Zondag 6 september 2026 – Rit Merckxboys

door Eddy D

Al vier dagen was ik het vroeg opstaan gewoon… Dan mocht tijdig aan de start verschijnen van onze zondagse rit – na een week kermisvieren – ook geen probleem zijn. ‘Spreek voor uzelf!’, zal Guy M gedacht hebben. Bij die arme jongen zat het kermisvieren nog danig in zijn lijf en dat zal die geweten en gevoeld hebben. Gelukkig kon hij zijn hartje ophalen bij de prestaties van zijn kleindochter Liv, die zowaar de gele trui tijdens de Loopronde van Kalfort wist te bemachtigen. (Zij verzorgt zich dan ook wel als een ware prof, wat we van Guy bezwaarlijk kunnen zeggen!)

Aan de inschrijftafel was het een blij weerzien met Kurt K, die na maanden afwezigheid weer zijn opwachting maakte. Hij haspelde, samen met Leon, de 70 km af en paste wijselijk voor de snelheidsrace die ons te wachten stond. Na afloop een pint pakken met die gasten is altijd een fijne belevenis.

De inschrijving aan abdij van Bornem was het rustigste moment van de dag… want vanaf het startschot gooiden Marc B en Stijn VH er meteen de beuk in. Als echte Bornemenaars kenden zij het parcours op hun duimpje en daar waren wij het slachtoffer van.

Die enkele zeldzame fietsers die wij passeerden, maakten meteen kennis met de pure snelheid waarvoor ons clubje zo gekend (en berucht) is. Enkel voor een drietal WIK’ers werkte onze tenue als een rode lap op een stier (dat zei dan weer een andere WIK’er) en zij vlogen ons voorbij alsof hun leven ervan afhing.

Op de vraag aan Willy M waar neef Senne was, kregen we het antwoord: ‘Die is op congé met zijn madam. En daarna gaat die studeren voor politieagent… om later te kunnen werken met delinquente jongeren!’

Eén ding is zeker: Als hij afgestudeerd is en hij rijdt met ons nog een toereke mee, zullen we toch wat meer rekening moeten houden met de geldende snelheidsbeperkingen en verkeersregels, want na onze tweede stop was het ‘gas geven’ dat het geen naam had.

Wat de Merckx-boys in hun wafeltjes en cake gestopt hadden weet ik niet, maar het was alvast iets Sterx.

Als Senne in de toekomst betaald wordt per overtreding dat die vaststelt, gaat die jongen nog een schone cent aan ons verdienen. (Misschien moeten we samen afspreken dat het allemaal aan die OAB-gastrijders lag…) ‘Boosdoeners’ van dienst waren ditmaal Andy R en weerom Marc B, die zijn benen niet voelde en wij die van ons des te meer! Ook bij Hans M ging het zo rap dat – zoals hij zelf zei – ‘het schuim er langs een klein gatteke uitkwam’ (en dat al sinds woensdag!)

Om tien voor twaalf (en geen 5 voor twaalf!) draaiden we het gezellige terras op van de Merckxboys om te verbroederen met tal van gelijkgezinde sportievelingen. Plotsklaps herrees Guy M als een fenix uit de as en na een drietal Duvels kwam hij er alweer helemaal door. De tournée generale van Frederik was ook mooi meegenomen. Proficiat, Frederik! Nog een geluk, want die schone prijzen van de tombola konden we ook op onze buik schrijven. We kunnen niet alles hebben in het leven!

2026 Rit Scherpenheuvel

Door Erik Seghers

Eerst en vooral wil ik mijn excuses aanbieden. Sorry, Michèle! Maar jouw naam zal niet in dit verslag verschijnen. Vorige week vond Michèle zelf dat ze iets te vaak aan bod kwam in het verslag van Sas van Gent, geschreven door haar man. Dus nee, Michèle, deze keer gaat dat niet gebeuren.

Het begon deze ochtend aan het tankstation Q8 in Kalfort. Of was het toch op de parking van weleer, ons gebruikelijke vertrekpunt? Daar stond immers nog steeds die verdomde kermistent, het middelpunt van de hoogdagen van menig Kalfortenaar. En wat het strafste van al is: Tony had nog een WhatsApp-berichtje naar de groep gestuurd. Blijkbaar wel naar de bestuurdersgroep alleen. Gevolg: verwarring alom.

Na het oppikken van enkele Snelvoeters aan de tent kon de rit eindelijk beginnen. En hoe! Onze jeugdige kopmannen waren niet aanwezig vandaag. Ze waren zich duidelijk al aan het voorbereiden op de ploegentijdrit later op de dag tijdens de hoogdagen.

Dus was het vandaag de beurt aan de ouderen. En die oudere garde wilde uitpakken. Vanaf minuut één lag het tempo hoog. Lange Marc, Jos, Hans T. en nog enkele anderen vlogen er meteen in. Ze wilden blijkbaar hun plaatsje op het terras veiligstellen nog vóór de tussenstop openging.

