door Erik Heyvaert
Het regent weer, dan weet je het wel… Hoge woorden in het verslag van vorige week, ook al een regenrit, maakte dat ik deze keer niet kon passen voor de clubrit. Gijzenzele loopt nu niet bepaald over een mooi parcours, maar liever rijden dan een mietje worden.
Willy, de piloot, had gisterenavond al forfait gegeven. Hij was nochtans een van de waterkiekens van vorig weekend. Jos S. probeerde via WhatsApp de rit nog te laten annuleren, maar op de ledenvergadering was beslist dat alle ritten doorgaan. Als ze als zotten willen rijden, onder welke weersomstandigheden dan ook, dan verdienen ze hun punten. Dat brengt misschien nog wat spanning in het clubkampioenschap.
Niet dat ik clubkampioen wil worden, maar een mietje word ik niet. Dus: go met de geit!
Helaas viel de geit al plat richting Kalfort. Snel een berichtje naar de snelvoeters om te melden dat ik plat stond, in de hoop dat ze op mij zouden wachten. Bleek mijn inbussleutel ook nog naar de kl… te zijn. Dan maar even een hulplijn bellen. Michèle kwam, in pyjama, mij depanneren. Liefde is toch mooi.
Om 08u05 stond ik op de parking, maar geen snelvoeter te zien. Hadden ze niet op mij willen wachten, of was er gewoon niemand komen opdagen?
In de gietende regen — aangenaam is anders — de rit aangevat. De wind zat nog eens vol op kop en er was geen Erwinator waar ik achter kon schuilen. Fietspaden, borduren op en af… Alleen rijden is gewoon niet plezant. Snelheden haal je er ook niet mee. Vandaag kwam ik uit op een gemiddelde van 25,9 km/u. Eerder een traagvoeter dus.
Juist voor Wieze stuurde Willy ons door de wegenwerken. En ja hoor, ook daar viel ik alweer plat. Een nagel stak dwars door mijn band. Ik dacht dat ik een Joske ging doen. Alle reservebandjes waren ondertussen opgebruikt. Op hoop van zegen de rit verder gezet, want nog eens platvallen betekende dat ik opnieuw een hulplijn moest bellen.
Vanaf Melle stopte het gelukkig met regenen. Volhardend als ik was, besloot ik de rit volledig uit te rijden. Willy stuurde ons — of beter: mij — via de jaarmarkt in Baasrode en achteraf ook nog eens dwars door het centrum van Puurs, waar Pukema plaatsvond.
In ’t Coolhem werd ik verwelkomd met: “Toch nog ene.”
De blauwe garde had zich al afgemeld. Van ons hadden ze niets gehoord. Brood en beleg waren ze dan ook nog niet gaan halen. Stel je voor: een gans brood met kaas en hesp. Dat krijgt zelfs Willy niet op.
Dus trakteerde Cindy me op een boulet. En die smaakte na zo’n helse rit!
Hopelijk wordt het de rest van het seizoen terug beter weer, want alleen rijden… dat is toch niet plezant.















