
Traditioneel portret van de Snelvoeters op een iconische locatie.
Wielertoeristenclub uit Kalfort (Puurs Sint-Amands)
Vandaag was er voor niemand vestimentaire keuzestress. Om 06h30, wanneer de wekker afging, gaf de barometer al 16°C aan wat een warme dag voorspelde.
We waren met 25 aan de start. Willy M had aangegeven om in Temse aan te sluiten. Aan Temsebrug echter geen Willy te zien. Op de baan naar Waasmunster zagen we ineens de Willy aan de kant staan zwaaien. Het is te zeggen, den helft van ons peloton heeft de Willy niet eens zien staan. Het peloton moest in de noodrem, wat was Willy zijn probleem? Blijkbaar was Björn ook nog onderweg en wou hij het peloton even ophouden zodat zoonlief kon aansluiten. Precies of dat voor hem een probleem zou geweest zijn. Dus ineens waren we met 27. In het begin ging het vooruit over voornamelijk kronkelwegen. Kristof M reed zijn derde clubrit mee, als ik mij niet vergis zelfs een verbetering tegenover vorig seizoen, en hij probeerde zich gedurig uit de wind te zetten. Ik was zijne geliefde voorganger. Maar anderen rijden ook graag achter een brede rug. Blijkbaar was er soms wat gedrum, maar hier heb ik niets van gemerkt.
Er was geen stop voorzien want de gebruikelijke stop in Overslag was op congé. Lange Marc had al aangegeven dat we niet gingen stoppen, maar in Zaffelare reden we ineens langs een enorm terras en de aantrekkingskracht was voor sommigen te groot.
Na de stop verliep het parcours over iets rechtere stukken, wat het tempo opkrikte. Ineens werden we opgehouden door een wielerclub, de Jan Bogaertvrienden uit Temse. Wanneer we op een recht stuk deze groep voorbijstaken, begon er een tweestrijd tussen beide clubs. Blijkbaar rijden er in die club ook enkele toppers, waaronder oud-bekende en ex-lid Jens, die de uitdaging met de snelvoeters wel even wou aangaan. Ineens zagen we twee van die AVIA’s voorbij stuiven met onze Nicolas R in hun wiel. Björn sloot vanuit de kop van ons peloton aan bij dit selecte groepje vluchters, om dan even duidelijk te maken wie de sterkste van alle was. Toen we die speelvogels voor ons koers zagen rijden, reed ons Snelvoeters peloton gezapig door aan 37 km/h met de rest van de AVIA’s in ons wiel. We moesten op een gegeven moment onze koppositie terug afstaan aan de AVIA’s omdat onze kopmannen de afslag gemist hadden. Op een gegeven moment splitsten onze wegen zodat we de AVIA’s niet meer konden pakken. Ik denk dat we aan elkaar gewaagd waren. Ze kunnen alvast verzekerd zijn van onze deelname aan de Jan Bogaert Klassieker.
De eindsprint richting Kalfort op het fietspad naast de N16. Aangekomen in het Coolhem was het terras LEEG. Geen probleem om ons met onze bende te installeren. De Chille was al aanwezig. Hij had forfait gegeven voor de clubrit omdat hij een finaleplaats afgedwongen had bij een biljarttoernooi in ons clublokaal.
Door Eddy D
Was het toeval dat, drie dagen na Hemelvaart, exact 12 Snelvoeter-apostelen hun plaatsje in de wielerhemel wilden verdienen door op deze druilerige zondagmorgen één van de zwaarste beproevingen van het seizoen te doorstaan?
Tom V had voor ons een erg mooie, maar loodzware rit naar het Pajottenland voorzien. Zwaar door de aard van het parcours, maar evenzeer door de snelheid. (Er is gaas gegeven naar Gaasbeek!) Met een gemiddelde van meer dan 30 km/uur en zowat 700 hoogtemeters was het afzien en genieten tegelijkertijd.
Kwam daarbij nog ons vertrek in druilerige omstandigheden. Gelukkig kwam de voorspelling van Geert M uit: ‘Regen voor 8 uren blijft niet duren!’
