Door Erik Seghers
De voorgeschiedenis van deze rit begon deze keer op de WhatsApp-groep van de Snelvoeters.
Onze eigen rit werd vervangen door een georganiseerde tocht van onze wielervrienden van Puurcycling, onze voormalige co-venture. Ondertussen zijn zij samengesmolten met WIK en gaan ze verder als Wikcycling. Een groot deel van onze groep koos sowieso voor de graveltocht van 105 kilometer samen met OAB. En omdat onze sponsor CyclingCalpé ook in hen investeert, besloten wij uit solidariteit met onze geldschieter de wegrit voor onze rekening te nemen.
Alleen was er één klein probleem: het GPX-bestand bleek meer bochten te bevatten dan een doorsnee Waalse geitenweg. Gelukkig had Erwinator zich na een zware nachtshift bij LyondellBasell opgeofferd om onze rit naar Melsele vooraf te verkennen. Op zijn dooie gemak werkte hij het parcours af aan een schamele 34 km/u gemiddeld, helemaal alleen. Dat moesten wij met zestien Snelvoeters toch vlot kunnen verbeteren. Dus het werd Melsele.
Zelf was ik ook van de partij. Niet omdat ik stond te popelen om te koersen, maar omdat ik te zwak was om, om 8 uur ’s morgens met de gravelmannen te vertrekken. Bovendien moest ik op tijd thuis zijn voor een ander namiddagprogramma. En eerlijk: ik had ook niet meteen zin om met OAB het snot voor de ogen te rijden.
Ik verheugde me dus op een extra uurtje slaap en een relatief rustige rit van een goeie 90 kilometer. Tot ik thuis het GPX-bestand uploadde. Jawel Willy: geen 90, maar 109 kilometer. Daar ging mijn rustige voormiddag.
Het gevolg was een verschroeiende start met Jos en jawel… onze gecensureerde naamgenoot. Lag het aan opgekropte frustraties of wilde hij gewoon tonen dat hij de snelle starters kon evenaren? Feit was dat hij ons tijdens de eerste vijftien kilometer stevig op de rooster legde.
Niet veel later deed Senne zijn windstopper uit. Dat bleek meteen het signaal om met de rest van de groep te beginnen spelen, of beter gezegd: ons nog wat harder te doen afzien. Robbe sloot zich kort daarna aan en het tempo ging opnieuw een stapje omhoog.
Ondertussen gleden we smooth door de prachtige Waaslandse polders. Eén geluk hadden we echter wel. Robbe zagen we steeds kleiner worden. Niet omdat hij van ons wegreed, maar omdat hij letterlijk bleef zakken. Niet door een gebrek aan krachten, wel door zijn zadel. Een beetje carbonpasta in die zadelpen en tegen volgende week zou dat probleem opgelost moeten zijn.
Het werd uiteindelijk een stevige rit met een gemiddelde snelheid van 32 km/u.
Over één onderwerp werd onderweg echter het meest gediscussieerd: hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat Erwin deze rit helemaal alleen heeft gereden aan 34 km/u gemiddeld?
Ofwel heeft hij stiekem de speedpedelec van Chris gebruikt, ofwel moeten wij misschien toch maar eens serieus overwegen om de volgende keer te gaan gravelen… 🚴♂️😄