Op het kerkplein van Werchter waren we even de weg kwijt. Of waren sommigen stiekem op zoek naar de festivalweides van Werchter? Feesten zat er vandaag echter niet in. Misschien wel voor de échte Kalfortenaars die er vandaag niet bij waren. Onze benen zouden niet branden van het springen op onze favoriete muziek, maar van het stampen op de pedalen.

Na het eerste uur werd het toch wat moeilijker om vervanging te vinden aan kop van het peloton. Onderweg passeerden we langs prachtige villa’s en buurten waar duidelijk geld zit. Al hoeft rijkdom natuurlijk niet altijd in stenen of luxe te zitten; soms schuilt die net in de kleine dingen.

Een vijftiental kilometer voor Scherpenheuvel kregen we nog enkele mooie klimmetjes door de bossen voorgeschoteld. Hier en daar zorgden de smalle weggetjes zelfs voor een vleugje gravelplezier. Niet veel later doemde de kerk van Rillaar op aan de horizon.

Aangekomen in Scherpenheuvel brandde Jos S. een kaarsje voor iedereen die het vandaag moeilijk heeft. Het was een mooi moment van bezinning, want hoe zwaar een zondagochtend op de fiets soms ook aanvoelt, het dagelijkse leven stelt sommigen voor veel grotere beproevingen.

Na het drankje en het gratis, zij het eerder goedkoop suikerwafeltje, zetten we onze fietshelm opnieuw op en vertrokken we voor de laatste 65 kilometer. Op weg naar onze veilige haven, thuis genaamd.

In het begin was de wind ons nog vergevingsgezind, maar de kracht van het brandende kaarsje was blijkbaar al uitgewerkt. Coureur Stijn en comebackman Christophe deden ons pijn. Ze namen ons letterlijk op sleeptouw. De kruisweg van Jezus leek er niets bij.

In Putte reed Jos werkelijk in een put. Het hele peloton stopte om te kijken wat er aan de hand was. Jos bleek gelukkig enkel vals plat te staan. Niets ernstigs dus. Tot Hans T. plots van het fietspad de weg opsprong. Die stond wél echt plat.

Tijdens het wachten werd hier en daar bijgepraat over allerlei kwaaltjes en pijntjes. De oplossing bleek volgens sommigen een degelijke massage te zijn, uiteraard zonder happy ending. Jan had dat gesprek blijkbaar opgevangen, want bij de herstart reed hij meteen op kop. “No pain, no gain”, moet hij gedacht hebben.

Het mag gezegd worden: de rit naar Scherpenheuvel werd wat bijgeschaafd en gefinetuned, en is daardoor een stuk aantrekkelijker geworden.

Ja, sorry. Ik had het beloofd. Maar afsluiten doe ik toch graag met een welgemeende:

Dank u, Michèle!

2026 Rit Sas van Gent

Door Erik Heyvaert

We stonden met 21 man aan de start. 20 snelvoeters en oud lid ” den Bruyne”. Door afwezigheid van Jos S verliep de start nogal chaotisch en reed onze ouderdomsdeken Willy M zowaar op kop. Na een tiental kilometers kwamen Hans T en Hans VH de koppositie overnemen. Was de snelheid te laag of was het puur uit compassie voor de Willy? De Willy had zichzelf opgeofferd om het peloton aan te trekken, wetende dat hij maar een stuk van de  rit zou meerijden. De processie in Kalfort was belangrijker dan de clubrit. Kalfort kermis betekent ook de afwezigheid van de Guido M. Dit wordt weeral een aanslag op zijne lever. Ook afwezig was Marc VH, en dat hebben we gevoeld omdat zoonlief er de pees opgelegd heeft. Constant aan 40 km/hr en optrekken na elke bocht, dat zelfs lange Marc het even moeilijk had. Lange Marc moet zijn zoon even ook opvoeden, want die deed gewillig mee met snelle Jelle. 

In Oostakker konden we eindelijk even bekomen want de ferry over de Schelde was juist voor onze neus vertrokken. Die pispauze heeft ons genekt. Een pispauze zonder rekening te houden met de madam. Gelukkig stonden we iets verder voor een gesloten overweg, waar Michèle R ineens achter een elektriciteitscabine dook en haar broek aftrok. Godzijdank geen kortsluiting veroorzaakt.  Na een tiental minuten was het onze beurt om de rivier over te steken. Dan reden we door Ertvelde, het dorp waar Michèle R opgegroeid is. We passeerden haar lagere school, de kerk waar haar moeder begraven is en het huis van de beste vriendin van haar jongere zus. Snelle Jelle reageerde hierop dat, als we nog eens in Breendonk passeren, hij zijn Klavertje vier school ook eens zal vermelden.

