2026 Rit Wechelderzande

Door Erik Seghers

Terug naar start. Zo leek het toch.

Richting Ruisbroek, bijna een brug te ver!

Het Ooievaarsnest was afgesloten, dus dan maar een ommetje via het spoor dat doodliep in Willebroek. Via Heindonk belandden we op de dijk naar de bruggen die wél open leken.

Die zagen blauw. Geen roze polokes te zien, wel een roodgestreepte bende.
Het eerste uur is het altijd volle gas, en eigenlijk blijft dat de hele rit zo. Dat kaarsje zijn we vergeten te laten branden daarstraks in Kalfort.

Hoppa, vamos… er is maar één weg en die is vooruit. Het is dan ook onze Spaanse vriend met de geile kousen die dit traject uit zijn hoofd kent, allé toch tot in Viersel.

Na een uurtje was het tijd om ons kersvers lid, de kozze van, even te dopen. Of beter: te ontgroenen. Voor hem gingen er enkele georkestreerd in de remmen staan. En ja, Jonas zag geel van angst en gleed de graskant in, maar bleef overeind. Hij liet smeulend gras achter, met een nieuwe bosbrand tot gevolg. België kan nu eenmaal niet achterblijven.

Straks mee op het podium: onze Remco van de Snelvoeters. Zijn missie was alvast geslaagd. Welkom, Jonas!

Niet veel verder reed een derde van ons peloton door het rode licht, weliswaar langs het fietspad, waarschijnlijk nog onder de indruk van zijn prestatie. En het ging gezwind verder.

Het viel me ook op dat er de laatste weken meer en meer mannen met een gevulde rugzak rondrijden. Op onze leeftijd heeft elk huisje wel zijn kruisje, zeker? Maar we laten ons niet kisten. Je weet: er is maar één weg. Hoppa, vamos, 1-2-3 RAK!

Ver over de helft van het traject werd halt gehouden in het Boerenhof te Oelegem. En daar werd tussen koffie en cola het een en ander uit de doeken gedaan.
De SM-fantasieën van een van onze leden werden op tafel gegooid. Niet “het lid” zelf, maar zijn avonturen. De hoofdrol was weggelegd voor de dikke winterjas van Adi. Vastgebonden op bed, een biljartbal in de mond en laten sudderen. Wechelderjassen waren we gelukkig al voorbij.

Met een negatief saldo van vijf euro reden we terug naar de blauwe bruggen, op zoek naar kortgerokte Tomorrowlanders met sexy boots. Echter, niks te zien. Enkel dikke benen en gezichten naar beneden. Het kan niet altijd meezitten, zeker? Die dikke benen stonden vorige week al in brand, of was een auto, Megamindy?

Met een gemiddelde van 32,5 km/u over 134 kilometer waren we best tevreden.
Ook onze piloot Marc V met de tientallen GPX bestanden reed samen over de streep met ons. Die sexy boots zijn misschien voor straks. Nu nog wat bijtrainen deze week om op zaterdag 1 augustus paraat te staan voor de gravelrit van de OAB’ers.
Nikolaas en co verdienen een massale opkomst voor hun rit en de bijhorende worst en ribbetjes. Misschien halen ze wel de zestien Snelvoeters van vandaag. Top gedaan vandaag, nummer 17! En jij: ook welkom terug.

En voor de rest: oppassen met die worst, anders: “Oep a bakkes!”

2026 Rit Meer van Genval

door Erik Seghers

Een mooie zomertocht, al voelde die zeventien graden een stuk minder warm aan dan gehoopt. De zomerse outfit werd dan ook aangepast en ontblote armen verdwenen al snel onder zwarte mouwen. Je wordt tegenwoordig al voor minder gediskwalificeerd, hé Michèle.

Veertien Snelvoeters tekenden vandaag present, en dat zonder het jonge geweld aan de kop van het peloton. Die hadden zich ergens verstopt in hun tenten, terwijl wij de onze straks zouden opzetten aan het meer. Het rustige begin was echter van korte duur, want er lagen al snel kapers op de kust. Lange Marc en Hans de Mekanieker roken hun kans en wilden duidelijk niet onderdoen voor de afwezige jeugd. Via de Brusselse Ring kozen we voor de aanval. Alleen onze vlucht in Zaventem hebben we gemist. Dan maar verder met de fiets.