Van bij de start riepen er al enkelen – al dan niet gemeende – verontschuldigingen in. Jos S moest al rap van kop door een aanhoudende verkoudheid, die hem de ganse rit parten speelde. Voor Hans M waren er minder verzachtende omstandigheden. Die had de avond daarvoor een Moonsen-feestje meegemaakt. Veel goeds is daar nog nooit van gekomen!
Op de talrijke hellingen werd het verschil duidelijk tussen de jonge en de oudere garde. De nodige rode lichten werden door de laatsten ditmaal de hemel ingeprezen om telkens wat op adem te kunnen komen.
‘Pittig ritje!’, oordeelde gastrijdster Ellen VC, die vandaag probleemloos de trappers rond kreeg. Daarbij nog honderduit kunnen vertellen… Die meid zit goed, heel goed!
In ’t Vagevuur in Sint-Pieters-Leeuw wilden Marc V en Patrick D nog snel de plaatselijke specialiteit, een Lindemans Geuze, tot zich nemen. Wijselijk hielden ze het bij enkele calorierijke cola’s.
Nadat kassier Patrick D nog snel de overschot van de centjes in zijn achterzakken stak (2 keer drinken voor nog geen 5 euro en dan nog overschot?), namen Erwin, Nicolas en Bjorn al spoedig weer de vermoeide bende weer op sleeptouw.
Ons pelotonnetje denderde verderde aan 40 km/uur, wat bij Tom V de uitspraak ontlokte: ‘Dat is hier precies koers!’ Met de tong tussen de lippen konden wij zijn woorden alleen maar bevestigen. ‘Neen, neen, ’t is hier echt koers, hé!’, sprak hij terwijl wij de finishlijn overschreden.
‘De prijzen worden uitgedeeld aan de meet!’, sprak Geert M, wat meteen het sein was voor Ellen VC om er als een speer vandoor te gaan met ’t Coolhem in zicht. Slechts één Snelvoeter wist haar nog te remonteren.
Alle anderen waren al blij dat ze heelhuids deze deugddoende maar lastige rit overleefd hadden.
En om er al meteen bovenop te komen gaf de Marc V een tournee in ’t Coolhem voor zijn 61ste verjaardag. Lutteke – eigenlijk zowat de mascotte van onze ploeg – passeerde daar zogezegd ‘toevallig’. Gelukkig had Marc een ‘nulleke’ besteld, zoals vrouwlief het hem vingerwijzend had opgedragen.

door Erik Seghers
To Uber or Not to Uber?
Een halve Uber dan maar… om uit de stad te geraken tot op de parking. Verstand komt met de jaren, zeggen ze — en soms ook een klein beetje luiheid.
Eigenlijk een beetje zoals vandaag: de rit naar Beauvechain… maar toch ook weer niet. Twaalf kilometer korter én met een nieuwe naam: Oud-Heverlee. Oud, zoals ik me deze ochtend voelde, na een korte maar met een BANG afgesloten nacht — je begrijpt me wel. Blijkbaar verkoopt een vleugje seks goed in een verhaal, dus op vraag van meerdere Snelvoeters zou ik vandaag mijn beste beentje voorzetten. Dat kwam goed uit, want die andere twee hadden al laten weten dat ze in de heuvelzone forfait zouden geven.
Bij de start leek niemand echt goesting te hebben om Jos te volgen vanaf de parking. Er werd wat getwijfeld… maar al snel deden de hormonen hun werk: 29 Snelvoeters werden als magneten aan zijn wiel gezogen. Sterk begin!
We hadden een goed spoor, tot… halfweg. Het spoor liet ons gewoon in de steek. Afgesloten. Klaar. Merci en tot ziens.
We hadden incognito de camera’s kunnen ontwijken en “spoor lopen”, maar dat had ons verplicht tot een heuse Helaasheid der Dingen-actie. En laat ons eerlijk zijn: niet iedereen was in de mood om in zijn blootje, met de fiets in de hand, de oversteek te maken. We hielden liever nog iets achter de hand… hoe klein dan ook.
Nog voor de eerste hoogtemeters werd er stevig doorgetrokken — aan de sturen welteverstaan. Op sommige momenten leek het alsof we op het circuit van Zolder reden. Razendsnel ging het!
Senne, Robbe en Robbeets reden daar gisteren nog bijna 46 gemiddeld. Gran Fondo Team was geboren! Of was dat ineens onze nieuwe sponsor in wording?
Vlaams-Brabant staat niet vaak op het programma, maar vandaag reden we richting het dak van de rit: het legendarische Spaans Dak. Goed restaurant trouwens, al waren de Zoet Water-vijvers ernaast iets minder indrukwekkend… leeggelopen en al. Zo ondiep had ik ze nog nooit gezien. De echte diepgang zouden we later wel vinden — op het terras… of gewoon thuis.
Boven op het plateau, ergens in Korbeek, na wat Strava zelf “de KUTKLIM” noemt (en terecht), had onze marathonloper platte benen. Dachten we. Terwijl ik even herademde op het “Dodenbankje”, bleek dat zijn benen nog perfect in orde waren — het was gewoon een platte tube.


Nieuwe erin, en GÁÁÁN! Alsof er niets gebeurd was.
Geen vader vandaag om hem tot de orde te roepen, want die was al voor de start zelf platgevallen. Die mocht terug naar zijn Lutje om later nog een comeback te plannen, na de rit welteverstaan.
Ik was eerlijk gezegd opgelucht toen de heuvelzone achter ons lag. Zoals gevreesd lieten mijn benen het daar toch een beetje afweten. En al die helpende handen en uitstekende duimen op mijn achterwerk… nee dank u — geen Uber voor mij!

Kristof waren we ergens in het veld kwijtgespeeld. Of zat hij al op het vliegtuig richting Mallorca? Den Rompelberg zal ginder wel werk met hem hebben.
Na de zoveelste platte band reden drie Musketiers gewoon verder, zonder te wachten. Elk voor zich, God voor ons allen.
En natuurlijk… ieders vriend Willy bezette intussen al strategisch het terras van het Coolhem, klaar om de krachtpatsers te ontvangen.
See you next week, my dear friends! 🚴♂️🍻
door Erik Heyvaert
Het is al meermaals gebleken dat Snelvoeters en regenritten niet samengaan. Vandaag paste zelfs piloot lange Marc voor zijn rit. Whatsapp stond weeral roodgloeiend deze ochtend. Wordt er gereden? “Ik pas”, “Ik ben ziek”, “Op mij moet je niet wachten”… Een goede raad beste vrienden, verwijder die weerapps van jullie smartphone!!
We waren met 8 en nen twijfelaar. Den twijfelaar is meegereden tot Temse en daar haar eigen weg uitgegaan. Rijden met een natte broek zou te veel impact hebben op haar tere billekes. Bij het vertrek passeerden we de mannen van Willaert – Van Boom en met het schaamrood op onze wangen moesten we vaststellen dat ze minstens met dubbel zoveel waren als ons. De eerste regen viel pas toen we Nederland binnen reden. Eens de Nederlandse polders bereikt begon ons select groepje te waaieren. Bij mij deed het pijn en van kopwerk was geen sprake. Ik wist niet dat ne rekker zo uitgerokken kon worden. Bij Frederick P was ineens het vat ook leeg. Niet van de gewoonte bij dit natuurtalent, maar hij had in het begin van de rit behoorlijk wat kopwerk voor zijn rekening genomen. Nikolas R poste zijn rit op Strava als volgt: “Flandrienrit in de Polders met 8 sterke Snelvoeters”. Ik hou het eerder bescheiden bij 8 karaktermensen. We hadden al snel beslist om onderweg niet te stoppen, maar onderweg werd ook duidelijk dat niemand nog goesting had om na de rit samen iets te gaan drinken. Aangezien het clublokaal dit weekend gesloten was gingen we uitwijken naar het Breeven, bij ons ex-clublid Benny. Bij een pisstop snel een bericht gestuurd naar Benny om ons te verontschuldigen. Hopelijk heeft den Benny zijn clubrit bij zijn nieuwe club “willen is kunnen” niet laten vallen om ons te ontvangen. Troost u Benny: uw club deed het nog slechter dan de Snelvoeters. Slechts 3 clubleden en 1 gastrijder. De regen is dus niet allesbepalend bij alleen maar de snelvoeters?
Volgende zondag Oud-Heverlee. Hopelijk droog en een massale opkomst. Verwijder die weerapps!!!
Kester, een gemeente die deel uitmaakt van de grote fusiegemeente Pajottegem, dankt zijn naam aan de benaming voor een Romeins legerkamp “Castrum”. Kester is bij ons vooral bekend om zijn vier enorme bollen. Bollen zo groot als die van Lotte’s hoeve-ijs te Liezele. Die bollen verbergen radars van een NAVO communicatiecentrum die alle radioverkeer in Europa en omstreken monitoren, lees afluisteren. Onder den berg ligt nog een volledig bunkercomplex uit de koude oorlog, vergelijkbaar met die van de Kemmelberg van waaruit destijds alle luchtverkeer boven ons land gemonitord werd. Beide complexen zijn nog steeds militair domein, maar niet meer in gebruik. Ooit probeerden passerende wielertoeristen selfies te nemen van deze bollen. Nietwaar Willy M? Als gevolg lokte dit direct de aandacht van beveiligingsmensen die hen snel ter plekke op de vingers kwamen tikken.
Genoeg weetjes, over naar de rit. We waren met 23 snelvoeters voor wat bekendstaat als onze eerste klimrit van het seizoen. Om het met de woorden van Tom V te zeggen, “Kester liegt niet”. Deze rit is voor menig Snelvoeter een eerste test hoe het met de klimcapaciteiten gesteld is. Sommigen hadden af en toe een duwtje nodig om de aansluiting met de groep niet te verliezen. Onze voorzitter verteerde de klimmetjes probleemloos, hij reed dan ook op een elektrieken ros. Ja ja, na de introductie van de di2 en de schijfremmen is de eerste fiets met trapondersteuning in ons peloton een feit. Je kan voor of tegen fietsen met trapondersteuning zijn, feit is dat iedereen het onze voorzitter gunt om na zijn zware ziekte op deze manier weer deel te kunnen uitmaken van onze groep. Lange Marc verwoordde het als volgt: “Snelvoeters passen zich niet aan aan leden, het zijn de leden die zich moeten aanpassen aan de snelvoeters. Dat Chris dit wegens zijn gezondheid met trapondersteuning doet wordt geaccepteerd, zolang dit gebruikt wordt om de groep te kunnen volgen.” Bij deze is dit discussiepunt afgesloten. Wie weet is Chris gewoon een trendsetter en rijden we binnen afzienbare tijd allemaal elektrisch. Want blijkbaar heeft die fiets toch al wat nieuwsgierigheid opgewekt.
Jelle en Jos namen zoals gewoonlijk de start voor hun rekening. Zoals elke keer verloopt de start in een uitgerekt peloton. Zeker wanneer zoals vandaag het peloton nog eens in stukken breekt wegens druk verkeer aan de kerk. Veiligheid primeert. Misschien moet eens nagedacht worden om aan de kerk of parking Okay te vertrekken?
Jelle gaf zijn koppositie vrij snel op. Zat de training voor de marathon in zijn benen? Hans M, onze kersvers gepensioneerde, kwam na enige aarzeling dan maar naast de Jos rijden. De Koereit was de eerste klim, die naam waardig, waar de posities binnen het peloton bepaald werden. Hier nam de jeugd het over en loodsten Robbe en Senne ons verder over het glooiende en bochtige parcours. Zij die nog niet met hun tong tussen hun kader hingen hebben waarschijnlijk genoten van de mooie omgeving en weidse vergezichten. Nadat we de bollen gepasseerd waren reden we verder richting de stop. Deze keer was deze voorzien in het fietscafe RUSTinneke te Pepingen waar we zowaar op het terras van ’t zonneke konden genieten. Björn M moest op tijd thuis zijn dus liet hij de eigenaar al direct de tweede ronde opnemen. Björn hield op de terugrit het tempo strak aan zodat zijn planning niet in het gedrang zou komen. Prostaatproblemen gooiden deze strakke planning bijna overhoop. Tot twee maal toe zijn we gestopt om water af te laten. En voor Tom V volstonden deze stops nog niet. Hij stond ineens te plassen toen we na een klim even stilstonden om iedereen te laten aansluiten.


Aangekomen in ons clublokaal werden we getrakteerd op hamburgers. Den eerste ronde was van Hans M, die hierdoor al direct zijn pensioen de mist zag ingaan. Er werd opvallend veel Duvel besteld. Hans drinkt zijnen Duvel het liefst gedraaid. Misschien was zijn oriëntatievermogen hierdoor ook wat gedraaid, want op Strava zijn we volgens hem naar Kerksken gereden.
Volgende week rijden we naar Axel, dat ligt naast Lotte Kopecky, he Hans, en is de stop voorzien bij den Benny wegens sluiting van het clublokaal. Jurgen en Cindy hebben zoals iedereen ook eens nood aan een beetje rust.
Tot volgende week!
door Erik Seghers
Beste Snelvoeters,
… en het werd stil aan de andere kant van WhatsApp.
Heel even vonden sommigen het nog spannend, maar tevergeefs: er kwam niets. Waarschijnlijk was den Heyvaert aan een episch relaas beginnen denken, maar volgens betrouwbare bronnen had het Duveltje het intussen van hem overgenomen.
Vier uur eerder.
Op de parking leek het wel feest. Althans, zo voelde het in mijn hoofd. Na twee weekends verplichte rust stond ik opnieuw tussen goed gezelschap, en dat alleen al was reden tot vieren. Op het menu: een rit van 110 kilometer met een hoogteverschil ergens tussen 200 en 450 meter — afhankelijk van wie het vertelde.
Onder een stralende zon en met een frisse bries op ons wezen trapten we ons op gang. Zevenentwintig man (en vrouw), welgeteld. Geen enkele vreemde bijt vandaag, of toch misschien eentje? Ook geen jong geweld aan de start, dus het kopwerk zou van de oudere garde moeten komen. Het werd dan ook wat aftasten: wie voelt zich geroepen? En vooral: is er eigenlijk wel wind waar we tegen kunnen vechten?
Nog geen dik uur later barstte het feest in mijn hoofd opnieuw los. Voor mij werd er plots met een drinkbus gegooid, en iets later ook geroepen. Geen slingers of confetti, maar wel twee platte banden. Misschien werd dat feest bewaard voor Aalst?
Met Lede ogen (sorry) zagen we Michèle uit een put op het parcours kruipen. Met een tiental Snelvoeters merkten we in de verte dat de rest van het peloton rond iemand stond te… huppelen? Ja ja, het was feest, want geen 48 Duvels maar wel drie latexbanden werden plechtig uit de verpakking gehaald. Ter ere van de verjaardag van ons vrouwelijk lid Michèle. Twee keer vijf werd ze — sowieso al een topgeboortejaar. Na een veertigtal minuten zette de groep zich opnieuw in beweging, richting onze kant. De wildste verhalen deden intussen de ronde over wat daar allemaal gebeurd zou zijn.
We trokken verder over mooie baantjes, met veel remmen en optrekken in de eindeloze bochten. Dankzij Hans VH had ik intussen een belangrijke levensles geleerd: eerst terugschakelen, dan draaien. En kijk, het werkte. De gaten werden kleiner, de krachten gespaard. Hans verdient promotie: van mecanicien naar sportdirecteur.
Rond kilometer zeventig hielden we halt in “De Beek”. Niet in een drassige gracht, maar in een goedgevuld café in Erpe-Mere. Jos Scheers had touch, net als onze voorzitter — al moest die eerst nog een band vervangen. Het was bijna middag toen de helft met de fiets het café binnenreed. Hoog tijd om te vertrekken.
Het bollen duurde echter niet lang, want niet veel later stonden we alweer aan de kant. Dit keer in Aalst. Feest? Helaas. Enkel Chris had het vlaggen, en Hans en Marc. Met frisse moed vertrokken we opnieuw, vol tegenwind. Maar in de buurt van Merchtem stonden we collectief stil voor een rood licht. De lus in de baan had duidelijk niet door hoe afgetraind we waren: onvoldoende gewicht op de sensor. Dus dan maar vals spelen en via het fietspad linksaf.
Dat viel niet in goede aarde bij een bijzonder gefrustreerde automobilist. Hij scheurde ons voorbij alsof zijn leven er van afhing. Het dak van zijn Mini Cooper vloog er haast af, en hij kon zich op enkele centimeters van onze kopmannen invoegen. Anders zat hij frontaal op de tegenligger. Maar daar was het: rood, op alle vlakken. Alleen jammer dat we zijn opgestoken middelvinger niet konden grijpen.
Dankzij onze voorzitter en onze Spanjaard konden we toch nog een deel van de verloren tijd goedmaken.
Wat was het opnieuw een prachtige rit: 320 hoogtemeters puur plezier. De waarheid lag dus ergens in het midden. Dank je wel, Willy en Chris, om zo’n mooie tocht uit jullie hoofd te toveren. Door het late aankomstuur vertrok de helft huiswaarts, maar de anderen kregen alsnog dat feest uit mijn hoofd.
Lang leve Michèle, en lang leve de boterhammen van het Coolhem.
Nu weer opladen voor volgende zondag — het zal nodig zijn, want voor het eerst wordt het écht klimmen. Kester… de ketters komen eraan.
door Erik Heyvaert
Wauw, Wout Van Aert heeft Parijs-Roubaix gewonnen. Vingernagels en zelfs teennagels werden afgebeten bij de bloedstollende finale naar de velodrome van Roubaix. De supporters van MVDP, die speciaal naar Frans Vlaanderen afgereisd waren, zitten nu waarschijnlijk in zak en as.
Balenberg vandaag. We waren met dubbel zoveel snelvoeters dan vorige week aan de start; Jos S was er niet dus vertrok Jelle met papa Marc om iets na half negen op kop. Marc V wilde indruk maken op zijn Lutteke, want eens de wandelende vrouwlief gepasseerd liet hij zich gezwind afzakken. Robbe nam naast Jelle de koppositie in en behield deze tot op de Balenberg. Het moet gezegd worden dat Jelle als kopman heel verantwoord gereden heeft. Elke situatie werd deskundig ingeschat en er werd dusdanig geanticipeerd.
Op de Balenberg was er geen stop voorzien. Stopplaatsen vinden wordt steeds moeilijker. Dan maar even halt houden zodat er snel iets kon gegeten worden. Enkelen maakte van deze stop gebruik om zich even aan het cyclocrossparcours op de Balenberg te wagen. Na dit kort oponthoud zette Jelle de rit verder, nu geflankeerd door Joren. Op een lange rechte steenweg richting Rotselaar werd er stevig tempo gemaakt. Toen deze baan eindelijk ten einde kwam deed Jelle teken dat Joren dood zat. Hij gaf hem het bemoedigende advies om effe iets te eten. Tijd voor Robbe om nog eens over te nemen. Iets daarna kreeg ondergetekende in het snot dat zijn zadel gezakt was. Als Pogacar kan rijden op een neutrale blauwe Shimanofiets, waarom zou ik dan niet met een kinderfietske verder kunnen? Op den duur begon dit zich toch te wreken. De onderrug en knieën begonnen pijn te doen. Bij Pogacar was de volgwagen er snel bij om hem terug van zijn eigen fiets te voorzien, bij mij zat er niets anders op dan in Londerzeel af te slaan om mijn fiets terug deftig af te stellen. De laatste lus via Malderen heb ik dus niet meer meegemaakt, maar de Maldersesteenweg staat bekend als een baan waar de gas nog eens opengetrokken wordt.
In ’t Coolhem was het terrasjesweer, dan smaakt die frisse pint toch altijd net iets beter. Volgende week rijden we naar Oordegem. Hopelijk zijn jullie massaal aanwezig. Kleine hint: Michèle wordt 55. Laat het bier maar vloeien.
door Erik Heyvaert
De heilige week van het wielrennen met vandaag Vlaanderens mooiste en volgend weekend de kasseien van Frans Vlaanderen. Tussen al deze klassiekers door reden de snelvoeters vandaag naar Hulst. Vlak, maar we kregen toch ook enkele kasseistroken voorgeschoteld.
De weersverwachtingen waren niet goed, regen om half acht en een felle westenwind. Dit is het recept om menig snelvoeter thuis te houden. We waren dan ook maar met tien aan de start. De paasvakantie zal deze lage opkomst wellicht ook parten gespeeld hebben. Zelfs de piloot van deze rit vertoefde in het zonnige Spanje. Verder lag er nog ergens ene te dobberen op zijn surfplank, de Moons kliek zat in Holland en die van ons zag het niet zitten om te polderen in die felle wind en verkoos om met den OAB naar de start van de ronde te gaan kijken. Verdacht veel snelvoeters bij dat OAB gezelschap. Lange Marc had al direct een agendapunt voor de volgende ledenvergadering. ” Snelvoeters die op clubritten ergens anders gaan rijden, en hun rit op strava zetten, daarvan worden de gereden kilometers in mindering gebracht in het clubklassement”. ” Sodalitas ante omnia venit”, zou Bart De Wever zeggen. “De club komt voor alles.”
De start met tien en Leon die ons kwam aanmoedigen. De wind zat voornamelijk in de flank maar dat weerhield snelle Jelle er niet van om het tempo strak hoog te houden. Jelle heeft vandaag 99,9% van de rit op kop gereden. Sterk. Meermaals heeft vader Marc naar zoonlief geroepen dat het wel iets rustiger mocht, waarop zoonlief direct het tempo aanpaste … voor enkele tientallen meters. Wegens de felle wind werd er unaniem beslist om niet te stoppen in Hulst.
Op de terugweg zat de wind rechts op kop, waaiers werden gevormd. Maar waaieren met tien, moeilijk om u te verstoppen. Meneer doktoor reed dan ook nog eens mee met een lumbago, en bij een plaspauze besliste hij om rustig door te rijden. Moest hij stoppen, dan geraakte hij waarschijnlijk niet meer in gang. Waarschijnlijk zou hij zijn patiënten in zo’n geval afraden om extreme inspanningen te leveren, maar clubliefde kent bij Jan geen grenzen. Even was er een “wow” momentje wanneer ons peletonnetje naar links moest afdraaien maar Jos S besloot om rechtdoor te rijden. Het scheelde niet veel of we staken allemaal tegen den tarmac. Ivan had bij een verkeerd maneuver zijn Di2 in crashmodus gebracht en mocht de rit verder zetten in zijnen 11 achteraan.
Op het fietspad naast de N16 reed de Robbe nog lek. Onze club mekanieker Hans VH was niet present dus nam gelegenheids mekanieker Marc VH de herstelling op zich. Lange Marc heeft gechronometreerd en bij Hans gaat het toch beduidend sneller. Geen slechte poging Marc, misschien moet je uw naamgenoot eens uitdagen om de volgende herstelling op zich te nemen. Ik zie u daar al staan gniffelen met uw chrono in de hand.
In ’t Coolhem hadden Jurgen en Cindy boterhammen en eitjes voorzien voor een leger. Met zes hebben we ons een indigestie gefret. Moest de Willy erbij geweest zijn was alles misschien opgeraakt, maar moe en voldaan reden we allemaal naar huis om in de luie zetel naar Vlaanderens mooiste te kijken. Daar zagen we Pogacar winnen, net zoals de Jelle met ons speelt en ons in de vernieling rijdt. