Door Erik Seghers
Eerst en vooral wil ik mijn excuses aanbieden. Sorry, Michèle! Maar jouw naam zal niet in dit verslag verschijnen. Vorige week vond Michèle zelf dat ze iets te vaak aan bod kwam in het verslag van Sas van Gent, geschreven door haar man. Dus nee, Michèle, deze keer gaat dat niet gebeuren.
Het begon deze ochtend aan het tankstation Q8 in Kalfort. Of was het toch op de parking van weleer, ons gebruikelijke vertrekpunt? Daar stond immers nog steeds die verdomde kermistent, het middelpunt van de hoogdagen van menig Kalfortenaar. En wat het strafste van al is: Tony had nog een WhatsApp-berichtje naar de groep gestuurd. Blijkbaar wel naar de bestuurdersgroep alleen. Gevolg: verwarring alom.
Na het oppikken van enkele Snelvoeters aan de tent kon de rit eindelijk beginnen. En hoe! Onze jeugdige kopmannen waren niet aanwezig vandaag. Ze waren zich duidelijk al aan het voorbereiden op de ploegentijdrit later op de dag tijdens de hoogdagen.


Dus was het vandaag de beurt aan de ouderen. En die oudere garde wilde uitpakken. Vanaf minuut één lag het tempo hoog. Lange Marc, Jos, Hans T. en nog enkele anderen vlogen er meteen in. Ze wilden blijkbaar hun plaatsje op het terras veiligstellen nog vóór de tussenstop openging.
Op het kerkplein van Werchter waren we even de weg kwijt. Of waren sommigen stiekem op zoek naar de festivalweides van Werchter? Feesten zat er vandaag echter niet in. Misschien wel voor de échte Kalfortenaars die er vandaag niet bij waren. Onze benen zouden niet branden van het springen op onze favoriete muziek, maar van het stampen op de pedalen.
Na het eerste uur werd het toch wat moeilijker om vervanging te vinden aan kop van het peloton. Onderweg passeerden we langs prachtige villa’s en buurten waar duidelijk geld zit. Al hoeft rijkdom natuurlijk niet altijd in stenen of luxe te zitten; soms schuilt die net in de kleine dingen.
Een vijftiental kilometer voor Scherpenheuvel kregen we nog enkele mooie klimmetjes door de bossen voorgeschoteld. Hier en daar zorgden de smalle weggetjes zelfs voor een vleugje gravelplezier. Niet veel later doemde de kerk van Rillaar op aan de horizon.
Aangekomen in Scherpenheuvel brandde Jos S. een kaarsje voor iedereen die het vandaag moeilijk heeft. Het was een mooi moment van bezinning, want hoe zwaar een zondagochtend op de fiets soms ook aanvoelt, het dagelijkse leven stelt sommigen voor veel grotere beproevingen.




Na het drankje en het gratis, zij het eerder goedkoop suikerwafeltje, zetten we onze fietshelm opnieuw op en vertrokken we voor de laatste 65 kilometer. Op weg naar onze veilige haven, thuis genaamd.
In het begin was de wind ons nog vergevingsgezind, maar de kracht van het brandende kaarsje was blijkbaar al uitgewerkt. Coureur Stijn en comebackman Christophe deden ons pijn. Ze namen ons letterlijk op sleeptouw. De kruisweg van Jezus leek er niets bij.
In Putte reed Jos werkelijk in een put. Het hele peloton stopte om te kijken wat er aan de hand was. Jos bleek gelukkig enkel vals plat te staan. Niets ernstigs dus. Tot Hans T. plots van het fietspad de weg opsprong. Die stond wél echt plat.
Tijdens het wachten werd hier en daar bijgepraat over allerlei kwaaltjes en pijntjes. De oplossing bleek volgens sommigen een degelijke massage te zijn, uiteraard zonder happy ending. Jan had dat gesprek blijkbaar opgevangen, want bij de herstart reed hij meteen op kop. “No pain, no gain”, moet hij gedacht hebben.
Het mag gezegd worden: de rit naar Scherpenheuvel werd wat bijgeschaafd en gefinetuned, en is daardoor een stuk aantrekkelijker geworden.
Ja, sorry. Ik had het beloofd. Maar afsluiten doe ik toch graag met een welgemeende:
Dank u, Michèle!