Plots kwamen we terecht in een totaal andere wereld. Geen druk verkeer meer onder ons, maar uitgestrekte vergezichten. Zelfs op de fiets beland je hier meteen in een droomwereld. Waarom zou je dan nog het vliegtuig nemen?

Ook de Noorse Viking nestelde zich aan de kop van het peloton. Waarschijnlijk dacht hij: “Kramp doet geen pijn, maar spek bakken in je blote wel.” De registers gingen nog wat verder open. Ja, meneer Peytier zag het allemaal van dichtbij gebeuren.  De eerste hoogtemeters verdwenen dan ook in sneltempo achter ons.

Voor Marc V het goed en wel besefte, zag hij het meer van Genval al voor zich opduiken. Volgens hem waren we er, terwijl we amper een uur onderweg waren. Althans, in zijn eigen ijle werkelijkheid. Intussen zaten we al twee uur vastgekluisterd op onze carbonnen zadels.

Halfweg zwaaiden we nog even naar Miss Kang, waarna de steile klim volgde en de terugweg werd ingezet. Niet veel later lieten we het Afrikamuseum links liggen. Michèle merkte op dat ze het ooit tijdens haar schooltijd bezocht had, ondertussen toch ook alweer meer dan tien jaar geleden.

Door het Zoniënwoud ging het vervolgens licht bergop richting het rondpunt van Tervuren. Daar spoot een hele verzameling dieren vrolijk water in het rond. Sommige van onze Snelvoeters zouden tussen dat gezelschap zeker niet misstaan. Of ze het echter, het spuiten, zo lang zouden volhouden, daar heb ik toch mijn twijfels over.

In Vossem, beneden aan de kerk, hielden we halt. Hier golden blijkbaar nog altijd inkoopprijzen voor de drankjes: één euro voor zowat alles. Je zou haast denken dat Remco op het einde van de maand zelf de lonen komt uitbetalen. 😄

Na het afrekenen van de rekening, goed voor 33,50 euro en een royale fooi van een halve euro, zetten we onze tocht verder richting de verkeerstoren van Brussels Airport. Skeyes is the limit, moeten ze daar gedacht hebben. Het tempo bleef ondertussen verrassend hoog liggen.

Hans T., Hans V. en Ivan wisselden elkaar aan de kop van het peloton voortdurend af. Ook enkele andere enkelingen probeerden zich in de kijker te rijden. Was het transferseizoen nog niet afgelopen?

Terwijl de jeugd zich waarschijnlijk nog eens omdraaide in hun tent, trapten de anciens onverstoorbaar verder. Geen luchtmatras voor hen, maar wel een stevig fietszadel. En als beloning wachtte er in het clublokaal appeltaart en bier. Meer moet dat voor die generatie blijkbaar niet zijn. 🍺🥧🚴‍♂️

2026 Rit Terneuzen

door Erik Heyvaert

Met 25 snelvoeters en 2 gastrijders aan de start werd om 07Hr30 stipt vanuit Kalfort koers gezet richting Terneuzen. Van bij de eerste kilometers lag het tempo hoog en was duidelijk dat niemand van plan was om er een rustige zondagrit van te maken.

De groep draaide als een geoliede machine. De kop werd regelmatig afgelost en op de lange, open wegen richting Zeeuws-Vlaanderen werd stevig doorgetrokken. De wind liet zich geregeld voelen, maar dankzij de sterke samenwerking bleef het gemiddelde mooi op peil. Ook geen gebrom van gemotoriseerd verkeer deze keer. Iedereen reed op pure benenkracht. Al gaf Jan S toe dat hij na de rit van vorige week de aanschaf van een gemotoriseerd ros wel even overwogen had. Nu reed hij met zijn Trek Emonda met tijdritstuur. Hij had geluk dat zijn zoon vandaag zijn fiets niet ingepalmd had, anders kon hij weeral eens met zijn oud machien komen opdraven.

In Terneuzen was de stop voorzien in de strandbar BEET, met zicht op de Westerschelde. Dit panoramisch zicht had natuurlijk zijn prijs. € 3,5 voor een cola, €3,8 voor een Ice-tea, en we willen niet weten wat een chocomelk gekost heeft. De club draait nu al enkele ritten op verlies tijdens de stop. Dit wordt ongetwijfeld een agendapunt voor de volgende ledenvergadering. 

