2025 Rit Sas-van-Gent

Door Erik Seghers

Het is weer zover: Flosh-trekkerij! De kermis is officieel van start gegaan. Boenke-boenke klinkt op de achtergrond — naast én in het bed. Okay, dat hoort er nu eenmaal bij, en vormt meteen ons vertrekpunt vandaag.

Negentien Snelvoeters vergezeld door vijf anderskleurigen, staan klaar om de winkelkarren achter zich te laten. Met een frisse blik en een gezonde dosis goesting trekken ze de paardenkracht op gang. De verklede rupsen starten pas rond 11 uur voor de jaarlijkse processie. Maar wij? Wij zitten meteen goed in het tempo. Halen we de finish al om 11 uur? 

In Baasrode moet nonkel Willy al aan de kant. Zijn balhoofd staat los… of moet hij gewoon naar dat familiefeest? Aan de Meerskant in Overmere trekken we verder richting Holland. De zon staat hoog aan de hemel, Oranje boven, en verwarmt onze gezichten — zalig!

De tijd vliegt voorbij, en wij lijken mee te vliegen. Voor we het goed en wel beseffen, rijden we al over de viaduct richting het Veer van Langerbrugge. Crawl met de velo op het veer, een beeld op zich. Lange rechte banen leiden ons door het uitgestrekte havengebied. De grens over. Maar lang blijven we daar niet — Zelzate komt snel in zicht.      

Afbeelding met buitenshuis, persoon, sportuitrusting, helm

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.
Afbeelding met buitenshuis, hemel, persoon, kleding

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

We zijn niet van slag, maar we zijn wél in Overslag. 

Tijd voor een vochtpauze, met op de achtergrond de nieuwe kerk.  En dan is er die ex-werknemer, die blijkbaar met geweld buitengezet werd. Zijn lidkaart van den Esso werd pardoes in twee geknipt. Maar hij bracht ons wijze woorden: “Al poep je niet, dan rust je toch. En als ze je toch roepen, dan poep je nog!” Zijn zoon weet van niets, hij weet enkel van die Duvel.

Afbeelding met tekst, kleding, persoon, Fietshelm

Door AI gegenereerde inhoud is mogelijk onjuist.

Vader en zoon Verheyen: vader met levenswijsheden?

Na deze rustpauze gaan we nog 45 kilometer stevig werken. Het blijft snel gaan, maar dat deert ook Willy Van Dijck niet. Als een jong veulen van 78 lentes peddelt hij vrolijk mee. 

Ook onze Jos staat nog steeds bovenaan de heldenlijst. De oude rotten voelen zich thuis bij deze zotte bende. Hun carrosserie is bijlange niet versleten zoals de Alfa Romeo’s die we onderweg spotten in Waasmunster. Ze zijn Belgisch, niet van Italiaanse makelij. Geen takelwagen nodig — misschien morgen?

De kandidaat lijsten voor het bestuur in november zijn geopend. Vandaag was er niemand van het huidige bestuur te bespeuren. Enkel onze nieuwe… die zich aanmeldde met een ietwat theatrale houding, alsof hij poepte, liet zich zien. 

Het ging hard vandaag. Snelvoeters waardig. En nu, wat verder aan die “Flosh’ gaan trekken. 

2025 Rit – MS tocht

Door Eddy Daems

Het lijkt wel of velen vandaag wel een reden vonden om er niet bij te zijn: De Filip was gaan gravelen, de familie Meersmans lag bruin te bakken aan zee en Eddy T vertoefde in Italië. Wellicht had moeder de vrouw de anderen verplicht mee te gaan op verlengd week naar aanleiding van Moederkesdag.
Even tussendoor: Op de vraag ‘Wat hebde met Moederkesdag voor uw vrouwtje gedaan?’, antwoordde onze kassier: ‘Ah, met de fiets gaan rijden, natuurlijk… op mijn eentje!’ De vraag die ik mij dan stel is: Welk wondermiddel gebruikt Guy M om dat thuis zo geregeld te krijgen?

De Nicolas R, die paarde het nuttige aan het aangename en had zijn vriendin meegebracht naar onze rit naar het Pajottenland. Met Ellen VC reed er zowaar een ‘groentje’ met ons mee, maar dan wel eentje met wonderbenen… En dan heb ik het over de kracht die haar benen overbrengen op de pedalen, hé heren!

