2026 Rit Erembodegem

door Erik Heyvaert

Het regent weer, dan weet je het wel… Hoge woorden in het verslag van vorige week, ook al een regenrit, maakte dat ik deze keer niet kon passen voor de clubrit. Gijzenzele loopt nu niet bepaald over een mooi parcours, maar liever rijden dan een mietje worden.

Willy, de piloot, had gisterenavond al forfait gegeven. Hij was nochtans een van de waterkiekens van vorig weekend. Jos S. probeerde via WhatsApp de rit nog te laten annuleren, maar op de ledenvergadering was beslist dat alle ritten doorgaan. Als ze als zotten willen rijden, onder welke weersomstandigheden dan ook, dan verdienen ze hun punten. Dat brengt misschien nog wat spanning in het clubkampioenschap.

Niet dat ik clubkampioen wil worden, maar een mietje word ik niet. Dus: go met de geit!

Helaas viel de geit al plat richting Kalfort. Snel een berichtje naar de snelvoeters om te melden dat ik plat stond, in de hoop dat ze op mij zouden wachten. Bleek mijn inbussleutel ook nog naar de kl… te zijn. Dan maar even een hulplijn bellen. Michèle kwam, in pyjama, mij depanneren. Liefde is toch mooi.

Om 08u05 stond ik op de parking, maar geen snelvoeter te zien. Hadden ze niet op mij willen wachten, of was er gewoon niemand komen opdagen?

In de gietende regen — aangenaam is anders — de rit aangevat. De wind zat nog eens vol op kop en er was geen Erwinator waar ik achter kon schuilen. Fietspaden, borduren op en af… Alleen rijden is gewoon niet plezant. Snelheden haal je er ook niet mee. Vandaag kwam ik uit op een gemiddelde van 25,9 km/u. Eerder een traagvoeter dus.

Juist voor Wieze stuurde Willy ons door de wegenwerken. En ja hoor, ook daar viel ik alweer plat. Een nagel stak dwars door mijn band. Ik dacht dat ik een Joske ging doen. Alle reservebandjes waren ondertussen opgebruikt. Op hoop van zegen de rit verder gezet, want nog eens platvallen betekende dat ik opnieuw een hulplijn moest bellen.

Vanaf Melle stopte het gelukkig met regenen. Volhardend als ik was, besloot ik de rit volledig uit te rijden. Willy stuurde ons — of beter: mij — via de jaarmarkt in Baasrode en achteraf ook nog eens dwars door het centrum van Puurs, waar Pukema plaatsvond.

In ’t Coolhem werd ik verwelkomd met: “Toch nog ene.”

De blauwe garde had zich al afgemeld. Van ons hadden ze niets gehoord. Brood en beleg waren ze dan ook nog niet gaan halen. Stel je voor: een gans brood met kaas en hesp. Dat krijgt zelfs Willy niet op.

Dus trakteerde Cindy me op een boulet. En die smaakte na zo’n helse rit!

Hopelijk wordt het de rest van het seizoen terug beter weer, want alleen rijden… dat is toch niet plezant.

2026 – Rit Waaiertocht

door Erik Heyvaert

De verwachtingen waren hoog, de angst zat er bij anderen in. De waaiertocht is een van de snelste ritten van de snelvoeters. Stijn VH was ze dinsdag al eens gaan verkennen met een gemiddelde van 35,6 km/hr. Piloot Marc B deed de verkenning op donderdag aan 32,2 km/hr. Dat ” lage” gemiddelde lag aan zijn slechte benen. Omdat deze gemiddelde snelheden niet echt imponeerden, deed Patje D er nog een schepje bovenop: onze Spanjaard reed met zijn pelotonnetje de ” Fast Friday La Zenia” aan maar liefst 38,9 km/hr. Tom V wou dat gemiddelde met de snelvoeters ook wel eens halen. Geen spek voor deze snelvoeter zijne bek. Ik ben al blij dat ik kan volgen.

Regen en wind vandaag. Dan weet je dat menig snelvoeter er de brui aan geeft. Slechts twee berichtjes deze ochtend op Whatsapp. De piloot en de Stijn geven publiekelijk forfait. De rest zwijgt en draait zich nog eens om in bed. Ik was eerlijk gezegd wel blij dat de klasbakken in feite wel mietjes zijn. Ik had zelfs gehoopt dat ik de rit op mijn eentje zou kunnen rijden. Mijn vetreserves vormen een barrière tegen ongure weersomstandigheden, iets waar de afgetrainde snelvoeters niet op kunnen teren. 