Op de terugtocht werd meteen de snelheid opgedreven. Het tempo bleef hoog en de benen werden stevig op de proef gesteld. Hier en daar zorgde een kleine versnelling voor wat extra spanning, maar de groep bleef overeind en niemand liet zich verrassen. Onderweg zat Robbe met een leegloper. Tom V had de boosdoener in de buitenband gevonden. Om deze splinter te verwijderen vroeg hij bloedserieus of er iemand een pincet bij had. Precies of de snelvoeters hun wenkbrauwen zitten te epileren tijdens een rit. Gelukkig kon Tom de splinter verwijderen met zijn “fijne vingers”. Deze uitspraak werd op hoongelach getrakteerd door vrouwlief Els T. 

Na een sportieve rit vol krachtige kopbeurten, vlotte waaiervorming en een uitstekende groepsdiscipline bereikten we opnieuw Kalfort. Het club gemiddelde lag rond de 33,3. Niet sIecht voor een groep amateurs. In ons clublokaal, café ’t Coolhem, werden we getrakteerd op pekelharing met brood. Alsof dit nog niet genoeg was kwamen er ook nog eens twee schotels met partysnacks af. Een goed fondke leggen moeten Jurgen en Cindy gedacht hebben. Tja, bij zo’n warm weer is hydrateren belangrijk, maar de meesten onder ons waren vooral aan het dehydrateren. Alcohol is blijkbaar niet zo goed om het vochtgehalte terug op peil te brengen. Nu, moesten onze duivels tijdens de hydratatie pauze tegen spanje Duvel gedronken hebben, waren hun kansen op winst wel toegenomen.

Volgende week rijden we naar het meer van Genval. De stop is voorzien in de Congo te Vossem. Kwestie om de clubkas terug wat zuurstof te geven.

2026 Rit Hallebos

Door Erik Seghers

Er stond vandaag een nieuwe rit op het menu, uitgetekend door Tom Vingerhoets. Het was er wel eentje zonder aangepaste wijnen, want blijkbaar heeft hij de alcohol tijdelijk afgezworen. Tja, je kunt nu eenmaal niet alles hebben in het leven, zeker?

Dan maar de drinkbussen gevuld met water, aangevuld met de nodige poeders en elektrolyten. De hitte van vorige week was ondertussen wat meer naar het zuiden opgeschoven. Wij zouden die richting ook uitgaan, al dan
niet helemaal tot aan de brandhaarden die daar momenteel woeden.
Zeventien Snelvoeters en twee gastrijders stonden paraat om het wiel van Jos te volgen. Als echte ronderenners ploegden we de eerste dertig kilometer voort als een geoliede machine. De vraag was alleen: wie zouden we vandaag naar de overwinning loodsen? De gele trui ligt alleszins al klaar in
clublokaal Coolhem.

Tom en Bjorn deden hun uiterste best om het tempo strak te houden. Maar voor wie werkten ze eigenlijk? Misschien voor Els? Of toch voor Willy?
In de regio Meise draaiden we plots op een bekende betonbaan linksaf. En daar begon het echte werk: een wondermooi parcours waarin we de rest van de voormiddag zouden vertoeven. Mooie vergezichten, pittige klimmetjes, snelle afdalingen en… één bijzonder sappige bulderlach. Waar kwam die vandaan?
Van Thierry, onze zwarte BASF-renner. Een collega van Patrick, al zou je dat niet meteen zeggen, want blijkbaar komen die elkaar niet zo vaak tegen op de werkvloer. Maar ja, daarvoor moet je natuurlijk wel eerst op de werkvloer verschijnen, hé. No es así?

Die lach bracht ons alweer wat dichter bij het Hallerbos. Daar ging het even op en neer, waarna we Els en Willy opnieuw in het vizier kregen. De beroemde paarse boshyacinten waren ondertussen al lang uitgebloeid; daarvoor waren we enkele maanden te laat.

Maar eerst moesten we nog over de beruchte Bruine Put, weliswaar langs de gemakkelijke, minder steile kant, een klim van ongeveer een kilometer aan gemiddeld 3,6 procent. Pas daarna konden we de terugweg aanvatten.
Van de stervende zwaan was vandaag geen sprake. In de plaats daarvan zat er een echte springveer in het peloton: Yves, onze tweede gastrijder in het wit.