In Overslag was de stop voorzien.Juist op de grens met Holland. We waren ervoor Holland al binnengereden via het Sas van Gent, en dat hebben we gemerkt aan de fietspaden. De cafébaas van D’n Overslagh had ons getrakteerd op partysnacks, omdat we nu al vier jaar op rij zijn zaak bezoeken. Partysnacks en fietsen zijn geen goede combinatie. Sommigen hebben de bitterballen twee keer gegeten.

De terugrit ging snel, soms,veel te snel. Voor mij toch en Jeroen K had het ook lastig. Aan ons zag je het, maar waarschijnlijk reden er enkelen ook op hun tandvlees zonder te willen toegeven dat het hard ging. Toen Hans M vooraan plat viel, gaf Patje D aan dat hij alleen verder reed. Patje moest namelijk nog gaan werken bij den BASF. 

De stop was bij den Benny. Ons clublokaal was onbereikbaar wegens de processie waar de Willy M het beste van zichzelf gaf. Volgende week Scherpenheuvel. Een kaarsje branden op een veilig seizoen. De rit is verkend maar de aanwezigheid van de piloot is niet gegarandeerd. Zij gaat zaterdag met den OAB de Wolf Land Gravel Ride met een afstand van 200km rijden. Het zal ervan afhangen hoeveel pijn de OAB’ers haar gedaan hebben. Nu Michèle kennende gaat ze geen enkele uitdaging uit de weg, competitief als ze is. Dus als jullie haar nu allemaal beginnen uitdagen kan ze niet anders dan de handschoen opnemen.

2026 Rit Rebecq

Door Erik Seghers

100 kilometer. Daar komen wij op zondag ons bed niet meer voor uit.

Als ze ons dat op een vrijdag voorschotelen, dan willen we daar misschien nog wel eens een nachtje voor doorhalen. Al lopend welteverstaan. Om dan als een halve dode over de streep te strompelen, toch diegene die twaalf uur later diezelfde streep oversteken.

Maar vandaag geen lijken op de fiets. Robbe en Senne waren misschien nog aan het nagenieten van een welverdiende massage. Al zouden we op het einde van de rit nog iemand tegenkomen met poten die duidelijk de rekening van de dag ervoor gepresenteerd kregen.

Vandaag moest het dus van anderen komen tijdens deze rit van 135 kilometer. Gelukkig lopen er nog genoeg zotten rond op deze wereld.

Het eerste uur vloog voorbij. Voor we het goed en wel beseften, passeerden we al het REV-supporterslokaal in Schepdaal. Normaal komen we daar veel later voorbij, wanneer de tank stilaan op reserve begint te draaien, maar vandaag reden we het parcours in “reverse”. Langs de andere kant.

En nee Patje, ik bedoel niet letterlijk de andere kant. Het feest zit bij mij namelijk altijd aan de voorkant.

Nog 100 kilometer te gaan. Misschien werd dit toch nog onze persoonlijke Dodentocht?

Aan het volume van het gekwetter te horen was er echter nog geen sprake van vermoeidheid. Toch niet bij onze drie vrouwelijke leden. Dat was voor de mannen het sein om er een stevig snokje aan te geven.

Mooie glooiende weggetjes en smalle baantjes schoten onder onze wielen door. Prachtige landschappen verblindden onze ogen. En het ging hard.

Nee Patje, niet dát hard. Gewoon snel.

De ene ‘elling’ na de andere diende zich aan. We zaten dan ook letterlijk in het gehucht Elingen. Plots kreeg ik zin in een frisse Hoegaarden, maar helaas zaten we in Bogaarden. Het leven kan soms onrechtvaardig zijn.

Het Franstalige gedeelte van België, met Bierghes en Enghien, wilden we snel achter ons laten. Dat lukte wonderwel, want voor we het wisten reden we Tollembeek binnen.

Daar stond hij: Urbanus. Samen met Nabuko Donosor en Amadee de Strontvlieg. Al leek die laatste verdacht veel op een bij die zich had vergist van job.

Je zou denken: stront aan de knikker. Maar nee hoor. Achter de hoek wachtte onze bevoorrading.

De Hittentitten hadden dorst. En een klein hongertje.

De rit verliep verrassend vlot en soepel, tot onze piloot Tom lachend zei:

“Nu begint het echte werk.”

Toen Eufrazie dat hoorde, pakte ze vliegensvlug haar cola, stak ze deze in haar achterzak en zette het op een lopen met haar fiets.

Na twee hellingen was het koppel echter alweer herenigd. Een klopje op de poep, een paar lieve woordjes, en alle hectiek was vergeten.

Na Vollezele leek het alsof we een zoo binnenreden. Zwartschaap, Paddenbroek en Koekoek passeerden allemaal de revue.  Het gelach klonk opnieuw door het peloton.

Of kwamen die decibels gewoon van ons nieuw lid, Zebra Thierry?