We stonden met vier aan de start. Erwin, nochtans afgetraind, Jos, Willy en mezelf. Plots een bericht van Hans M dat hij toch nog afkwam. Jos stond al 10′ in de startblokken alvorens Hans kwam opdagen. Erwin sleurde de bende op gang en bleef dit doen tot het einde. Eerst geflankeerd door de Jos en daarna afgelost door Hans M, om de laatste 30 km ons op sleeptouw te nemen. Aan de Temsebrug polste Hans M eens of we nog wel zouden verder rijden. Unaniem was de respons dat we toch al nat waren. Van waaieren was er vandaag geen sprake. Het was in het wiel van den Erwin blijven. In het havengebied rond Doel viel Jos plat. De bandenwissel duurde door de afwezigheid van supermekanieker Hans VH net iets langer, maar de Jos was wel vol bewondering van de Willy zijn compressorpompje. En ja, je laadt dat gewoon op via USB. Niet veel later viel Jos terug plat. De buitenband werd grondig gecontroleerd, de velg eveneens, maar er werd niets gevonden. Nieuw binnenbandje erin en hop met de geit. Tot in de prosperpolder, daar viel Jos weeral plat. Jos belde een hulplijn. Zijne buurman kwam hem depanneren. Hij wou ons niet ophouden want rond de middag zou de regen terug heviger worden. Na de rit waren we het er unaniem over eens dat de Jos misschien eens een nieuw ros zou mogen aanschaffen. Zijn oud Compagno beestje heeft zijn dienst bewezen. Stel je voor, de Jos op een moderne fiets, hij rijdt er ons allemaal af. En ja, Jos, de Jef verkoopt intussen ook moderne fietsen. Jef is een top fietsenmaker en zijn Compagno fietsen moeten niet onderdoen aan merkfietsen. 

Tijdens het oponthoud van de bandenwissels kwam Hans M nog met een verhaal dat hij uitgenodigd was om friet mosselen te komen eten bij hunne Jens, maar dat dit wat dramatisch uitgelopen was door de dood van de hond van Jens op het moment van het etentje. Het was iets met een operatie en castratie, maar hij was er niet 100% zeker van of dat wel juist was. In Emmadorp hebben we de stop links laten liggen. Den Erwin zijn wiel blijven volgen was de boodschap. Ineens verloor Hans zijn koersbril, die hij in de achterzak van zijn regenjasje gestoken had. De Willy reed er net niet over en ondergetekende maakte rechtsomkeer om hem op te rapen. Hans grapte met het feit dat er iemand zijne bril verloren had. “Hoe kan dat nu?”, totdat hij doorhad dat het over zijnen bril ging. Hans moest vandaag verdacht veel plassen. Elke gelegenheid nam hij te baat om zijn territorium af te bakenen. 

In Bornem sloeg de Willy af. Hij moest vroeg thuis zijn. Toen waren we nog met drie. In ’t Coolhem werden we hartelijk verwelkomd door Cindy. We mochten ons zelfs douchen indien we wilden. Ons achteraf volledig afdrogen zag ze wel niet zitten. We konden wel droge kleren van de Jurgen krijgen, diene was toch gaan vissen. Cindy had appeltaart voorzien. Als Jurgen het huis uit is, mag het al eens wat meer zijn. Den eerste tournee was van Erwin ter gelegenheid van zijn verjaardag. Tournee twee en drie kwamen op mijn rekening omdat mijn jongste dochter getrouwd is en ze dan ook nog eens aankondigde dat ik opa word. Hans wou niet onderdoen, dus dronken we nog een vierde keer. Nog nooit zo een goedkope tournee gegeven. Hans gaat er binnenkort even tussenuit zijn. Hij moet geopereerd worden. Castratie? 

De afwezigen hadden ongelijk. Maar troost u, die van ons was er vandaag niet bij en ook haar dochter is getrouwd en heeft aangekondigd dat ze oma wordt. Die tournee hebben jullie nog tegoed. Tot volgende zondag, Gijzenzele. 

2026 – Rit Merckxboys

door Eddy Daems

Al vier dagen was ik het vroeg opstaan gewoon… Dan mocht tijdig aan de start verschijnen van onze zondagse rit – na een week kermisvieren – ook geen probleem zijn. ‘Spreek voor uzelf!’, zal Guy M gedacht hebben. Bij die arme jongen zat het kermisvieren nog danig in zijn lijf en dat zal die geweten en gevoeld hebben. Gelukkig kon hij zijn hartje ophalen bij de prestaties van zijn kleindochter Liv, die zowaar de gele trui tijdens de Loopronde van Kalfort wist te bemachtigen. (Zij verzorgt zich dan ook wel als een ware prof, wat we van Guy bezwaarlijk kunnen zeggen!)

Aan de inschrijftafel was het een blij weerzien met Kurt K, die na maanden afwezigheid weer zijn opwachting maakte. Hij haspelde, samen met Leon, de 70 km af en paste wijselijk voor de snelheidsrace die ons te wachten stond. Na afloop een pint pakken met die gasten is altijd een fijne belevenis.

De inschrijving aan abdij van Bornem was het rustigste moment van de dag… want vanaf het startschot gooiden Marc B en Stijn VH er meteen de beuk in. Als echte Bornemenaars kenden zij het parcours op hun duimpje en daar waren wij het slachtoffer van.

Die enkele zeldzame fietsers die wij passeerden, maakten meteen kennis met de pure snelheid waarvoor ons clubje zo gekend (en berucht) is. Enkel voor een drietal WIK’ers werkte onze tenue als een rode lap op een stier (dat zei dan weer een andere WIK’er) en zij vlogen ons voorbij alsof hun leven ervan afhing.