In Halle stapten we even af op het gezellige marktplein voor een frisse drank.
Gene kak daar. Of toch?

Ondertussen hadden we al zo’n 600 hoogtemeters weggewerkt en moesten we er nog een dikke 300 bijeensprokkelen. Die vonden we gelukkig via Oudenaken en Gaasbeek. De terugtocht was definitief ingezet. Al hadden ze die Vrijthout er van mij gerust mogen uitlaten. Kak!

Onderweg kregen Chris VD, Hans VH – onze mecanicien van dienst – en Tony DW nog af te rekenen met wat pech, maar ook dat hoorde erbij.

Ergens in Asse gooiden Tom en Bjorn opnieuw de knuppel in het hoenderhok en trokken ze stevig door. Waren ze van plan om er nog een paar af te rijden?

“Ja dag!”, dacht vrouwlief, schattie Els. “Niet met mij.”

Ze gaf geen krimp en bleef vrolijk aanklampen. Als dat het plan was, zullen Tom en Bjorn toch met andere kaarten moeten afkomen. Liefst rode. Vanaf dat moment ging het tempo niet meer naar beneden. Vandaag zullen sommigen ongetwijfeld even zwart voor de ogen gezien hebben. Of kwam dat gewoon door het zwarte tenue van Thierry C? Eén ding is zeker: er werd afgezien, maar er werd vooral veel gelachen.

2026 Rit Berendries

Door Erik Seghers

Met een hitteplan dat hier en daar in bedrijven wordt uitgerold, besloot een select gezelschap van zestien helden deze ochtend zónder enig plan richting de Berendries te trekken. Strategie? Niet nodig. Enthousiasme? Des te meer.
Achteraf bekeken had één van de deelnemers misschien beter nog wat langer op die Zwitserse bergtop Rigi gezeten. De hoogtestage leek eerder een experiment dan een succesformule. Resultaat: een rit die ergens tussen “karaktervormend” en “traumatisch” zweefde. De weg lag open… of misschien toch weer niet. Niemand die het nog zeker wist.
Goed gevulde drinkbussen en achterzakken die doorbogen van de snacks vormden de enige zekerheid. De eerste 40 kilometer gingen opvallend vlot. Misschien een béétje te vlot. Het peloton klonk als een overenthousiast café op wielerbanden: ratelende stemmen, klikkende kettingen, versnellingen groot en klein.
In Wieze werd de beroemde Callebaut gepasseerd. Geen vleugje chocolade in de lucht — een gemiste kans. Het echte “choco-gevoel” kwam later… en niet op een aangename manier.
Eén woord bleef uiteindelijk hangen: Els. Tijdens een strategische plaspauze voor de mannen die tegen de wind stonden te beuken, glipte ze weg. Één iemand dacht even dat er een shortcut genomen werd — een stukje parcours afsnijden als bonus. Helaas: zo eenvoudig was het niet.
Bij het hergroeperen wachtte de onvermijdelijke klim van de Berendries. Het peloton stoof naar boven alsof er gratis pinten boven stonden te wachten. Els volgde vrolijk. Elders op de helling voltrok zich een minder heroïsch tafereel: een klimstijl die het midden hield tussen een stervende zwaan en een oververhitte dieselmotor.
Tien kilometer later werd het café in Herzele bereikt. Fietsen netjes naast elkaar — het leek wel een showroom. Eén klant toonde zelfs interesse om een fiets “even te lenen en later terug te brengen”. Pech voor die stervende zwaan.

Na de nodige drankinname trok de groep opnieuw op pad richting Kalfort. Even leek het tij te keren voor één iemand: betere benen, herwonnen moed. Maar dat gevoel bleek even vluchtig als een zomers briesje… dat overigens volledig in het voordeel blies.
Wie er allemaal op kop heeft gesleurd, blijft een mysterie, maar het moeten beren van kerels geweest zijn. De bries werd een tegenwind van formaat, en koude rillingen namen het over bij de zwaan. Het verdict viel: over en uit.

