2026 Rit Balenberg

door Erik Heyvaert

Wauw, Wout Van Aert heeft Parijs-Roubaix gewonnen. Vingernagels en zelfs teennagels werden afgebeten bij de bloedstollende finale naar de velodrome van Roubaix. De supporters van MVDP, die speciaal naar Frans Vlaanderen afgereisd waren, zitten nu waarschijnlijk in zak en as. 

Balenberg vandaag. We waren met dubbel zoveel snelvoeters dan vorige week aan de start; Jos S was er niet dus vertrok Jelle met papa Marc om iets na half negen op kop. Marc V wilde indruk maken op zijn Lutteke, want eens de wandelende vrouwlief gepasseerd liet hij zich gezwind afzakken. Robbe nam naast Jelle de koppositie in en behield deze tot op de Balenberg. Het moet gezegd worden dat Jelle als kopman heel verantwoord gereden heeft. Elke situatie werd deskundig ingeschat en er werd dusdanig geanticipeerd.  

Op de Balenberg was er geen stop voorzien. Stopplaatsen vinden wordt steeds moeilijker. Dan maar even halt houden zodat er snel iets kon gegeten worden. Enkelen maakte van deze stop gebruik om zich even aan het cyclocrossparcours op de Balenberg te wagen. Na dit kort oponthoud zette Jelle de rit verder, nu geflankeerd door Joren. Op een lange rechte steenweg richting Rotselaar werd er stevig tempo gemaakt. Toen deze baan eindelijk ten einde kwam deed Jelle teken dat Joren dood zat. Hij gaf hem het bemoedigende advies om effe iets te eten. Tijd voor Robbe om nog eens over te nemen. Iets daarna kreeg ondergetekende in het snot dat zijn zadel gezakt was. Als Pogacar kan rijden op een neutrale blauwe Shimanofiets, waarom zou ik dan niet met een kinderfietske verder kunnen? Op den duur begon dit zich toch te wreken. De onderrug en knieën begonnen pijn te doen. Bij Pogacar was de volgwagen er snel bij om hem terug van zijn eigen fiets te voorzien, bij mij zat er niets anders op dan in Londerzeel af te slaan om mijn fiets terug deftig af te stellen. De laatste lus via Malderen heb ik dus niet meer meegemaakt, maar de Maldersesteenweg staat bekend als een baan waar de gas nog eens opengetrokken wordt.

 In ’t Coolhem was het terrasjesweer, dan smaakt die frisse pint toch altijd net iets beter. Volgende week rijden we naar Oordegem. Hopelijk zijn jullie massaal aanwezig. Kleine hint: Michèle wordt 55. Laat het bier maar vloeien.  

2026 Rit Hulst

door Erik Heyvaert

De heilige week van het wielrennen met vandaag Vlaanderens mooiste en volgend weekend de kasseien van Frans Vlaanderen. Tussen al deze klassiekers door reden de snelvoeters vandaag naar Hulst. Vlak, maar we kregen toch ook enkele kasseistroken voorgeschoteld. 

De weersverwachtingen waren niet goed, regen om half acht en een felle westenwind. Dit is het recept om menig snelvoeter thuis te houden. We waren dan ook maar met tien aan de start. De paasvakantie zal deze lage opkomst wellicht ook parten gespeeld hebben. Zelfs de piloot van deze rit vertoefde in het zonnige Spanje. Verder lag er nog ergens ene te dobberen op zijn surfplank, de Moons kliek zat in Holland en die van ons zag het niet zitten om te polderen in die felle wind en verkoos om met den OAB naar de start van de ronde te gaan kijken. Verdacht veel snelvoeters bij dat OAB gezelschap. Lange Marc had al direct een agendapunt voor de volgende ledenvergadering. ” Snelvoeters die op clubritten ergens anders gaan rijden, en hun rit op strava zetten, daarvan worden de gereden kilometers in mindering gebracht in het clubklassement”. ” Sodalitas ante omnia venit”, zou Bart De Wever zeggen. “De club komt voor alles.”

De start met tien en Leon die ons kwam aanmoedigen. De wind zat voornamelijk in de flank maar dat weerhield snelle Jelle er niet van om het tempo strak hoog te houden. Jelle heeft vandaag 99,9% van de rit op kop gereden. Sterk. Meermaals heeft vader Marc naar zoonlief geroepen dat het wel iets rustiger mocht, waarop zoonlief direct het tempo aanpaste … voor enkele tientallen meters. Wegens de felle wind werd er unaniem beslist om niet te stoppen in Hulst.