Op de vraag aan Willy M waar neef Senne was, kregen we het antwoord: ‘Die is op congé met zijn madam. En daarna gaat die studeren voor politieagent… om later te kunnen werken met delinquente jongeren!’

Eén ding is zeker: Als hij afgestudeerd is en hij rijdt met ons nog een toereke mee, zullen we toch wat meer rekening moeten houden met de geldende snelheidsbeperkingen en verkeersregels, want na onze tweede stop was het ‘gas geven’ dat het geen naam had.

Wat de Merckx-boys in hun wafeltjes en cake gestopt hadden weet ik niet, maar het was alvast iets Sterx.

Als Senne in de toekomst betaald wordt per overtreding dat die vaststelt, gaat die jongen nog een schone cent aan ons verdienen. (Misschien moeten we samen afspreken dat het allemaal aan die OAB-gastrijders lag…) ‘Boosdoeners’ van dienst waren ditmaal Andy R en weerom Marc B, die zijn benen niet voelde en wij die van ons des te meer! Ook bij Hans M ging het zo rap dat – zoals hij zelf zei – ‘het schuim er langs een klein gatteke uitkwam’ (en dat al sinds woensdag!)

Om tien voor twaalf (en geen 5 voor twaalf!) draaiden we het gezellige terras op van de Merckxboys om te verbroederen met tal van gelijkgezinde sportievelingen. Plotsklaps herrees Guy M als een fenix uit de as en na een drietal Duvels kwam hij er alweer helemaal door. De tournée generale van Frederik was ook mooi meegenomen. Proficiat, Frederik! Nog een geluk, want die schone prijzen van de tombola konden we ook op onze buik schrijven. We kunnen niet alles hebben in het leven!

2026 Rit Scherpenheuvel

Door Erik Seghers

Eerst en vooral wil ik mijn excuses aanbieden. Sorry, Michèle! Maar jouw naam zal niet in dit verslag verschijnen. Vorige week vond Michèle zelf dat ze iets te vaak aan bod kwam in het verslag van Sas van Gent, geschreven door haar man. Dus nee, Michèle, deze keer gaat dat niet gebeuren.

Het begon deze ochtend aan het tankstation Q8 in Kalfort. Of was het toch op de parking van weleer, ons gebruikelijke vertrekpunt? Daar stond immers nog steeds die verdomde kermistent, het middelpunt van de hoogdagen van menig Kalfortenaar. En wat het strafste van al is: Tony had nog een WhatsApp-berichtje naar de groep gestuurd. Blijkbaar wel naar de bestuurdersgroep alleen. Gevolg: verwarring alom.

Na het oppikken van enkele Snelvoeters aan de tent kon de rit eindelijk beginnen. En hoe! Onze jeugdige kopmannen waren niet aanwezig vandaag. Ze waren zich duidelijk al aan het voorbereiden op de ploegentijdrit later op de dag tijdens de hoogdagen.

Dus was het vandaag de beurt aan de ouderen. En die oudere garde wilde uitpakken. Vanaf minuut één lag het tempo hoog. Lange Marc, Jos, Hans T. en nog enkele anderen vlogen er meteen in. Ze wilden blijkbaar hun plaatsje op het terras veiligstellen nog vóór de tussenstop openging.

Op het kerkplein van Werchter waren we even de weg kwijt. Of waren sommigen stiekem op zoek naar de festivalweides van Werchter? Feesten zat er vandaag echter niet in. Misschien wel voor de échte Kalfortenaars die er vandaag niet bij waren. Onze benen zouden niet branden van het springen op onze favoriete muziek, maar van het stampen op de pedalen.

Na het eerste uur werd het toch wat moeilijker om vervanging te vinden aan kop van het peloton. Onderweg passeerden we langs prachtige villa’s en buurten waar duidelijk geld zit. Al hoeft rijkdom natuurlijk niet altijd in stenen of luxe te zitten; soms schuilt die net in de kleine dingen.

Een vijftiental kilometer voor Scherpenheuvel kregen we nog enkele mooie klimmetjes door de bossen voorgeschoteld. Hier en daar zorgden de smalle weggetjes zelfs voor een vleugje gravelplezier. Niet veel later doemde de kerk van Rillaar op aan de horizon.

Aangekomen in Scherpenheuvel brandde Jos S. een kaarsje voor iedereen die het vandaag moeilijk heeft. Het was een mooi moment van bezinning, want hoe zwaar een zondagochtend op de fiets soms ook aanvoelt, het dagelijkse leven stelt sommigen voor veel grotere beproevingen.

Na het drankje en het gratis, zij het eerder goedkoop suikerwafeltje, zetten we onze fietshelm opnieuw op en vertrokken we voor de laatste 65 kilometer. Op weg naar onze veilige haven, thuis genaamd.

In het begin was de wind ons nog vergevingsgezind, maar de kracht van het brandende kaarsje was blijkbaar al uitgewerkt. Coureur Stijn en comebackman Christophe deden ons pijn. Ze namen ons letterlijk op sleeptouw. De kruisweg van Jezus leek er niets bij.