Helpende handen werden dankbaar aangenomen — kameraadschap op z’n best. Maar op tien kilometer van de finish beslisten de krampen dat het mooi geweest was. Exit Snelvoeters.
Een volgende poging wacht. Misschien met iets meer plan, iets minder hoogtestage, en hopelijk benen die wél willen meewerken.
En voor de goede orde: dank aan Els — iemand die duidelijk wél wist wat er gaande was en dat den heten Erik terug was.

2026 Rit Wachtebeke

Vandaag was er voor niemand vestimentaire keuzestress. Om 06h30, wanneer de wekker afging, gaf de barometer al 16°C aan wat een warme dag voorspelde.

We waren met 25 aan de start. Willy M had aangegeven om in Temse aan te sluiten. Aan Temsebrug echter geen Willy te zien. Op de baan naar Waasmunster zagen we ineens de Willy aan de kant staan zwaaien. Het is te zeggen, den helft van ons peloton heeft de Willy niet eens zien staan. Het peloton moest in de noodrem, wat was Willy zijn probleem? Blijkbaar was Björn ook nog onderweg en wou hij het peloton even ophouden zodat zoonlief kon aansluiten. Precies of dat voor hem een probleem zou geweest zijn. Dus ineens waren we met 27. In het begin ging het vooruit over voornamelijk kronkelwegen. Kristof M reed zijn derde clubrit mee, als ik mij niet vergis zelfs een verbetering tegenover vorig seizoen, en hij probeerde zich gedurig uit de wind te zetten. Ik was zijne geliefde voorganger. Maar anderen rijden ook graag achter een brede rug. Blijkbaar was er soms wat gedrum, maar hier heb ik niets van gemerkt. 

Er was geen stop voorzien want de gebruikelijke stop in Overslag was op congé. Lange Marc had al aangegeven dat we niet gingen stoppen, maar in Zaffelare reden we ineens langs een enorm terras en de aantrekkingskracht was voor sommigen te groot.

Na de stop verliep het parcours over iets rechtere stukken, wat het tempo opkrikte. Ineens werden we opgehouden door een wielerclub, de Jan Bogaertvrienden uit Temse. Wanneer we op een recht stuk deze groep voorbijstaken, begon er een tweestrijd tussen beide clubs. Blijkbaar rijden er in die club ook enkele toppers, waaronder oud-bekende en ex-lid Jens, die de uitdaging met de snelvoeters wel even wou aangaan. Ineens zagen we twee van die AVIA’s voorbij stuiven met onze Nicolas R in hun wiel. Björn sloot vanuit de kop van ons peloton aan bij dit selecte groepje vluchters, om dan even duidelijk te maken wie de sterkste van alle was. Toen we die speelvogels voor ons koers zagen rijden, reed ons Snelvoeters peloton gezapig door aan 37 km/h met de rest van de AVIA’s in ons wiel. We moesten op een gegeven moment onze koppositie terug afstaan aan de AVIA’s omdat onze kopmannen de afslag gemist hadden. Op een gegeven moment splitsten onze wegen zodat we de AVIA’s niet meer konden pakken. Ik denk dat we aan elkaar gewaagd waren. Ze kunnen alvast verzekerd zijn van onze deelname aan de Jan Bogaert Klassieker.

De eindsprint richting Kalfort op het fietspad naast de N16. Aangekomen in het Coolhem was het terras LEEG. Geen probleem om ons met onze bende te installeren. De Chille was al aanwezig. Hij had forfait gegeven voor de clubrit omdat hij een finaleplaats afgedwongen had bij een biljarttoernooi in ons clublokaal.

Zondag 17 mei: Gaasbeek

Door Eddy D

Was het toeval dat, drie dagen na Hemelvaart, exact 12 Snelvoeter-apostelen hun plaatsje in de wielerhemel wilden verdienen door op deze druilerige zondagmorgen één van de zwaarste beproevingen van het seizoen te doorstaan?

Tom V had voor ons een erg mooie, maar loodzware rit naar het Pajottenland voorzien. Zwaar door de aard van het parcours, maar evenzeer door de snelheid. (Er is gaas gegeven naar Gaasbeek!) Met een gemiddelde van meer dan 30 km/uur en zowat 700 hoogtemeters was het afzien en genieten tegelijkertijd.

Kwam daarbij nog ons vertrek in druilerige omstandigheden. Gelukkig kwam de voorspelling van Geert M uit: ‘Regen voor 8 uren blijft niet duren!’