Wat de rit zelf betreft (misschien ook iets over vertellen): Het verbaast me dat Nicolas en Tom V geen stek krijgen in het Museum Train World in Schaarbeek, beide locomotieven van het dendertype, hoe langer ze rijden, hoe harder ze bollen.
Met volgens Marc B 400 hoogtemeters en volgens Guy M 600 hoogtemeters was dit een pittige rit die elke Snelvoeter wel aankon.

Van bij aanvang deed de tweewieler van Erik S wat raar. De metalige geluiden bij elke extra duw op de trappers, ontlokte bij technisch expert Marc B de uitspraak: ‘Hoogstwaarschijnlijk is den Erik zijnen body kapot!’ Toegegeven, Erik S wordt nu wel een dagje ouder en hij is nogal ijdel van aard, maar om dat nu zo openlijk voor het volle van het publiek te vertellen…
Erik S droop met het schaamrood op de wangen af en had zich zijn zondagvoormiddag wel anders voorgesteld.

In café ‘De Gareelmaker’ had iedereen, na wat duw- en trekwerk om in ’t zonnetje te kunnen zitten, zijn plaatsje gevonden en weerklonken naar gewoonte de woorden ‘koffie’ en ‘cola’ met een tussenpauze van zo’n 5 minuten.
Tussendoor vond humorist Dieter VC nog snel de tijd om er een grapje tussen te gooien: ‘Ik dacht dat het vandaag een heuvelrit was?’ Je moet weten: Ondertussen hadden we al bijna 400 hoogtemeters op onze teller staan (dan zal Guy M toch gelijk gehad hebben!).
Net voor het tweede deel van de rit aan te vatten, kocht ondergetekende nog snel wat wenskaarten bij, waarbij er al meteen eentje op de post ging richting Erik S met het opschrift ‘Een spoedig herstel!’

Bij een afslag in Groot-Bijgaarden was het even schrikken toen Hans T tegen de grond ging bij het overschrijven van een witte lijn. Bij een eerste inspectie van zijn fiets bleek de schade nogal mee te vallen. Voor zijn eigen schaafwonden had deze stoere flandrien nauwelijks oog.
Hij ging zowaar aan het einde van de rit nog wat mee aan de kop sleuren.

Terwijl Marc V zijn verloren gegane vocht ging aanvullen op Trekkertje Trek, namen wij plaats op ons vertrouwde Coolhem-terras, waar voorzitter Chris V ons kwam vergezellen.
Het hoopgevende nieuws dat hij ons meedeelde aangaande zijn gezondheid, deed elk van ons nog meer deugd dan de 99,9 pas afgelegde kilometers. Het ga je goed, Chris!

A ja, Jos, wilt ge één van de dagen mijn resterende wenskaarten eens terugbezorgen, a.u.b.?

2025 Rit – Scherpenheuvel

Door Eddy Daems

Paul Fournel schreef ooit: ‘De fiets is een geniaal apparaat dat iemand die zit de gelegenheid geeft om zich louter en alleen door zijn spierkracht tweemaal zo ver en zo snel voort te bewegen als iemand die staat’.
En dat is een mening die door elke rechtgeaarde Snelvoeter wordt gedeeld en die ook de reden is waarom hij – gekverklaard door de meesten – op een ontieglijk vroeg uur op zondagmorgen al rijdende in beweging zet.

Toegegeven, onze 134 lange rit naar ’s lands bekendste bedevaartoord lijkt een ‘afternoonwalk in the parc’ in vergelijking met de 100 km Dodentocht. Maar voor kerels van onze leeftijd is dat zowat het maximum van ons kunnen.

Michèle had zich de moeite getroost de rit te verkennen en te merken aan het aantal Whatsapp-berichtjes die werden gepost zou het een rit zijn met (hellingen en) vele hindernissen. Vooral het bord ‘verboden richting’ – het vemaledijde ‘spiegelei’ – verperde ons meermaals de weg.
Zelf was ze thuis aangesteld als bewaker van een veelharig mormel op vier poten… Je kent ze wel: Veel blaffen en weinig bijten! Het was dus zeker den Erik H niet, want die was vandaag wel van de partij!
En bij afwezigheid van de Jos was het Marc B die bleef hameren op het begrip ‘stiptheid’ als één van de belangrijkste woorden in het Snelvoeters-vocabularium.

