2026 Rit Hallebos

Door Erik Seghers

Er stond vandaag een nieuwe rit op het menu, uitgetekend door Tom Vingerhoets. Het was er wel eentje zonder aangepaste wijnen, want blijkbaar heeft hij de alcohol tijdelijk afgezworen. Tja, je kunt nu eenmaal niet alles hebben in het leven, zeker?

Dan maar de drinkbussen gevuld met water, aangevuld met de nodige poeders en elektrolyten. De hitte van vorige week was ondertussen wat meer naar het zuiden opgeschoven. Wij zouden die richting ook uitgaan, al dan
niet helemaal tot aan de brandhaarden die daar momenteel woeden.
Zeventien Snelvoeters en twee gastrijders stonden paraat om het wiel van Jos te volgen. Als echte ronderenners ploegden we de eerste dertig kilometer voort als een geoliede machine. De vraag was alleen: wie zouden we vandaag naar de overwinning loodsen? De gele trui ligt alleszins al klaar in
clublokaal Coolhem.

Tom en Bjorn deden hun uiterste best om het tempo strak te houden. Maar voor wie werkten ze eigenlijk? Misschien voor Els? Of toch voor Willy?
In de regio Meise draaiden we plots op een bekende betonbaan linksaf. En daar begon het echte werk: een wondermooi parcours waarin we de rest van de voormiddag zouden vertoeven. Mooie vergezichten, pittige klimmetjes, snelle afdalingen en… één bijzonder sappige bulderlach. Waar kwam die vandaan?
Van Thierry, onze zwarte BASF-renner. Een collega van Patrick, al zou je dat niet meteen zeggen, want blijkbaar komen die elkaar niet zo vaak tegen op de werkvloer. Maar ja, daarvoor moet je natuurlijk wel eerst op de werkvloer verschijnen, hé. No es así?

Die lach bracht ons alweer wat dichter bij het Hallerbos. Daar ging het even op en neer, waarna we Els en Willy opnieuw in het vizier kregen. De beroemde paarse boshyacinten waren ondertussen al lang uitgebloeid; daarvoor waren we enkele maanden te laat.

Maar eerst moesten we nog over de beruchte Bruine Put, weliswaar langs de gemakkelijke, minder steile kant, een klim van ongeveer een kilometer aan gemiddeld 3,6 procent. Pas daarna konden we de terugweg aanvatten.
Van de stervende zwaan was vandaag geen sprake. In de plaats daarvan zat er een echte springveer in het peloton: Yves, onze tweede gastrijder in het wit.

In Halle stapten we even af op het gezellige marktplein voor een frisse drank.
Gene kak daar. Of toch?

Ondertussen hadden we al zo’n 600 hoogtemeters weggewerkt en moesten we er nog een dikke 300 bijeensprokkelen. Die vonden we gelukkig via Oudenaken en Gaasbeek. De terugtocht was definitief ingezet. Al hadden ze die Vrijthout er van mij gerust mogen uitlaten. Kak!

Onderweg kregen Chris VD, Hans VH – onze mecanicien van dienst – en Tony DW nog af te rekenen met wat pech, maar ook dat hoorde erbij.

Ergens in Asse gooiden Tom en Bjorn opnieuw de knuppel in het hoenderhok en trokken ze stevig door. Waren ze van plan om er nog een paar af te rijden?

“Ja dag!”, dacht vrouwlief, schattie Els. “Niet met mij.”

Ze gaf geen krimp en bleef vrolijk aanklampen. Als dat het plan was, zullen Tom en Bjorn toch met andere kaarten moeten afkomen. Liefst rode. Vanaf dat moment ging het tempo niet meer naar beneden. Vandaag zullen sommigen ongetwijfeld even zwart voor de ogen gezien hebben. Of kwam dat gewoon door het zwarte tenue van Thierry C? Eén ding is zeker: er werd afgezien, maar er werd vooral veel gelachen.

Auteur: admin chris

Voorzitter Wielertoeristenclub De Snelvoeters