In Putte reed Jos werkelijk in een put. Het hele peloton stopte om te kijken wat er aan de hand was. Jos bleek gelukkig enkel vals plat te staan. Niets ernstigs dus. Tot Hans T. plots van het fietspad de weg opsprong. Die stond wél echt plat.

Tijdens het wachten werd hier en daar bijgepraat over allerlei kwaaltjes en pijntjes. De oplossing bleek volgens sommigen een degelijke massage te zijn, uiteraard zonder happy ending. Jan had dat gesprek blijkbaar opgevangen, want bij de herstart reed hij meteen op kop. “No pain, no gain”, moet hij gedacht hebben.

Het mag gezegd worden: de rit naar Scherpenheuvel werd wat bijgeschaafd en gefinetuned, en is daardoor een stuk aantrekkelijker geworden.

Ja, sorry. Ik had het beloofd. Maar afsluiten doe ik toch graag met een welgemeende:

Dank u, Michèle!

2026 Rit Sas van Gent

Door Erik Heyvaert

We stonden met 21 man aan de start. 20 snelvoeters en oud lid ” den Bruyne”. Door afwezigheid van Jos S verliep de start nogal chaotisch en reed onze ouderdomsdeken Willy M zowaar op kop. Na een tiental kilometers kwamen Hans T en Hans VH de koppositie overnemen. Was de snelheid te laag of was het puur uit compassie voor de Willy? De Willy had zichzelf opgeofferd om het peloton aan te trekken, wetende dat hij maar een stuk van de  rit zou meerijden. De processie in Kalfort was belangrijker dan de clubrit. Kalfort kermis betekent ook de afwezigheid van de Guido M. Dit wordt weeral een aanslag op zijne lever. Ook afwezig was Marc VH, en dat hebben we gevoeld omdat zoonlief er de pees opgelegd heeft. Constant aan 40 km/hr en optrekken na elke bocht, dat zelfs lange Marc het even moeilijk had. Lange Marc moet zijn zoon even ook opvoeden, want die deed gewillig mee met snelle Jelle. 

In Oostakker konden we eindelijk even bekomen want de ferry over de Schelde was juist voor onze neus vertrokken. Die pispauze heeft ons genekt. Een pispauze zonder rekening te houden met de madam. Gelukkig stonden we iets verder voor een gesloten overweg, waar Michèle R ineens achter een elektriciteitscabine dook en haar broek aftrok. Godzijdank geen kortsluiting veroorzaakt.  Na een tiental minuten was het onze beurt om de rivier over te steken. Dan reden we door Ertvelde, het dorp waar Michèle R opgegroeid is. We passeerden haar lagere school, de kerk waar haar moeder begraven is en het huis van de beste vriendin van haar jongere zus. Snelle Jelle reageerde hierop dat, als we nog eens in Breendonk passeren, hij zijn Klavertje vier school ook eens zal vermelden.

In Overslag was de stop voorzien.Juist op de grens met Holland. We waren ervoor Holland al binnengereden via het Sas van Gent, en dat hebben we gemerkt aan de fietspaden. De cafébaas van D’n Overslagh had ons getrakteerd op partysnacks, omdat we nu al vier jaar op rij zijn zaak bezoeken. Partysnacks en fietsen zijn geen goede combinatie. Sommigen hebben de bitterballen twee keer gegeten.

De terugrit ging snel, soms,veel te snel. Voor mij toch en Jeroen K had het ook lastig. Aan ons zag je het, maar waarschijnlijk reden er enkelen ook op hun tandvlees zonder te willen toegeven dat het hard ging. Toen Hans M vooraan plat viel, gaf Patje D aan dat hij alleen verder reed. Patje moest namelijk nog gaan werken bij den BASF. 

De stop was bij den Benny. Ons clublokaal was onbereikbaar wegens de processie waar de Willy M het beste van zichzelf gaf. Volgende week Scherpenheuvel. Een kaarsje branden op een veilig seizoen. De rit is verkend maar de aanwezigheid van de piloot is niet gegarandeerd. Zij gaat zaterdag met den OAB de Wolf Land Gravel Ride met een afstand van 200km rijden. Het zal ervan afhangen hoeveel pijn de OAB’ers haar gedaan hebben. Nu Michèle kennende gaat ze geen enkele uitdaging uit de weg, competitief als ze is. Dus als jullie haar nu allemaal beginnen uitdagen kan ze niet anders dan de handschoen opnemen.

2026 Rit Rebecq

Door Erik Seghers

100 kilometer. Daar komen wij op zondag ons bed niet meer voor uit.

Als ze ons dat op een vrijdag voorschotelen, dan willen we daar misschien nog wel eens een nachtje voor doorhalen. Al lopend welteverstaan. Om dan als een halve dode over de streep te strompelen, toch diegene die twaalf uur later diezelfde streep oversteken.