Nog één helling scheidde ons van de laatste 25 kilometer. Daarna ging het razendsnel. Er werd stevig doorgetrokken en hier en daar zelfs een klein beetje afgezien. Maar dat geven wielertoeristen natuurlijk nooit toe. Dieter gaf er op tijd de brui aan.

Voor we het beseften stonden we alweer aan ons clublokaal.

Boterhammen, eentje met keis en heps, en de nodige drankjes, mét of zonder 0, vlogen van hand tot mond. Het was duidelijk dat er meer honger was dan enkele uren voordien werd toegegeven.

Het was een prachtig parcours. In alle opzichten.

Al was het mooiste misschien nog wel Lieke Nooijen, die ons vriendelijk goeiedag zei om vervolgens weg te rijden alsof wij met de handrem erop fietsten.  Ze liet ons achter als een zak aardappelen. En eerlijk? Zelfs die zak aardappelen reed waarschijnlijk nog sneller dan wij.

2026 Rit Rebecq

Door Erik Seghers

100 kilometer. Daar komen wij op zondag ons bed niet meer voor uit.
Als ze ons dat op een vrijdag voorschotelen, dan willen we daar misschien nog wel eens een nachtje voor doorhalen. Al lopend welteverstaan. Om dan als een halve dode over de streep te strompelen, toch diegene die twaalf uur later diezelfde streep oversteken.
Maar vandaag geen lijken op de fiets. Robbe en Senne waren misschien nog aan het nagenieten van een welverdiende massage. Al zouden we op het einde van de rit nog iemand tegenkomen met poten die duidelijk de rekening van de dag ervoor gepresenteerd kregen.
Vandaag moest het dus van anderen komen tijdens deze rit van 135 kilometer. Gelukkig lopen er nog genoeg zotten rond op deze wereld.
Het eerste uur vloog voorbij. Voor we het goed en wel beseften, passeerden we al het REV-supporterslokaal in Schepdaal. Normaal komen we daar veel later voorbij, wanneer de tank stilaan op reserve begint te draaien, maar vandaag reden we het parcours in “reverse”. Langs de andere kant.
En nee Patje, ik bedoel niet letterlijk de andere kant. Het feest zit bij bij namelijk altijd aan de voorkant.
Nog 100 kilometer te gaan. Misschien werd dit toch nog onze persoonlijke Dodentocht?
Aan het volume van het gekwetter te horen was er echter nog geen sprake van vermoeidheid. Toch niet bij onze drie vrouwelijke leden. Dat was voor de mannen het sein om er een stevig snokje aan te geven.
Mooie glooiende weggetjes en smalle baantjes schoten onder onze wielen door. Prachtige landschappen verblindden onze ogen. En het ging hard.
Nee Patje, niet dát hard. Gewoon snel.
De ene ‘elling’ na de andere diende zich aan. We zaten dan ook letterlijk in het gehucht Elingen. Plots kreeg ik zin in een frisse Hoegaarden, maar helaas zaten we in Bogaarden. Het leven kan soms onrechtvaardig zijn.
Het Franstalige gedeelte van België, met Bierghes en Enghien, wilden we snel achter ons laten. Dat lukte wonderwel, want voor we het wisten reden we Tollembeek binnen.
Daar stond hij: Urbanus. Samen met Nabuko Donosor en Amadee de Strontvlieg. Al leek die laatste verdacht veel op een bij die zich had vergist van job.
Je zou denken: stront aan de knikker. Maar nee hoor. Achter de hoek wachtte onze bevoorrading.
De Hittentitten hadden dorst. En een klein hongertje.

De rit verliep verrassend vlot en soepel, tot onze piloot Tom lachend zei:
“Nu begint het echte werk.”
Toen Eufrazie dat hoorde, pakte ze vliegensvlug haar cola, stak ze deze in haar achterzak en zette het op een lopen met haar fiets.
Na twee hellingen was het koppel echter alweer herenigd. Een klopje op de poep, een paar lieve woordjes, en alle hectiek was vergeten.
Na Vollezele leek het alsof we een zoo binnenreden. Zwartschaap, Paddenbroek en Koekoek passeerden allemaal de revue. Het gelach klonk opnieuw door het peloton.
Of kwamen die decibels gewoon van ons nieuw lid, Zebra Thierry?
Nog één helling scheidde ons van de laatste 25 kilometer. Daarna ging het razendsnel. Er werd stevig doorgetrokken en hier en daar zelfs een klein beetje afgezien. Maar dat geven wielertoeristen natuurlijk nooit toe. Dieter gaf er op tijd de brui aan.
Voor we het beseften stonden we alweer aan ons clublokaal.
Boterhammen, eentje met keis en heps, en de nodige drankjes, mét of zonder 0, vlogen van hand tot mond. Het was duidelijk dat er meer honger was dan enkele uren voordien werd toegegeven.
Het was een prachtig parcours. In alle opzichten.
Al was het mooiste misschien nog wel Lieke Nooijen, die ons vriendelijk goeiedag zei om vervolgens weg te rijden alsof wij met de handrem erop fietsten. Ze liet ons achter als een zak aardappelen. En eerlijk? Zelfs die zak aardappelen reed waarschijnlijk nog sneller dan wij.