Een zestal krachtpatsers nam vandaag het voortouw aan kop van ons 21 man tellend peletonnetje, maar het was toch vooral Marc B, die het leeuwendeel van de kop voor zijn rekening nam. Goedingelichte bronnen uit ons peleton vermoeden dat hij een nieuwe brandstof tot zich heeft genomen, die voorlopig nog onopspoorbaar is. Speurders leggen linken naar zijn nieuwe werkgever Q8. We achten de kans groot dat ook zijn zoon Joren van de mysterieuze toverdrank heeft geproefd.

Op korte tijd kregen we drie hellingen voor de voeten geschoven. Au fond is een berg niet weinig meer dan een uitstulping van het aardoppervlak. Een hoop aarde met pretentie. Tot je ervoor staat op twee wielen. Vooral den Houwaart in Tielt-Winge vergde wat zweet en tranen op deze zonovergoten dag.

In Scherpenheuvel was het even zoeken naar een bereidwillige fotograaf en een café met een schoon terras, zodat onze zoektocht eindigde in het Molenhuis, waar we meteen een suikerwafel toegestopt kregen. Dat die gastheer ons meteen de nodige suikers aanbood, zal ook wel iets gezegd hebben over onze fysieke toestand. Hans M vond dat dit nog niet volstond en stapte de eerste de beste bakkerij binnen voor ne kreimkoek.

Onderweg kregen zowel Eddy M als zijn carbonnen ros het wat moeilijk. ‘Herstelwerken Van Hoye’ wist dit klusje in een mum van tijd te klaren. Eddy M zelf kreeg van zijn ploegmakkers nadien de nodige schouderklopjes, die hem er wel doorheen hielpen.
Toen we onderweg het bord ‘Evenement’ passeerden, moesten we even verder alweer de remmen dichtknijpen, want er was een koers aan de gang met de groene vlag op 5 minuten achterstand van de renners. Gelukkig konden we onze verloren tijd nuttig besteden met het aanschouwen van de zwoele dansen van een viertal schaars geklede jonge deernes aan de kant van de weg. (Die suikerwafel was er niks tegen!)

Afsluiten deden we met een achttal dorstigen op het terras van tennisclub Stepp waar zelfs nen Bel-pils onze smaakpapillen wist te verblijden. En ge kent de uitdrukking van de Guy ‘Eentje is geentje’… (Voor meer details wend u tot guy.moons@telenet.be).

Ziezo, geslaagd in mijn opzet om de Jelle V voor één keertje niet te vermelden in mijn verslag, want wat die jongen dit weekend op sportief vlak weer uit zijn kuiten schudde…
Dedju, weer mislukt!

2025 Rit Waterloo


door Erik Seghers

Gisterenochtend was het voor de fietsers onder ons een ware thriller.
Buienradars werden massaal en obsessief geraadpleegd—alsof we met genoeg klikken de regen konden wegduwen. Het was een dans van bed uit, bed in, gevolgd door onvermijdelijk het bed uit! Op tafel zitten als strategen, turend naar buiten alsof we het weer konden onderhandelen. Maar diep vanbinnen wisten we het al: die regen zou ons straks genadeloos treffen, zonder pardon, zonder paraplu, en met de grijns van Moeder Natuur die duidelijk zei: “Succes hé!”

 De gravelrit van OAB was een waar epos, meesterlijk opgebouwd alsof Spielberg himself het parcours had uitgetekend.
Deze ochtend daarentegen: geen drama, geen twijfel, gewoon opstaan en vertrekken. De zon straalde alsof ze ons persoonlijk wilde feliciteren met onze keuze voor de fiets. In zomertenue trokken we richting Kalfort, fris, fruitig en licht overdreven zelfverzekerd.