Van bij de start riepen er al enkelen – al dan niet gemeende – verontschuldigingen in. Jos S moest al rap van kop door een aanhoudende verkoudheid, die hem de ganse rit parten speelde. Voor Hans M waren er minder verzachtende omstandigheden. Die had de avond daarvoor een Moonsen-feestje meegemaakt. Veel goeds is daar nog nooit van gekomen!

Op de talrijke hellingen werd het verschil duidelijk tussen de jonge en de oudere garde. De nodige rode lichten werden door de laatsten ditmaal de hemel ingeprezen om telkens wat op adem te kunnen komen.

‘Pittig ritje!’, oordeelde gastrijdster Ellen VC, die vandaag probleemloos de trappers rond kreeg. Daarbij nog honderduit kunnen vertellen… Die meid zit goed, heel goed!

In ’t Vagevuur in Sint-Pieters-Leeuw wilden Marc V en Patrick D nog snel de plaatselijke specialiteit, een Lindemans Geuze, tot zich nemen. Wijselijk hielden ze het bij enkele calorierijke cola’s.

Nadat kassier Patrick D nog snel de overschot van de centjes in zijn achterzakken stak (2 keer drinken voor nog geen 5 euro en dan nog overschot?), namen Erwin, Nicolas en Bjorn al spoedig weer de vermoeide bende weer op sleeptouw.

Ons pelotonnetje denderde verderde aan 40 km/uur, wat bij Tom V de uitspraak ontlokte: ‘Dat is hier precies koers!’ Met de tong tussen de lippen konden wij zijn woorden alleen maar bevestigen. ‘Neen, neen, ’t is hier echt koers, hé!’, sprak hij terwijl wij de finishlijn overschreden.

‘De prijzen worden uitgedeeld aan de meet!’, sprak Geert M, wat meteen het sein was voor Ellen VC om er als een speer vandoor te gaan met ’t Coolhem in zicht. Slechts één Snelvoeter wist haar nog te remonteren.

Alle anderen waren al blij dat ze heelhuids deze deugddoende maar lastige rit overleefd hadden.

En om er al meteen bovenop te komen gaf de Marc V een tournee in ’t Coolhem voor zijn 61ste verjaardag. Lutteke – eigenlijk zowat de mascotte van onze ploeg – passeerde daar zogezegd ‘toevallig’. Gelukkig had Marc een ‘nulleke’ besteld, zoals vrouwlief het hem vingerwijzend had opgedragen.

2026 Rit Oud-Heverlee

door Erik Seghers

To Uber or Not to Uber?
Een halve Uber dan maar… om uit de stad te geraken tot op de parking. Verstand komt met de jaren, zeggen ze — en soms ook een klein beetje luiheid.

Eigenlijk een beetje zoals vandaag: de rit naar Beauvechain… maar toch ook weer niet. Twaalf kilometer korter én met een nieuwe naam: Oud-Heverlee. Oud, zoals ik me deze ochtend voelde, na een korte maar met een BANG afgesloten nacht — je begrijpt me wel. Blijkbaar verkoopt een vleugje seks goed in een verhaal, dus op vraag van meerdere Snelvoeters zou ik vandaag mijn beste beentje voorzetten. Dat kwam goed uit, want die andere twee hadden al laten weten dat ze in de heuvelzone forfait zouden geven.

Bij de start leek niemand echt goesting te hebben om Jos te volgen vanaf de parking. Er werd wat getwijfeld… maar al snel deden de hormonen hun werk: 29 Snelvoeters werden als magneten aan zijn wiel gezogen. Sterk begin!
We hadden een goed spoor, tot… halfweg. Het spoor liet ons gewoon in de steek. Afgesloten. Klaar. Merci en tot ziens.

We hadden incognito de camera’s kunnen ontwijken en “spoor lopen”, maar dat had ons verplicht tot een heuse Helaasheid der Dingen-actie. En laat ons eerlijk zijn: niet iedereen was in de mood om in zijn blootje, met de fiets in de hand, de oversteek te maken. We hielden liever nog iets achter de hand… hoe klein dan ook.

Nog voor de eerste hoogtemeters werd er stevig doorgetrokken — aan de sturen welteverstaan. Op sommige momenten leek het alsof we op het circuit van Zolder reden. Razendsnel ging het!
Senne, Robbe en Robbeets reden daar gisteren nog bijna 46 gemiddeld. Gran Fondo Team was geboren! Of was dat ineens onze nieuwe sponsor in wording?

Vlaams-Brabant staat niet vaak op het programma, maar vandaag reden we richting het dak van de rit: het legendarische Spaans Dak. Goed restaurant trouwens, al waren de Zoet Water-vijvers ernaast iets minder indrukwekkend… leeggelopen en al. Zo ondiep had ik ze nog nooit gezien. De echte diepgang zouden we later wel vinden — op het terras… of gewoon thuis.

Boven op het plateau, ergens in Korbeek, na wat Strava zelf “de KUTKLIM” noemt (en terecht), had onze marathonloper platte benen. Dachten we. Terwijl ik even herademde op het “Dodenbankje”, bleek dat zijn benen nog perfect in orde waren — het was gewoon een platte tube.


Nieuwe erin, en GÁÁÁN! Alsof er niets gebeurd was.

Geen vader vandaag om hem tot de orde te roepen, want die was al voor de start zelf platgevallen. Die mocht terug naar zijn Lutje om later nog een comeback te plannen, na de rit welteverstaan.

Ik was eerlijk gezegd opgelucht toen de heuvelzone achter ons lag. Zoals gevreesd lieten mijn benen het daar toch een beetje afweten. En al die helpende handen en uitstekende duimen op mijn achterwerk… nee dank u — geen Uber voor mij!

Kristof waren we ergens in het veld kwijtgespeeld. Of zat hij al op het vliegtuig richting Mallorca? Den Rompelberg zal ginder wel werk met hem hebben.

Na de zoveelste platte band reden drie Musketiers gewoon verder, zonder te wachten. Elk voor zich, God voor ons allen.

En natuurlijk… ieders vriend Willy bezette intussen al strategisch het terras van het Coolhem, klaar om de krachtpatsers te ontvangen.

See you next week, my dear friends! 🚴‍♂️🍻

2026 Rit Axel

door Erik Heyvaert

Het is al meermaals gebleken dat Snelvoeters en regenritten niet samengaan. Vandaag paste zelfs piloot lange Marc voor zijn rit. Whatsapp stond weeral roodgloeiend deze ochtend. Wordt er gereden? “Ik pas”, “Ik ben ziek”, “Op mij moet je niet wachten”… Een goede raad beste vrienden, verwijder die weerapps van jullie smartphone!!

We waren met 8 en nen twijfelaar. Den twijfelaar is meegereden tot Temse en daar haar eigen weg uitgegaan. Rijden met een natte broek zou te veel impact hebben op haar tere billekes. Bij het vertrek passeerden we de mannen van Willaert – Van Boom en met het schaamrood op onze wangen moesten we vaststellen dat ze minstens met dubbel zoveel waren als ons. De eerste regen viel pas toen we Nederland binnen reden. Eens de Nederlandse polders bereikt begon ons select groepje te waaieren. Bij mij deed het pijn en van kopwerk was geen sprake. Ik wist niet dat ne rekker zo uitgerokken kon worden. Bij Frederick P was ineens het vat ook leeg. Niet van de gewoonte bij dit natuurtalent, maar hij had in het begin van de rit behoorlijk wat kopwerk voor zijn rekening genomen. Nikolas R poste zijn rit op Strava als volgt: “Flandrienrit in de Polders met 8 sterke Snelvoeters”. Ik hou het eerder bescheiden bij 8 karaktermensen. We hadden al snel beslist om onderweg niet te stoppen, maar onderweg werd ook duidelijk dat niemand nog goesting had om na de rit samen iets te gaan drinken. Aangezien het clublokaal dit weekend gesloten was gingen we uitwijken naar het Breeven, bij ons ex-clublid Benny. Bij een pisstop snel een bericht gestuurd naar Benny om ons te verontschuldigen. Hopelijk heeft den Benny zijn clubrit bij zijn nieuwe club “willen is kunnen” niet laten vallen om ons te ontvangen. Troost u Benny: uw club deed het nog slechter dan de Snelvoeters. Slechts 3 clubleden en 1 gastrijder. De regen is dus niet allesbepalend bij alleen maar de snelvoeters?

Volgende zondag Oud-Heverlee. Hopelijk droog en een massale opkomst. Verwijder die weerapps!!!