2026 Rit Peulis

door Erik Heyvaert

Peulis, oftewel het meer van Keerbergen… of is het omgekeerd? Door de aanpassingen door de jaren heen is Peulis een stopplaats geworden in een steeds langer wordende rit. Dit jaar is het helemaal uit de hand gelopen.

De clubrit Peulis stond jarenlang gepland als een van de laatste ritten van het seizoen. Toen er twee jaar geleden tijdens de ledenvergadering beslist werd om in het begin en op het einde van het seizoen niet meer te stoppen tijdens de rit, ontstond er vorig seizoen een dilemma toen we café Paradijs in Peulis passeerden. De clubleden die vastgeroest zitten in tradities wilden stoppen, terwijl anderen de beslissing van de ledenvergadering als het hoogste goed beschouwden. Geen stop dus. Tot grote spijt van piloot Guido M.

De Guy moet blijkbaar een oogje hebben op de cafébazin, want hij heeft hemel en aarde verzet om de rit naar Peulis vroeger op het seizoen te zetten. Daardoor moest de rit grondig hertekend worden om aan de nodige kilometers te komen. Guy had enkele lusjes in de buurt van Kalfort aan het oorspronkelijke parcours toegevoegd, maar dat werd na de vorige clubrit tijdens de nabespreking in het clublokaal niet enthousiast onthaald.

Omdat ondergetekende die streek nogal goed kent, heb ik de rit aangepast met nieuwe stroken langs Boortmeerbeek, Haacht, Werchter en Tremelo, om zo naar het meer van Keerbergen te rijden. Het nieuwe parcours was geslaagd, maar tegen volgend seizoen gaan we nog enkele aanpassingen doen. Die kleine baantjes moeten eruit. Alleen heeft Guy schrik dat er dan nog harder gereden zal worden. Het argument om die aanpassingen te doen is natuurlijk dat we dan veiliger kunnen rijden.

Over hard rijden gesproken: ik vond dat het vandaag goed bolde, maar in de dorpskernen mocht het misschien toch iets minder.

Na deze lange inleiding eindelijk het verslag.

23 snelvoeters en Ellen, de madam van Nikolas R., stonden aan de start. Jos S. vertrok, zoals altijd, stipt op tijd en werd deze keer geflankeerd door Chris VD om via Humbeek richting Mechelen te rijden. Omtoerkes maken om aan de kilometers te komen.

Aan de brug van Humbeek gaf Jos zijn koppositie op, maar er kwam niet meteen een nieuwe kopman of -vrouw opdagen. Dus werd ik plots kopman. Als minst snelle snelvoeter op kop van ons peloton: dat was een uitdaging die ik toch de volle tien kilometer heb volgehouden om dan afgelost te worden door raspaard Erwin D. Erwinator voor de vrienden. Die nam zelfs 4, of waren het er 5, andere kopdoenders voor zijn rekening, en nog geraakte die niet uitgeblust. Onder die kopdoenders Hans M. Gisteren nog gespot in Westmalle, vandaag alweer paraat voor de clubrit.

Het aangepaste parcours liep via de brouwerij van Primus, de brandweer van Haacht, het festivalterrein van Werchter, Tremelo en de Niels Albert Bike Store, om zo opnieuw aan te sluiten op het oorspronkelijke parcours richting Peulis.

De stop in café Paradijs was pure nostalgie. Guy had tijdens de verkenning al nen dikke toetert gekregen van de bazin en waarschijnlijk – al is dat niet bevestigd – was het weerzien vandaag even hartelijk. Er stonden koffiekoeken en bookes klaar voor wie goesting had.

Voor Nikolas R. kwam de stop goed uit. Hij had al geruime tijd problemen met zijn versnellingen, waardoor hij voortdurend in de boter aan het trappen was. Erwin was mecanicien van dienst en via de app van het versnellingssysteem kon er toch een aanpassing gebeuren, zodat Nikolas aan een iets aangenamere cadans de rit kon uitrijden.

Na de stop nam de jeugd de kop over. Hans T. rekenen we voor één keer ook bij de jeugd. Het ging vooruit. Ja, vooruit. Het ging verbazend goed vooruit.

Tot onze voorzitter met zijn elektrieken ros plat viel op een “binnenweg” richting Duffel bezaaid met gaten in het betonnen wegdek. Tijdens dit oponthoud werd er quasi unaniem beslist dat deze strook er tegen volgend seizoen uit moet.

Er moet trouwens nog meer aangepast worden aan het parcours, want in Ruisbroek stond er nog een plaatselijk rondje op ons te wachten, om toch maar aan de nodige kilometers te geraken. Dit werd als overtollig beschouwd. Waarschijnlijk waren de blikken op dat moment al gericht op een frisse pint.

Kristof M. – hij reed vandaag verrassend goed mee – had dit laatste lusje links laten liggen en stond ons op te wachten aan de Stepp. Dit sportcentrum is ons alternatief wanneer ons clublokaal gesloten is.

Gelukkig smaakt de Duvel er even goed.

Tot volgend weekend: de Muur van Geraardsbergen.

2026 Rit Wechelderzande

Door Erik Seghers

Terug naar start. Zo leek het toch.

Richting Ruisbroek, bijna een brug te ver!

Het Ooievaarsnest was afgesloten, dus dan maar een ommetje via het spoor dat doodliep in Willebroek. Via Heindonk belandden we op de dijk naar de bruggen die wél open leken.

Die zagen blauw. Geen roze polokes te zien, wel een roodgestreepte bende.
Het eerste uur is het altijd volle gas, en eigenlijk blijft dat de hele rit zo. Dat kaarsje zijn we vergeten te laten branden daarstraks in Kalfort.

Hoppa, vamos… er is maar één weg en die is vooruit. Het is dan ook onze Spaanse vriend met de geile kousen die dit traject uit zijn hoofd kent, allé toch tot in Viersel.

Na een uurtje was het tijd om ons kersvers lid, de kozze van, even te dopen. Of beter: te ontgroenen. Voor hem gingen er enkele georkestreerd in de remmen staan. En ja, Jonas zag geel van angst en gleed de graskant in, maar bleef overeind. Hij liet smeulend gras achter, met een nieuwe bosbrand tot gevolg. België kan nu eenmaal niet achterblijven.

Straks mee op het podium: onze Remco van de Snelvoeters. Zijn missie was alvast geslaagd. Welkom, Jonas!

Niet veel verder reed een derde van ons peloton door het rode licht, weliswaar langs het fietspad, waarschijnlijk nog onder de indruk van zijn prestatie. En het ging gezwind verder.

Het viel me ook op dat er de laatste weken meer en meer mannen met een gevulde rugzak rondrijden. Op onze leeftijd heeft elk huisje wel zijn kruisje, zeker? Maar we laten ons niet kisten. Je weet: er is maar één weg. Hoppa, vamos, 1-2-3 RAK!

Ver over de helft van het traject werd halt gehouden in het Boerenhof te Oelegem. En daar werd tussen koffie en cola het een en ander uit de doeken gedaan.
De SM-fantasieën van een van onze leden werden op tafel gegooid. Niet “het lid” zelf, maar zijn avonturen. De hoofdrol was weggelegd voor de dikke winterjas van Adi. Vastgebonden op bed, een biljartbal in de mond en laten sudderen. Wechelderjassen waren we gelukkig al voorbij.

Met een negatief saldo van vijf euro reden we terug naar de blauwe bruggen, op zoek naar kortgerokte Tomorrowlanders met sexy boots. Echter, niks te zien. Enkel dikke benen en gezichten naar beneden. Het kan niet altijd meezitten, zeker? Die dikke benen stonden vorige week al in brand, of was een auto, Megamindy?

Met een gemiddelde van 32,5 km/u over 134 kilometer waren we best tevreden.
Ook onze piloot Marc V met de tientallen GPX bestanden reed samen over de streep met ons. Die sexy boots zijn misschien voor straks. Nu nog wat bijtrainen deze week om op zaterdag 1 augustus paraat te staan voor de gravelrit van de OAB’ers.
Nikolaas en co verdienen een massale opkomst voor hun rit en de bijhorende worst en ribbetjes. Misschien halen ze wel de zestien Snelvoeters van vandaag. Top gedaan vandaag, nummer 17! En jij: ook welkom terug.

En voor de rest: oppassen met die worst, anders: “Oep a bakkes!”

2026 Rit Meer van Genval

door Erik Seghers

Een mooie zomertocht, al voelde die zeventien graden een stuk minder warm aan dan gehoopt. De zomerse outfit werd dan ook aangepast en ontblote armen verdwenen al snel onder zwarte mouwen. Je wordt tegenwoordig al voor minder gediskwalificeerd, hé Michèle.

Veertien Snelvoeters tekenden vandaag present, en dat zonder het jonge geweld aan de kop van het peloton. Die hadden zich ergens verstopt in hun tenten, terwijl wij de onze straks zouden opzetten aan het meer. Het rustige begin was echter van korte duur, want er lagen al snel kapers op de kust. Lange Marc en Hans de Mekanieker roken hun kans en wilden duidelijk niet onderdoen voor de afwezige jeugd. Via de Brusselse Ring kozen we voor de aanval. Alleen onze vlucht in Zaventem hebben we gemist. Dan maar verder met de fiets.

Plots kwamen we terecht in een totaal andere wereld. Geen druk verkeer meer onder ons, maar uitgestrekte vergezichten. Zelfs op de fiets beland je hier meteen in een droomwereld. Waarom zou je dan nog het vliegtuig nemen?

Ook de Noorse Viking nestelde zich aan de kop van het peloton. Waarschijnlijk dacht hij: “Kramp doet geen pijn, maar spek bakken in je blote wel.” De registers gingen nog wat verder open. Ja, meneer Peytier zag het allemaal van dichtbij gebeuren.  De eerste hoogtemeters verdwenen dan ook in sneltempo achter ons.

Voor Marc V het goed en wel besefte, zag hij het meer van Genval al voor zich opduiken. Volgens hem waren we er, terwijl we amper een uur onderweg waren. Althans, in zijn eigen ijle werkelijkheid. Intussen zaten we al twee uur vastgekluisterd op onze carbonnen zadels.

Halfweg zwaaiden we nog even naar Miss Kang, waarna de steile klim volgde en de terugweg werd ingezet. Niet veel later lieten we het Afrikamuseum links liggen. Michèle merkte op dat ze het ooit tijdens haar schooltijd bezocht had, ondertussen toch ook alweer meer dan tien jaar geleden.

Door het Zoniënwoud ging het vervolgens licht bergop richting het rondpunt van Tervuren. Daar spoot een hele verzameling dieren vrolijk water in het rond. Sommige van onze Snelvoeters zouden tussen dat gezelschap zeker niet misstaan. Of ze het echter, het spuiten, zo lang zouden volhouden, daar heb ik toch mijn twijfels over.

In Vossem, beneden aan de kerk, hielden we halt. Hier golden blijkbaar nog altijd inkoopprijzen voor de drankjes: één euro voor zowat alles. Je zou haast denken dat Remco op het einde van de maand zelf de lonen komt uitbetalen. 😄

Na het afrekenen van de rekening, goed voor 33,50 euro en een royale fooi van een halve euro, zetten we onze tocht verder richting de verkeerstoren van Brussels Airport. Skeyes is the limit, moeten ze daar gedacht hebben. Het tempo bleef ondertussen verrassend hoog liggen.

Hans T., Hans V. en Ivan wisselden elkaar aan de kop van het peloton voortdurend af. Ook enkele andere enkelingen probeerden zich in de kijker te rijden. Was het transferseizoen nog niet afgelopen?

Terwijl de jeugd zich waarschijnlijk nog eens omdraaide in hun tent, trapten de anciens onverstoorbaar verder. Geen luchtmatras voor hen, maar wel een stevig fietszadel. En als beloning wachtte er in het clublokaal appeltaart en bier. Meer moet dat voor die generatie blijkbaar niet zijn. 🍺🥧🚴‍♂️

2026 Rit Terneuzen

door Erik Heyvaert

Met 25 snelvoeters en 2 gastrijders aan de start werd om 07Hr30 stipt vanuit Kalfort koers gezet richting Terneuzen. Van bij de eerste kilometers lag het tempo hoog en was duidelijk dat niemand van plan was om er een rustige zondagrit van te maken.

De groep draaide als een geoliede machine. De kop werd regelmatig afgelost en op de lange, open wegen richting Zeeuws-Vlaanderen werd stevig doorgetrokken. De wind liet zich geregeld voelen, maar dankzij de sterke samenwerking bleef het gemiddelde mooi op peil. Ook geen gebrom van gemotoriseerd verkeer deze keer. Iedereen reed op pure benenkracht. Al gaf Jan S toe dat hij na de rit van vorige week de aanschaf van een gemotoriseerd ros wel even overwogen had. Nu reed hij met zijn Trek Emonda met tijdritstuur. Hij had geluk dat zijn zoon vandaag zijn fiets niet ingepalmd had, anders kon hij weeral eens met zijn oud machien komen opdraven.

In Terneuzen was de stop voorzien in de strandbar BEET, met zicht op de Westerschelde. Dit panoramisch zicht had natuurlijk zijn prijs. € 3,5 voor een cola, €3,8 voor een Ice-tea, en we willen niet weten wat een chocomelk gekost heeft. De club draait nu al enkele ritten op verlies tijdens de stop. Dit wordt ongetwijfeld een agendapunt voor de volgende ledenvergadering. 

Op de terugtocht werd meteen de snelheid opgedreven. Het tempo bleef hoog en de benen werden stevig op de proef gesteld. Hier en daar zorgde een kleine versnelling voor wat extra spanning, maar de groep bleef overeind en niemand liet zich verrassen. Onderweg zat Robbe met een leegloper. Tom V had de boosdoener in de buitenband gevonden. Om deze splinter te verwijderen vroeg hij bloedserieus of er iemand een pincet bij had. Precies of de snelvoeters hun wenkbrauwen zitten te epileren tijdens een rit. Gelukkig kon Tom de splinter verwijderen met zijn “fijne vingers”. Deze uitspraak werd op hoongelach getrakteerd door vrouwlief Els T. 

Na een sportieve rit vol krachtige kopbeurten, vlotte waaiervorming en een uitstekende groepsdiscipline bereikten we opnieuw Kalfort. Het club gemiddelde lag rond de 33,3. Niet sIecht voor een groep amateurs. In ons clublokaal, café ’t Coolhem, werden we getrakteerd op pekelharing met brood. Alsof dit nog niet genoeg was kwamen er ook nog eens twee schotels met partysnacks af. Een goed fondke leggen moeten Jurgen en Cindy gedacht hebben. Tja, bij zo’n warm weer is hydrateren belangrijk, maar de meesten onder ons waren vooral aan het dehydrateren. Alcohol is blijkbaar niet zo goed om het vochtgehalte terug op peil te brengen. Nu, moesten onze duivels tijdens de hydratatie pauze tegen spanje Duvel gedronken hebben, waren hun kansen op winst wel toegenomen.

Volgende week rijden we naar het meer van Genval. De stop is voorzien in de Congo te Vossem. Kwestie om de clubkas terug wat zuurstof te geven.

2026 Rit Hallebos

Door Erik Seghers

Er stond vandaag een nieuwe rit op het menu, uitgetekend door Tom Vingerhoets. Het was er wel eentje zonder aangepaste wijnen, want blijkbaar heeft hij de alcohol tijdelijk afgezworen. Tja, je kunt nu eenmaal niet alles hebben in het leven, zeker?

Dan maar de drinkbussen gevuld met water, aangevuld met de nodige poeders en elektrolyten. De hitte van vorige week was ondertussen wat meer naar het zuiden opgeschoven. Wij zouden die richting ook uitgaan, al dan
niet helemaal tot aan de brandhaarden die daar momenteel woeden.
Zeventien Snelvoeters en twee gastrijders stonden paraat om het wiel van Jos te volgen. Als echte ronderenners ploegden we de eerste dertig kilometer voort als een geoliede machine. De vraag was alleen: wie zouden we vandaag naar de overwinning loodsen? De gele trui ligt alleszins al klaar in
clublokaal Coolhem.

Tom en Bjorn deden hun uiterste best om het tempo strak te houden. Maar voor wie werkten ze eigenlijk? Misschien voor Els? Of toch voor Willy?
In de regio Meise draaiden we plots op een bekende betonbaan linksaf. En daar begon het echte werk: een wondermooi parcours waarin we de rest van de voormiddag zouden vertoeven. Mooie vergezichten, pittige klimmetjes, snelle afdalingen en… één bijzonder sappige bulderlach. Waar kwam die vandaan?
Van Thierry, onze zwarte BASF-renner. Een collega van Patrick, al zou je dat niet meteen zeggen, want blijkbaar komen die elkaar niet zo vaak tegen op de werkvloer. Maar ja, daarvoor moet je natuurlijk wel eerst op de werkvloer verschijnen, hé. No es así?

Die lach bracht ons alweer wat dichter bij het Hallerbos. Daar ging het even op en neer, waarna we Els en Willy opnieuw in het vizier kregen. De beroemde paarse boshyacinten waren ondertussen al lang uitgebloeid; daarvoor waren we enkele maanden te laat.

Maar eerst moesten we nog over de beruchte Bruine Put, weliswaar langs de gemakkelijke, minder steile kant, een klim van ongeveer een kilometer aan gemiddeld 3,6 procent. Pas daarna konden we de terugweg aanvatten.
Van de stervende zwaan was vandaag geen sprake. In de plaats daarvan zat er een echte springveer in het peloton: Yves, onze tweede gastrijder in het wit.

In Halle stapten we even af op het gezellige marktplein voor een frisse drank.
Gene kak daar. Of toch?

Ondertussen hadden we al zo’n 600 hoogtemeters weggewerkt en moesten we er nog een dikke 300 bijeensprokkelen. Die vonden we gelukkig via Oudenaken en Gaasbeek. De terugtocht was definitief ingezet. Al hadden ze die Vrijthout er van mij gerust mogen uitlaten. Kak!

Onderweg kregen Chris VD, Hans VH – onze mecanicien van dienst – en Tony DW nog af te rekenen met wat pech, maar ook dat hoorde erbij.

Ergens in Asse gooiden Tom en Bjorn opnieuw de knuppel in het hoenderhok en trokken ze stevig door. Waren ze van plan om er nog een paar af te rijden?

“Ja dag!”, dacht vrouwlief, schattie Els. “Niet met mij.”

Ze gaf geen krimp en bleef vrolijk aanklampen. Als dat het plan was, zullen Tom en Bjorn toch met andere kaarten moeten afkomen. Liefst rode. Vanaf dat moment ging het tempo niet meer naar beneden. Vandaag zullen sommigen ongetwijfeld even zwart voor de ogen gezien hebben. Of kwam dat gewoon door het zwarte tenue van Thierry C? Eén ding is zeker: er werd afgezien, maar er werd vooral veel gelachen.