Behalve Merckx. Die had duidelijk een seizoen update gemist en verscheen in volle winteruitrusting, klaar voor een expeditie naar Antarctica.
Het eerste deel van de 28-koppige formatie was al vertrokken, strak in het gelid. De treuzelaars? Die hadden het vlaggen. Ze moesten meteen alle registers opentrekken—alsof ze de Ronde van Frankrijk inhaalden op een bakfiets.

Marc V. begon de rit vooraan, maar gleed al snel stilletjes naar de achterhoede.
Was hij daar om zijn nieuwe Specialized te showen, of waren dit de eerste tekenen van een “ik had beter in bed gebleven”-dag?
Ons Els was ook van de partij. Had ze haar legendarische vorm van weleer teruggevonden, of kwam ze gewoon haar parcoursbouwer persoonlijk feliciteren met het meesterwerk?

Ter hoogte van Ternat gebeurde het onverklaarbare: 80% van het peloton ging plots vol in de remmen en dook de graskant in.
Wat was er aan de hand? Een obstakel? Een wild zwijn? Nee hoor—misschien gewoon een collectieve poging om nog wat extra gewicht kwijt te raken voor de aankomende hellingen. De spanning was te snijden, de logica ver te zoeken.

Na deze mysterieuze graskant-manoeuvre werden de registers opengetrokken en ging het tempo de hoogte in alsof we op de vlucht waren voor een regenbui die er niet was. De heuvels volgden elkaar op als afleveringen van een spannende serie.

In Eigenbrakel werd een korte stop ingelast. Boven op de berg stond een reusachtige Leeuw, majestueus en… met zijn achterste naar ons toe. Uiteraard konden we het niet laten om daar een groepsfoto te nemen. De Leeuw had niets door, de wind zat in ons voordeel, en wij voelden ons even koning van de racefiets.

De overwinning van de monarchieën was binnen, maar onze rit zat nog niet eens aan de helft.
Zelfde hellingen, andere vergezichten—alsof het landschap een nieuwe outfit had aangetrokken.
Aan het station van La Hulpe werd het terras geopend alsof we VIP’s waren op een wielerfestival. Dorstig, half verslagen en met zonnebrillen die de vermoeidheid moesten verbergen, dronken we ons nog wat moed in voor het vervolg.

Via Duisburg richting Tervuren, waar de Willy nog steeds rondreed met een drinkbus die met een schoenveter aan zijn kader hing. Die veter hadden we ergens onderweg gevonden—mogelijk van een wandelaar die het opgaf en zijn schoenen achterliet als offer aan de racefietsgoden

.

Bij de splitsing van de brug en het bos van Tervuren werd het peloton plots herleid tot één compact hoopje miserie.
Alle remmen dicht—leve de schijfremmen! Het leek even alsof we een flashmob deden, maar dan zonder choreografie.
Na een idyllisch padje door de bossen kwamen we aan het rondpunt van Tervuren, waar de Bandudu Water Jazz Band stond te blinken in de fontein. Links van ons stond een reusachtige Afrikaanse olifant, ogenschijnlijk uitgeput van het toekijken.

We zochten de vlucht naar Sterrenbeek via Skyes, terwijl vliegtuigen boven ons neerdaalden alsof ze ons wilden aanmoedigen. Wij spurt(t)en verder, het tempo vloog vooruit. Sommigen hadden de hellingzone overleefd dankzij helpende, duwende handen—een soort mobiele hulplijn op twee wielen.

Maar ter hoogte van Steenokkerzeel werd het weer een optrekpartij te veel voor Geert. “Laat maar lopen,” beval hij de Erwinator.
In de buurt van Hombeek haalden Jelle en Erwin nog even een zware elektrische fiets uit de gracht. De vrouw lag er gelukkig nog goed bij—de fiets had duidelijk meer geleden dan zij.

Zware benen na de OAB-rit—waren het de grondwerkersbenen, de gravelklimmersbenen, of gewoon te veel worsten op de barbecue?
Er werden allerlei verklaringen geopperd voor de iets minder frisse benen op The Day After.
Moe maar voldaan zagen we de eindmeet naderen, alsof we een pelgrimstocht hadden volbracht.
Tom V., een dikke merci om ons dit verborgen stukje paradijs aan de Brusselse rand te laten ontdekken.
We kwamen, we zagen, we fietsten… en we zullen het morgen voelen.