Maar vandaag geen lijken op de fiets. Robbe en Senne waren misschien nog aan het nagenieten van een welverdiende massage. Al zouden we op het einde van de rit nog iemand tegenkomen met poten die duidelijk de rekening van de dag ervoor gepresenteerd kregen.

Vandaag moest het dus van anderen komen tijdens deze rit van 135 kilometer. Gelukkig lopen er nog genoeg zotten rond op deze wereld.

Het eerste uur vloog voorbij. Voor we het goed en wel beseften, passeerden we al het REV-supporterslokaal in Schepdaal. Normaal komen we daar veel later voorbij, wanneer de tank stilaan op reserve begint te draaien, maar vandaag reden we het parcours in “reverse”. Langs de andere kant.

En nee Patje, ik bedoel niet letterlijk de andere kant. Het feest zit bij mij namelijk altijd aan de voorkant.

Nog 100 kilometer te gaan. Misschien werd dit toch nog onze persoonlijke Dodentocht?

Aan het volume van het gekwetter te horen was er echter nog geen sprake van vermoeidheid. Toch niet bij onze drie vrouwelijke leden. Dat was voor de mannen het sein om er een stevig snokje aan te geven.

Mooie glooiende weggetjes en smalle baantjes schoten onder onze wielen door. Prachtige landschappen verblindden onze ogen. En het ging hard.

Nee Patje, niet dát hard. Gewoon snel.

De ene ‘elling’ na de andere diende zich aan. We zaten dan ook letterlijk in het gehucht Elingen. Plots kreeg ik zin in een frisse Hoegaarden, maar helaas zaten we in Bogaarden. Het leven kan soms onrechtvaardig zijn.

Het Franstalige gedeelte van België, met Bierghes en Enghien, wilden we snel achter ons laten. Dat lukte wonderwel, want voor we het wisten reden we Tollembeek binnen.

Daar stond hij: Urbanus. Samen met Nabuko Donosor en Amadee de Strontvlieg. Al leek die laatste verdacht veel op een bij die zich had vergist van job.

Je zou denken: stront aan de knikker. Maar nee hoor. Achter de hoek wachtte onze bevoorrading.

De Hittentitten hadden dorst. En een klein hongertje.

De rit verliep verrassend vlot en soepel, tot onze piloot Tom lachend zei:

“Nu begint het echte werk.”

Toen Eufrazie dat hoorde, pakte ze vliegensvlug haar cola, stak ze deze in haar achterzak en zette het op een lopen met haar fiets.

Na twee hellingen was het koppel echter alweer herenigd. Een klopje op de poep, een paar lieve woordjes, en alle hectiek was vergeten.

Na Vollezele leek het alsof we een zoo binnenreden. Zwartschaap, Paddenbroek en Koekoek passeerden allemaal de revue.  Het gelach klonk opnieuw door het peloton.

Of kwamen die decibels gewoon van ons nieuw lid, Zebra Thierry?

Nog één helling scheidde ons van de laatste 25 kilometer. Daarna ging het razendsnel. Er werd stevig doorgetrokken en hier en daar zelfs een klein beetje afgezien. Maar dat geven wielertoeristen natuurlijk nooit toe. Dieter gaf er op tijd de brui aan.

Voor we het beseften stonden we alweer aan ons clublokaal.

Boterhammen, eentje met keis en heps, en de nodige drankjes, mét of zonder 0, vlogen van hand tot mond. Het was duidelijk dat er meer honger was dan enkele uren voordien werd toegegeven.

Het was een prachtig parcours. In alle opzichten.

Al was het mooiste misschien nog wel Lieke Nooijen, die ons vriendelijk goeiedag zei om vervolgens weg te rijden alsof wij met de handrem erop fietsten.  Ze liet ons achter als een zak aardappelen. En eerlijk? Zelfs die zak aardappelen reed waarschijnlijk nog sneller dan wij.

