien Snelvoeters en twee gastrijders stonden paraat om het wiel van Jos te volgen. Als echte ronderenners ploegden we de eerste dertig kilometer voort als een geoliede machine. De vraag was alleen: wie zouden we vandaag naar de overwinning loodsen? De gele trui ligt alleszins al klaar in
clublokaal Coolhem.

Tom en Bjorn deden hun uiterste best om het tempo strak te houden. Maar voor wie werkten ze eigenlijk? Misschien voor Els? Of toch voor Willy?
In de regio Meise draaiden we plots op een bekende betonbaan linksaf. En daar begon het echte werk: een wondermooi parcours waarin we de rest van de voormiddag zouden vertoeven. Mooie vergezichten, pittige klimmetjes, snelle afdalingen en… één bijzonder sappige bulderlach. Waar kwam die vandaan?
Van Thierry, onze zwarte BASF-renner. Een collega van Patrick, al zou je dat niet meteen zeggen, want blijkbaar komen die elkaar niet zo vaak tegen op de werkvloer. Maar ja, daarvoor moet je natuurlijk wel eerst op de werkvloer verschijnen, hé. No es así?

Die lach bracht ons alweer wat dichter bij het Hallerbos. Daar ging het even op en neer, waarna we Els en Willy opnieuw in het vizier kregen. De beroemde paarse boshyacinten waren ondertussen al lang uitgebloeid; daarvoor waren we enkele maanden te laat.

Maar eerst moesten we nog over de beruchte Bruine Put, weliswaar langs de gemakkelijke, minder steile kant, een klim van ongeveer een kilometer aan gemiddeld 3,6 procent. Pas daarna konden we de terugweg aanvatten.
Van de stervende zwaan was vandaag geen sprake. In de plaats daarvan zat er een echte springveer in het peloton: Yves, onze tweede gastrijder in het wit.

In Halle stapten we even af op het gezellige marktplein voor een frisse drank.
Gene kak daar. Of toch?

Ondertussen hadden we al zo’n 600 hoogtemeters weggewerkt en moesten we er nog een dikke 300 bijeensprokkelen. Die vonden we gelukkig via Oudenaken en Gaasbeek. De terugtocht was definitief ingezet. Al hadden ze die Vrijthout er van mij gerust mogen uitlaten. Kak!

Onderweg kregen Chris VD, Hans VH – onze mecanicien van dienst – en Tony DW nog af te rekenen met wat pech, maar ook dat hoorde erbij.

Ergens in Asse gooiden Tom en Bjorn opnieuw de knuppel in het hoenderhok en trokken ze stevig door. Waren ze van plan om er nog een paar af te rijden?

“Ja dag!”, dacht vrouwlief, schattie Els. “Niet met mij.”

Ze gaf geen krimp en bleef vrolijk aanklampen. Als dat het plan was, zullen Tom en Bjorn toch met andere kaarten moeten afkomen. Liefst rode. Vanaf dat moment ging het tempo niet meer naar beneden. Vandaag zullen sommigen ongetwijfeld even zwart voor de ogen gezien hebben. Of kwam dat gewoon door het zwarte tenue van Thierry C? Eén ding is zeker: er werd afgezien, maar er werd vooral veel gelachen.