Op de terugweg zat de wind rechts op kop, waaiers werden gevormd. Maar waaieren met tien, moeilijk om u te verstoppen. Meneer doktoor reed dan ook nog eens mee met een lumbago, en bij een plaspauze besliste hij om rustig door te rijden. Moest hij stoppen, dan geraakte hij waarschijnlijk niet meer in gang. Waarschijnlijk zou hij zijn patiënten in zo’n geval afraden om extreme inspanningen te leveren, maar clubliefde kent bij Jan geen grenzen. Even was er een “wow” momentje wanneer ons peletonnetje naar links moest afdraaien maar Jos S besloot om rechtdoor te rijden. Het scheelde niet veel of we staken allemaal tegen den tarmac. Ivan had bij een verkeerd maneuver zijn Di2 in crashmodus gebracht en mocht de rit verder zetten in zijnen 11 achteraan.

Op het fietspad naast de N16 reed de Robbe nog lek. Onze club mekanieker Hans VH was niet present dus nam gelegenheids mekanieker Marc VH de herstelling op zich. Lange Marc heeft gechronometreerd en bij Hans gaat het toch beduidend sneller. Geen slechte poging Marc, misschien moet je uw naamgenoot eens uitdagen om de volgende herstelling op zich te nemen. Ik zie u daar al staan gniffelen met uw chrono in de hand. 

In ’t Coolhem hadden Jurgen en Cindy boterhammen en eitjes voorzien voor een leger. Met zes hebben we ons een indigestie gefret. Moest de Willy erbij geweest zijn was alles misschien opgeraakt, maar moe en voldaan reden we allemaal naar huis om in de luie zetel naar Vlaanderens mooiste te kijken. Daar zagen we Pogacar winnen, net zoals de Jelle met ons speelt en ons in de vernieling rijdt. Marc, je hebt je zoon slecht opgevoed. Zou hij de genen van Lutteke hebben??

2026 Rit Groot-Bijgaarden

Een beetje Schepdaal in Groot-Bijgaarden
Door: Erik Seghers

Onze grondtroepen stonden paraat in het frisse ochtendgloren. Het leek acht uur, maar het bleek al negen uur te zijn — tijd is relatief, zeker als er enkelen hun Garmin niet gesynchroniseerd hebben. Wachten op een officiële GO gingen we sowieso niet doen.

En al helemaal niet op een seintje van een of andere clown… al hadden we er wél eentje bij. Marc Verheyen, herkenbaar aan zijn iconische oranje sokjes — sokken die zó opvallend waren dat hij zonder moeite als interim-artiest in het circus kon springen. Nog een rode neus erbij en de kinderen hadden tenminste iets gehad om naar te zwaaien.

Onze piloot begon de dag nog even met een banaan — bijna mét schil, want waarom tijd verliezen? Daarna nog snel een artistiek straaltje water tegen de elektriciteitskast, onder toezicht van een bosduif die duidelijk vond dat dit kon tellen als moderne kunst. Onze generaal van dienst was klaar voor vertrek.
In de eerste kilometers sloten er nog wat twijfelaars aan: uiteindelijk reden we met 25 snelvoeters en één gazelle. Na dertig kilometer vroeg ik me eerlijk af: “Waar gaan we in hemelsnaam die hoogtemeters halen?” Het antwoord kwam prompt: vals plat. De natte droom van elke wielertoerist die denkt dat hij berggeit-materiaal is.

Na een gezamenlijke plaspauze — synchronisatie-niveau Olympisch Team Pisbak Mikado 2026 — lieten we de schreeuwende boer achter ons. Niemand weet waarom hij riep. Misschien dacht hij dat we zijn koeien kwamen kidnappen. Misschien wou hij meefietsen. Misschien was hij gewoon boos op het leven. Jelle was er in elk geval even niet goed van.

Tien kilometer later verscheen de eerste klim. Het nichtje van Dave zakte er meteen volledig door. Geen klimmer? Platte benen? Nee joh, platte tube. Ook wat.
Hans V.H. stond moederziel alleen de band te vervangen — iets wat natuurlijk meteen een tiental vrijwilligers aantrok zodra bleek dat het Silke was die hulp nodig had. Het was bijna gênant. Bijna.

Met een nieuwe band kon ze weer vooruit. De twee kopmannen van vorige week waren er vandaag niet bij; die hadden gekozen voor een alternatief parcours: een marathon in Gent in 3u18. Ongelooflijk. Wij doen daar even lang over, maar dan wél met ondersteuning van een carbonnen fiets.
Gelukkig hadden we waardige vervangers: Bjorn, Dave, Jelle, Jos en Jan Sys nam ook wat kopwerk op zich. De zon scheen, we genoten, tot Willy — onze generaal — besliste dat het tijd was voor extra special effects. Op de Kouter had hij persoonlijk nog wat plassen en modder bijbesteld, zodat iedereen na twee meter eruitzag als een slecht gecamoufleerde koeienvlaai.
Ons grondoffensief veranderde in een loopgravenexpeditie: modder op de kaders, modder op de smoelen, modder op plekken waar nooit modder hoort te zitten. Maar hé: géén slachtoffers. Dat alleen al was nieuwswaardig. We konden nog waardig de spiegel openklappen.
Aan de finish kwam er geen sprint aan te pas. Logisch.
En zeker niet van Jelle, want die mag van de dokter geen korte, explosieve inspanningen doen. Maar hoe hij dát thuis gaat uitleggen aan de vrouw, is zijn probleem.

2026 Rit Wetteren

Door Erik Seghers

34 vertrekkers. Het rode leger.
Een vredig begin op een zonnige ochtend. Intussen zijn we al aan de vierde rit toe, en toch blijven we met meer dan dertig strijders in de rangen. Iedereen wil zijn basis verstevigen voor het echte werk later dit jaar.

We zijn nog niet lang onderweg of het voelt alsof het landschap stilstaat en wij erdoor schuiven. Na een kilometer of dertig kiest een deel van de groep de verkeerde kant van een rotonde — iets wat je in het profpeloton niet vaak ziet. Maar zoals altijd vallen we weer netjes samen, als één geheel. Alhoewel… dat ‘één bus’-gevoel vervaagt opvallend snel zodra er een wegversmalling of rotonde opduikt. Dan zijn we plots weer individuen die elk op hun eigen eilandje fietsen.
Vandaag lijkt het alsof we in Milaan–San Remo beland zijn. Niet door valpartijen, wel door het gebrek aan animo. Alles verloopt zó soepel dat er amper noemenswaardigheden zijn. Probeer daar maar eens een verslag van te maken. Misschien gebeurt er tegen het einde nog iets bijzonders, net zoals in de echte wedstrijd. Het wordt een gezellig tetterritje naar Wetteren.

Dit in tegenstelling met de verkenningsrit de woensdag hiervoor door Bart, Chris, Gie en Hans. Ergens tussen Baasrode en Dendermonde werd Hans in derde positie achter Gie bespat met een vreemd vloeibaar goedje. Nee, geen vogelpoep, maar wel een appleblauwzeegroene substantie uit het achterwiel van Gie. Diens fiets was op een mum van tijd gekleurd als een Bianchi model. Het gat was te groot en de sealant vloeistof (want zo noemt dat ding) vloog in het rond. Gelukkig kan Gie rekenen op 24×7 standby-hulppost Adie die hem stante pede kwam depaneren met reservefiets en afzetten net voor de stop op de markt in Wetteren. Tijdens de terugrit overkwam Bart eveneens een platte band. Gelukkig geen sealant maar binnenband.

Terug naar de zondagsrit. In Wetteren geen nostalgische fietsersbrug meer over de schelde — dat hoofdstuk is blijkbaar afgesloten. Onderweg wordt het geregeld wat grijzig en mistig voor onze ogen. Vermoeidheid? Of had de zon gewoon te weinig kracht vandaag? Uiteindelijk wint de zon toch, al blijft de frisse noordoostenwind koppig aanwezig.
Bij het ingaan van de laatste tien kilometer neem ik eens een kleine temperatuurmeting:
– Merckx: kapot.
– Marc V: geen woord meer.
– Jos VB: volledig geradbraakt.
– Michèle: zeer goed gevoel.
Daar zit dus het verschil: de vrouwen duidelijk aan de macht, de egotrippers mogen nog wat bijtrainen.

Ook de neef van Guido kwam meefietsen. Niks aan de hand bij hem: hij reed gezwind mee alsof het een zondags uitbolritje was. Het was dan ook al zijn derde rit van het jaar. Het verschil met de kilometervreters onder ons is dus miniem.
We sloten met de meesten af in de sportclub, want vuil janetten hadden ons clublokaal gesloten voor vuiligheden ergens ten velde of in een drassig broek langs een vaart.

2026 Rit Zaffelare

door Eric Heyvaert

Deze ochtend in de WhatsApp groep van de club stond het volgende bericht dat midden in de nacht geplaatst was om 02h01: “Geen club, sta hier zonder rijbewijs in Antwerpen😔“.

Het bericht kwam van heten Erik die dat vierde glaasje wijn die avond beter niet had gedronken. 8 uur rijverbod en €190 boete had zo vermeden kunnen worden. Toch stond hij deze ochtend volledig nuchter aan de start van de rit. Hij ging in ons wiel hangen tot Temse om vandaar door te rijden richting Antwerpen, om zijn rijbewijs en auto te recupereren. Goeie poging om uit sympathie toch de clubpunten te incasseren, maar het bestuur was onverbiddelijk. Rijden en drinken gaan niet samen, toch zondigen velen van ons er elke zondag aan. Mezelf inclus. 

Met 33 snelvoeters aan de start, zetten we de rit met 32 verder nadat den heten in Temse afsloeg richting Koekenstad. 

Achter mij was al een tijdje een discussie aan de gang tussen twee leerkrachten over de kwaliteit van ons onderwijs. Het is dus niet de schuld van Ben Weyts en Zuhal Demir dat ons onderwijs erop achteruitgaat, maar de instroom van anderstaligen dat het niveau van ons onderwijs doet zakken.

Deze discussie werd abrupt onderbroken bij een wegversmalling in Sinaai. Onze kopmannen maakten de inschatting dat het voertuig dat uit tegenovergestelde richting kwam, en zich nog ruim van de versmalling bevond, ons peloton wel uit hoffelijkheid zou laten passeren. Van hoffelijkheid was echter geen sprake en de bestuurder van de Ford Transit nam met hoge snelheid zijn voorrang. De kopmannen waren de versmalling al gepasseerd maar de rest van het peloton, nog 15 rijen dus ongeveer 30m lengte, moest nog passeren. Eddy D reed achter mij in 7de positie en had het voertuig in tegenovergestelde richting te laat opgemerkt. Hij raakte de spiegel van dit voertuig. Gelukkig was de schade zowel lichamelijk als materieel beperkt, maar dit was een ongeval dat vermeden had kunnen worden. Moraal van het verhaal is dat wij er niet van mogen uitgaan dat de tegenliggers ons uit hoffelijkheid laten passeren. De politierechter is als enige bevoegd om over dit incident een uitspraak te doen. Wij mogen er elk onze mening over hebben. Uit de verbale reacties van de tegenpartij was het echter duidelijk dat hij tegen wielertoeristen was. Zijn snelheid was ook niet aangepast, maar wie gaat dat bewijzen. 

Na aankomst van de politie, en Eddy die een hulplijn had ingeroepen om hem te repatriëren, zetten we onze rit verder. Toch wat aangedaan door dit incident begin je het verkeer wat aandachtiger te observeren. Je kan bij sommige weggebruikers zo de woede tegenover wielertoeristen aflezen. Een tweede bijna ongeval had zich voorgedaan toen twee motorrijders ons aan gematigde snelheid voorbij staken en een tegenligger zijn snelheid niet wilde aanpassen om het manoeuvre van die motorrijders te laten lukken. Het scheelde geen haar tussen de wagen, motorrijders en de kop van ons peloton. Bewogen rit dus wetende dat Erwin DC oorspronkelijk een rit voorzien had naar Heist Op Den Berg, maar deze vervangen heeft door Zaffelare wegens onveilige situaties in de route. 

By the way, meneer doktoor heeft een nieuwe fiets. Toen hij deze ochtend ermee wilde vertrekken bleek dat zijn zoon er zijn pedalen had opgezet. De oude fiets alsnog gepakt maar vergeten de drinkbussen over te zetten. Gelukkig was er een barmhartige samaritaan om Jan S. van drank te voorzien. Het poeder was Concap Drive 55-11 Blueberry en geen Duvel zoals aangegeven op de drinkbus.

In het clublokaal was het incident nog onderwerp van discussie. Gelukkig kregen we van Eddy, die intussen langs de spoed gepasseerd was, de melding dat alles OK was. Naarmate de consumpties volgden, begonnen we te lullen over lullen. Blijkbaar stemt de lengte van uw hand overeen met de lengte van uw penis. Ineens dropen twee leden met kleine handjes af, waarschijnlijk in de gedachte van “Liever ne kleine plezante, dan de lange ambetante”. 

2026 Rit Ronde van het Waasland

Door Eddy D

Op deze mistige zondagmorgen daagden zomaar even 33 van onze clubgenoten op om met hun tweewielers het Waasland te gaan verkennen. 33… Een getal dat ook na afloop van de rit nog menigmaal luidop tegen Jurgen en Cindy geroepen zou worden om de verbrande calorieën terug op het gewenste peil te krijgen.

Met slechts 9 graden op de thermometer waren Yvan P en Jan S de enigen die het aandurfden in korte broek te verschijnen. Zelfs de bruingebrande benen van Patrick D waren ingepakt in zwart lycra.
Om dan ook meteen te vermelden dat niet iedereen met gelijke wapens aan de start komt van dit nieuwe seizoen. Zum beispiel: Eddy M (vandaag er niet bij) en Patrick D hebben elk al meer dan 3000 km op hun teller, terwijl anderen hun racefiets vorige week voor de eerste keer van stal haalden.

Eerlijk, niemand komt ongetraind of onvoorbereid aan de start van een ritje van de Snelvoeters.
Zeker niet als Bjorn M en Dave M vandaag dan nog eens versterking kregen op de voorste rijen van Senne M en Nikolas R.
Piloot van het laagvliegend peloton Marc B was maar wat fier dat zoveel Snelvoeters zijn Ronde van het Waasland wilden meerijden. Al waren die drie ‘Rondes’ van de club en die ene ‘Ronde’ van den Tony D vorige week ook niet te versmaden!
Slechts 5 fietsvrienden spaarden nog geen kilometers in het voorlopige clubklassement. Aan Kurt K alvast een spoedig herstel! Hopelijk zien we elk van hen rap terug in ons midden.
Echt deugddoend is de snelle terugkeer van onze voorzitter Chris V. Het doet deugd aan ons wielerhartje om te zien dat het zo goed met hem gaat! ‘Hij blinkt opnieuw in zijn vel!’, zou José De Cauwer zeggen.

Het zou haast een geschiedenisloze rit zijn geworden, moest Hans T de titel van ‘Pechvogel van de dag’ niet hebben heroverd op Hans VH. Met drie platte banden op één rit zal Hans zich deze rit nog lang heugen. Het kwam zelfs zover dat een misnoegde Hans VH de derde maal weigerde nog mee te werken aan de herstelling van de gepensioneerde bicyclette van brave Hans T.

Een rit waar flink kon worden bijgepraat en waar de hartslag niet vaak de hoogte werd ingejaagd, tot op de baan van Oppuurs naar Puurs de gashendel toch één keer diep werd ingedrukt. Aan de rode driehoek sliste Guy M nog snel tegen de wielervrienden in zijn buurt: ‘Het issss toch plesssant ne Ssssnelvoeter te sssijn!’

2026 Rit Openingsrit

door Erik Seghers

De winter laten we achter ons. Onder een stralende zon trekken we, met een omweg of in rechte lijn, het nieuwe fietsseizoen in. Op de parking staan eenendertig Snelvoeters klaar, samen met oud-lid Dave. Maar eerst moet Dave nog snel – voor de Gie arriveert – een foto nemen van ons in perfecte formatie.

De rit naar Meise kan beginnen, al moeten we aan de Okay nog eens stevig in de remmen voor onze stiptheidskoning Jos met weerbarstige mechaniek. De planning meteen naar de vaantjes, al waren sommigen stiekem blij met die extra stop. Daarna maar weer stevig op de pedalen om de verloren tijd goed te maken.
Na de winter is het altijd fijn om de clubleden opnieuw te zien. De eerste rit gaat verrassend vlot, ondanks de mail van onze voorzitter om het “rustig aan” te doen. Maar dat is blijkbaar een relatief begrip. Voor de meesten lijkt het geen probleem: de conditie ziet er ça va uit. Maar is dat wel goed genoeg? Het peloton bolt stevig maar vredig voort. Als je de nieuwsberichten van de afgelopen uren bekijkt, gaat het er in de echte wereld ook stevig aan toe—maar iets minder vredig.

Onderweg pikt ook piloot Marc Verheyen aan. Sinds die met pensioen is, heeft die zoveel werk dat die zelfs geen tijd meer voor het eerste deel van een eigen rit. Blijkbaar klagen alle gepensioneerden over tijdsgebrek. Een werkende mens zou bij God schrik krijgen bij de overstap naar pensioen.

Tegen het einde van de rit doemt er in Londerzeel een enorme krater in het asfalt op. Was hier ook een bom ontploft? Nee hoor, gewoon winterse slijtage. Eén van ons besloot er vrolijk en luid kwetterend recht in te rijden, in dat van ver zichtbare gat. Hans VH mocht eindelijk eens zijn eigen band vervangen, al leek dat moeilijker dan verwacht. Hij prutst duidelijk liever aan andere bandjes.
Met de nieuwe band erop, lucht erin en hup verder… zouden we denken. Maar nee: ook de achterband moest eraan geloven.

Voor onze kleinste (Jelle) was dat geen enkel probleem: die amuseerde zich intussen off-road.

Wanneer alles eindelijk opgepompt is, rijden we over de brug van de A12. Nog geen bocht verder zien we onze speelvogel al met een leegloper rijden. De MTB met dikke banden had zijn capriolen niet overleefd. En ook Willy’s pedaal voelde alleen nog maar de zool van zijn schoen, ontdaan van fiets. Hij reed maar verder op 1 been.

Tussen Londerzeel Sint-Jozef en de Dendermondse steenweg ligt een mooi stukje asvalt. Dat plus een stevige portie meewind zijn een mooie aanleiding om nog eens stevig door te trekken. Dat moeten kopmannen Bjorn en Dave gedacht hebben en voor we er erg in hadden ging het heel hard vooruit en sloegen de kilometriekjes uit tot 53 km/u. En niemand overboord, iedereen snelvoeter-waardig!

Aangekomen in ons clublokaal werden we bediend door een “vuil janet” op een mobilette. Traditionele boterhammetjes met kaas en hesp, en vier gratis drankjes: het eerste van onze jarige Tony en drie drankjes van de club die dit jaar 50 kaarsjes uiblaast!

2025 Clubfeest

Viering van de laureaten en clubkampioen

Hans Moons – 10 jaar Snelvoeter – vorig jaar nog clubkampioen, dit jaar weer in de bloemetjes. (Blijkbaar waren Gie en Tony effe afgeleid door ergens iets anders dan de camera. )

Patje Daems, eveneens 10 jaar Snelvoeter, speciaal van Spanje afgekomen om zijn bloemen in ontvangst te nemen.

Hans Van Hoye, clubkampioen voor het jaar 2026, niet te verslaan qua aantal ritdeelnames, noch qua aantal afgelegde ritkilometers. Goed dat die er dikwijls bij is want niemand kan zo goed een platte band repareren.

2025 Afsluitingrit

De laatste… of was het de eerste?

Door Erik Seghers

Nog vóór de start van onze laatste rit werden Chris en ik bijna omver gereden door een verstrooide professor in zijn wagen. Of was het Frank Van de Vijver achter het stuur? Onze voorzitter en Frank stonden klaar voor hun eerste club rit van het jaar, terwijl het voor ons alweer de laatste was. Hun aanwezigheid verraste ons aangenaam — een teken dat ze aan de beterhand zijn. Maar is dat voldoende om opnieuw mee te draaien in het peloton?

Velen hadden graag zoals gewoonlijk naar de grote koekenstad gereden. De mannen met autisme waren duidelijk van slag door deze wijziging. De route ging richting Baasrode. Ook Els was van de partij — dat leek een eeuwigheid geleden. Zoals steeds was de start bliksemsnel, maar Chris liet zich niet van de wijs brengen. Het peloton werd snel herenigd en vanaf dan schakelden we over op een gezapiger tempo. Chris had het leiderschap nog steeds in zich. Of zijn de Snelvoeters gewoon zo meelevend?

Dat speelde zeker een rol. Frank leek geen last meer te hebben van zijn long covid — zijn babbel stond geen minuut stil. Intussen waren we al goed opgeschoten. In Dendermonde voegde Jan Sys zich bij ons. Had hij net enkele patiënten bezocht in zijn wielrennerstenue?

In de hellingzone — vandaag vrij kort — moesten we het tempo wat laten zakken, zodat iedereen samen boven kwam. Brandweerman Erik hoefde geen brandjes te blussen, het was tenslotte zijn vrije dag. Al deed hij uitzonderlijk veel kopwerk.

Het tempo bleef de hele rit gezapig: rustig, traag en ontspannen. De ‘Chille’ had erbij moeten zijn. Ook de mannen met de dikke banden — de gravelaars — vonden dat helemaal niet erg.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik de roltrappen en de grote stad gemist heb vandaag. Tradities zijn belangrijk. Maar het gezelschap en de wind maakten veel goed. Met Chris en Frank erbij leek het alsof we weer voltallig waren, al ontbrak Guy nog.

Na de rit was er spaghetti bolognaise voorzien in het clublokaal — voor de leden zonder andere agendapunten. Onze voorzitter trakteerde de aanwezigen op een pint, omdat ze zich zo voorbeeldig gedragen hadden: trager tempo, maar toch nog 31 gemiddeld. Of was het zijn verjaardag?

De tweede traktatie kwam van de nieuwe clubkampioen: den Hans VH. De beker blijft dus in handen van een Hans, al zal hij in een ander huis staan. De rest van de drank was op kosten van CFO Guy. Gelukkig kwamen de drankjes van Leslie en mij in de namiddag ook uit traktaties. Dat verzachtte de pijn van mijn afwezigheid een beetje.

Bij leve en welzijn — tot volgend seizoen!

2025 Rit Kastanjerit

door Erik Seghers

Vallende bladeren, geritsel op de parking… jawel, daar stonden ze weer. In vol ornaat, de meesten gehuld in herfstkledij, al waren er ook enkele heethoofden die koppig vasthielden aan hun zomertenue. We vertrokken langs hetzelfde pad als vorige week — zelfs de Jos reed deze keer meteen de juiste richting uit.

Helemaal tot aan het doodlopende spoor, zo het wegske in. Met een rotvaart waren ze weg, het leek wel alsof we op een TGV zaten. Het ging langs smalle wegen richting Eikevliet en Hingene. En ja hoor, we kwamen onderweg heel wat eikels tegen. Vandaar ook de naam: de Herfstrit.

De piloot van dienst was Nico, een echte fan van dit seizoen — hoe natter, hoe liever. Maar vandaag kregen we een droog en mooi parcours voorgeschoteld. Helemaal tot in het toeristische gebied van Brussel: Trademart, Cirque du Soleil en natuurlijk de bollen. We namen het allemaal in ons op, samen met de vele toeristen. Sommigen van het vrouwelijk schoon keken hun ogen uit. Een verdwaalde loopster wilde ons zelfs voor eeuwig vastleggen.

Ons nummer gaven we niet.

We lieten het Atomium links liggen. Voor mij was het al veertig jaar geleden dat ik daar bovenaan stond, in de hoogste bol. De jonge garde van de Meersmannen was toen nog niet eens geboren — en dat lieten ze ons vandaag voelen. Na hun conclaaf aan zee hadden ze blijkbaar een plan gesmeed: “We gaan ze pijn doen.” En lange Marc? Die kreeg vandaag geen meter aan kop gegund. En zo geschiedde.

Na het verlaten van de toeristische zone klommen we omhoog, de snelweg naast ons. 650 meter klimmen met percentages tot 8%. Daar lagen ze te blinken: de kastanjes van weleer. We besloten ze zorgvuldig weg te plassen, de kant in. Daarna terug de bike op, om met meewind en veel bergaf richting ons beginpunt te rijden. Maar eerst nog wat mooie heuvelstraatjes tot in Vilvoorde.

Met een gemiddelde van meer dan 32 km/u werd dit een prachtige, bijna laatste seizoensrit. Herfst op z’n best — met vriendschap, zweet, en een vleugje nostalgie.