2026 Rit Rebecq

Door Erik Seghers

100 kilometer. Daar komen wij op zondag ons bed niet meer voor uit.
Als ze ons dat op een vrijdag voorschotelen, dan willen we daar misschien nog wel eens een nachtje voor doorhalen. Al lopend welteverstaan. Om dan als een halve dode over de streep te strompelen, toch diegene die twaalf uur later diezelfde streep oversteken.
Maar vandaag geen lijken op de fiets. Robbe en Senne waren misschien nog aan het nagenieten van een welverdiende massage. Al zouden we op het einde van de rit nog iemand tegenkomen met poten die duidelijk de rekening van de dag ervoor gepresenteerd kregen.
Vandaag moest het dus van anderen komen tijdens deze rit van 135 kilometer. Gelukkig lopen er nog genoeg zotten rond op deze wereld.
Het eerste uur vloog voorbij. Voor we het goed en wel beseften, passeerden we al het REV-supporterslokaal in Schepdaal. Normaal komen we daar veel later voorbij, wanneer de tank stilaan op reserve begint te draaien, maar vandaag reden we het parcours in “reverse”. Langs de andere kant.
En nee Patje, ik bedoel niet letterlijk de andere kant. Het feest zit bij bij namelijk altijd aan de voorkant.
Nog 100 kilometer te gaan. Misschien werd dit toch nog onze persoonlijke Dodentocht?
Aan het volume van het gekwetter te horen was er echter nog geen sprake van vermoeidheid. Toch niet bij onze drie vrouwelijke leden. Dat was voor de mannen het sein om er een stevig snokje aan te geven.
Mooie glooiende weggetjes en smalle baantjes schoten onder onze wielen door. Prachtige landschappen verblindden onze ogen. En het ging hard.
Nee Patje, niet dát hard. Gewoon snel.
De ene ‘elling’ na de andere diende zich aan. We zaten dan ook letterlijk in het gehucht Elingen. Plots kreeg ik zin in een frisse Hoegaarden, maar helaas zaten we in Bogaarden. Het leven kan soms onrechtvaardig zijn.
Het Franstalige gedeelte van België, met Bierghes en Enghien, wilden we snel achter ons laten. Dat lukte wonderwel, want voor we het wisten reden we Tollembeek binnen.
Daar stond hij: Urbanus. Samen met Nabuko Donosor en Amadee de Strontvlieg. Al leek die laatste verdacht veel op een bij die zich had vergist van job.
Je zou denken: stront aan de knikker. Maar nee hoor. Achter de hoek wachtte onze bevoorrading.
De Hittentitten hadden dorst. En een klein hongertje.

De rit verliep verrassend vlot en soepel, tot onze piloot Tom lachend zei:
“Nu begint het echte werk.”
Toen Eufrazie dat hoorde, pakte ze vliegensvlug haar cola, stak ze deze in haar achterzak en zette het op een lopen met haar fiets.
Na twee hellingen was het koppel echter alweer herenigd. Een klopje op de poep, een paar lieve woordjes, en alle hectiek was vergeten.
Na Vollezele leek het alsof we een zoo binnenreden. Zwartschaap, Paddenbroek en Koekoek passeerden allemaal de revue. Het gelach klonk opnieuw door het peloton.
Of kwamen die decibels gewoon van ons nieuw lid, Zebra Thierry?
Nog één helling scheidde ons van de laatste 25 kilometer. Daarna ging het razendsnel. Er werd stevig doorgetrokken en hier en daar zelfs een klein beetje afgezien. Maar dat geven wielertoeristen natuurlijk nooit toe. Dieter gaf er op tijd de brui aan.
Voor we het beseften stonden we alweer aan ons clublokaal.
Boterhammen, eentje met keis en heps, en de nodige drankjes, mét of zonder 0, vlogen van hand tot mond. Het was duidelijk dat er meer honger was dan enkele uren voordien werd toegegeven.
Het was een prachtig parcours. In alle opzichten.
Al was het mooiste misschien nog wel Lieke Nooijen, die ons vriendelijk goeiedag zei om vervolgens weg te rijden alsof wij met de handrem erop fietsten. Ze liet ons achter als een zak aardappelen. En eerlijk? Zelfs die zak aardappelen reed waarschijnlijk nog sneller dan wij.

2026 Rit Peulis

door Erik Heyvaert

Peulis, oftewel het meer van Keerbergen… of is het omgekeerd? Door de aanpassingen door de jaren heen is Peulis een stopplaats geworden in een steeds langer wordende rit. Dit jaar is het helemaal uit de hand gelopen.

De clubrit Peulis stond jarenlang gepland als een van de laatste ritten van het seizoen. Toen er twee jaar geleden tijdens de ledenvergadering beslist werd om in het begin en op het einde van het seizoen niet meer te stoppen tijdens de rit, ontstond er vorig seizoen een dilemma toen we café Paradijs in Peulis passeerden. De clubleden die vastgeroest zitten in tradities wilden stoppen, terwijl anderen de beslissing van de ledenvergadering als het hoogste goed beschouwden. Geen stop dus. Tot grote spijt van piloot Guido M.

De Guy moet blijkbaar een oogje hebben op de cafébazin, want hij heeft hemel en aarde verzet om de rit naar Peulis vroeger op het seizoen te zetten. Daardoor moest de rit grondig hertekend worden om aan de nodige kilometers te komen. Guy had enkele lusjes in de buurt van Kalfort aan het oorspronkelijke parcours toegevoegd, maar dat werd na de vorige clubrit tijdens de nabespreking in het clublokaal niet enthousiast onthaald.

Omdat ondergetekende die streek nogal goed kent, heb ik de rit aangepast met nieuwe stroken langs Boortmeerbeek, Haacht, Werchter en Tremelo, om zo naar het meer van Keerbergen te rijden. Het nieuwe parcours was geslaagd, maar tegen volgend seizoen gaan we nog enkele aanpassingen doen. Die kleine baantjes moeten eruit. Alleen heeft Guy schrik dat er dan nog harder gereden zal worden. Het argument om die aanpassingen te doen is natuurlijk dat we dan veiliger kunnen rijden.

Over hard rijden gesproken: ik vond dat het vandaag goed bolde, maar in de dorpskernen mocht het misschien toch iets minder.

Na deze lange inleiding eindelijk het verslag.

23 snelvoeters en Ellen, de madam van Nikolas R., stonden aan de start. Jos S. vertrok, zoals altijd, stipt op tijd en werd deze keer geflankeerd door Chris VD om via Humbeek richting Mechelen te rijden. Omtoerkes maken om aan de kilometers te komen.

Aan de brug van Humbeek gaf Jos zijn koppositie op, maar er kwam niet meteen een nieuwe kopman of -vrouw opdagen. Dus werd ik plots kopman. Als minst snelle snelvoeter op kop van ons peloton: dat was een uitdaging die ik toch de volle tien kilometer heb volgehouden om dan afgelost te worden door raspaard Erwin D. Erwinator voor de vrienden. Die nam zelfs 4, of waren het er 5, andere kopdoenders voor zijn rekening, en nog geraakte die niet uitgeblust. Onder die kopdoenders Hans M. Gisteren nog gespot in Westmalle, vandaag alweer paraat voor de clubrit.

Het aangepaste parcours liep via de brouwerij van Primus, de brandweer van Haacht, het festivalterrein van Werchter, Tremelo en de Niels Albert Bike Store, om zo opnieuw aan te sluiten op het oorspronkelijke parcours richting Peulis.

De stop in café Paradijs was pure nostalgie. Guy had tijdens de verkenning al nen dikke toetert gekregen van de bazin en waarschijnlijk – al is dat niet bevestigd – was het weerzien vandaag even hartelijk. Er stonden koffiekoeken en bookes klaar voor wie goesting had.

Voor Nikolas R. kwam de stop goed uit. Hij had al geruime tijd problemen met zijn versnellingen, waardoor hij voortdurend in de boter aan het trappen was. Erwin was mecanicien van dienst en via de app van het versnellingssysteem kon er toch een aanpassing gebeuren, zodat Nikolas aan een iets aangenamere cadans de rit kon uitrijden.

Na de stop nam de jeugd de kop over. Hans T. rekenen we voor één keer ook bij de jeugd. Het ging vooruit. Ja, vooruit. Het ging verbazend goed vooruit.

Tot onze voorzitter met zijn elektrieken ros plat viel op een “binnenweg” richting Duffel bezaaid met gaten in het betonnen wegdek. Tijdens dit oponthoud werd er quasi unaniem beslist dat deze strook er tegen volgend seizoen uit moet.

Er moet trouwens nog meer aangepast worden aan het parcours, want in Ruisbroek stond er nog een plaatselijk rondje op ons te wachten, om toch maar aan de nodige kilometers te geraken. Dit werd als overtollig beschouwd. Waarschijnlijk waren de blikken op dat moment al gericht op een frisse pint.

Kristof M. – hij reed vandaag verrassend goed mee – had dit laatste lusje links laten liggen en stond ons op te wachten aan de Stepp. Dit sportcentrum is ons alternatief wanneer ons clublokaal gesloten is.

Gelukkig smaakt de Duvel er even goed.

Tot volgend weekend: de Muur van Geraardsbergen.

2026 Rit Wechelderzande

Door Erik Seghers

Terug naar start. Zo leek het toch.

Richting Ruisbroek, bijna een brug te ver!

Het Ooievaarsnest was afgesloten, dus dan maar een ommetje via het spoor dat doodliep in Willebroek. Via Heindonk belandden we op de dijk naar de bruggen die wél open leken.

Die zagen blauw. Geen roze polokes te zien, wel een roodgestreepte bende.
Het eerste uur is het altijd volle gas, en eigenlijk blijft dat de hele rit zo. Dat kaarsje zijn we vergeten te laten branden daarstraks in Kalfort.

Hoppa, vamos… er is maar één weg en die is vooruit. Het is dan ook onze Spaanse vriend met de geile kousen die dit traject uit zijn hoofd kent, allé toch tot in Viersel.

Na een uurtje was het tijd om ons kersvers lid, de kozze van, even te dopen. Of beter: te ontgroenen. Voor hem gingen er enkele georkestreerd in de remmen staan. En ja, Jonas zag geel van angst en gleed de graskant in, maar bleef overeind. Hij liet smeulend gras achter, met een nieuwe bosbrand tot gevolg. België kan nu eenmaal niet achterblijven.

Straks mee op het podium: onze Remco van de Snelvoeters. Zijn missie was alvast geslaagd. Welkom, Jonas!

Niet veel verder reed een derde van ons peloton door het rode licht, weliswaar langs het fietspad, waarschijnlijk nog onder de indruk van zijn prestatie. En het ging gezwind verder.

Het viel me ook op dat er de laatste weken meer en meer mannen met een gevulde rugzak rondrijden. Op onze leeftijd heeft elk huisje wel zijn kruisje, zeker? Maar we laten ons niet kisten. Je weet: er is maar één weg. Hoppa, vamos, 1-2-3 RAK!

Ver over de helft van het traject werd halt gehouden in het Boerenhof te Oelegem. En daar werd tussen koffie en cola het een en ander uit de doeken gedaan.
De SM-fantasieën van een van onze leden werden op tafel gegooid. Niet “het lid” zelf, maar zijn avonturen. De hoofdrol was weggelegd voor de dikke winterjas van Adi. Vastgebonden op bed, een biljartbal in de mond en laten sudderen. Wechelderjassen waren we gelukkig al voorbij.

Met een negatief saldo van vijf euro reden we terug naar de blauwe bruggen, op zoek naar kortgerokte Tomorrowlanders met sexy boots. Echter, niks te zien. Enkel dikke benen en gezichten naar beneden. Het kan niet altijd meezitten, zeker? Die dikke benen stonden vorige week al in brand, of was een auto, Megamindy?

Met een gemiddelde van 32,5 km/u over 134 kilometer waren we best tevreden.
Ook onze piloot Marc V met de tientallen GPX bestanden reed samen over de streep met ons. Die sexy boots zijn misschien voor straks. Nu nog wat bijtrainen deze week om op zaterdag 1 augustus paraat te staan voor de gravelrit van de OAB’ers.
Nikolaas en co verdienen een massale opkomst voor hun rit en de bijhorende worst en ribbetjes. Misschien halen ze wel de zestien Snelvoeters van vandaag. Top gedaan vandaag, nummer 17! En jij: ook welkom terug.

En voor de rest: oppassen met die worst, anders: “Oep a bakkes!”

2026 Rit Meer van Genval

door Erik Seghers

Een mooie zomertocht, al voelde die zeventien graden een stuk minder warm aan dan gehoopt. De zomerse outfit werd dan ook aangepast en ontblote armen verdwenen al snel onder zwarte mouwen. Je wordt tegenwoordig al voor minder gediskwalificeerd, hé Michèle.

Veertien Snelvoeters tekenden vandaag present, en dat zonder het jonge geweld aan de kop van het peloton. Die hadden zich ergens verstopt in hun tenten, terwijl wij de onze straks zouden opzetten aan het meer. Het rustige begin was echter van korte duur, want er lagen al snel kapers op de kust. Lange Marc en Hans de Mekanieker roken hun kans en wilden duidelijk niet onderdoen voor de afwezige jeugd. Via de Brusselse Ring kozen we voor de aanval. Alleen onze vlucht in Zaventem hebben we gemist. Dan maar verder met de fiets.

Plots kwamen we terecht in een totaal andere wereld. Geen druk verkeer meer onder ons, maar uitgestrekte vergezichten. Zelfs op de fiets beland je hier meteen in een droomwereld. Waarom zou je dan nog het vliegtuig nemen?

Ook de Noorse Viking nestelde zich aan de kop van het peloton. Waarschijnlijk dacht hij: “Kramp doet geen pijn, maar spek bakken in je blote wel.” De registers gingen nog wat verder open. Ja, meneer Peytier zag het allemaal van dichtbij gebeuren.  De eerste hoogtemeters verdwenen dan ook in sneltempo achter ons.

Voor Marc V het goed en wel besefte, zag hij het meer van Genval al voor zich opduiken. Volgens hem waren we er, terwijl we amper een uur onderweg waren. Althans, in zijn eigen ijle werkelijkheid. Intussen zaten we al twee uur vastgekluisterd op onze carbonnen zadels.

Halfweg zwaaiden we nog even naar Miss Kang, waarna de steile klim volgde en de terugweg werd ingezet. Niet veel later lieten we het Afrikamuseum links liggen. Michèle merkte op dat ze het ooit tijdens haar schooltijd bezocht had, ondertussen toch ook alweer meer dan tien jaar geleden.

Door het Zoniënwoud ging het vervolgens licht bergop richting het rondpunt van Tervuren. Daar spoot een hele verzameling dieren vrolijk water in het rond. Sommige van onze Snelvoeters zouden tussen dat gezelschap zeker niet misstaan. Of ze het echter, het spuiten, zo lang zouden volhouden, daar heb ik toch mijn twijfels over.

In Vossem, beneden aan de kerk, hielden we halt. Hier golden blijkbaar nog altijd inkoopprijzen voor de drankjes: één euro voor zowat alles. Je zou haast denken dat Remco op het einde van de maand zelf de lonen komt uitbetalen. 😄

Na het afrekenen van de rekening, goed voor 33,50 euro en een royale fooi van een halve euro, zetten we onze tocht verder richting de verkeerstoren van Brussels Airport. Skeyes is the limit, moeten ze daar gedacht hebben. Het tempo bleef ondertussen verrassend hoog liggen.

Hans T., Hans V. en Ivan wisselden elkaar aan de kop van het peloton voortdurend af. Ook enkele andere enkelingen probeerden zich in de kijker te rijden. Was het transferseizoen nog niet afgelopen?

Terwijl de jeugd zich waarschijnlijk nog eens omdraaide in hun tent, trapten de anciens onverstoorbaar verder. Geen luchtmatras voor hen, maar wel een stevig fietszadel. En als beloning wachtte er in het clublokaal appeltaart en bier. Meer moet dat voor die generatie blijkbaar niet zijn. 🍺🥧🚴‍♂️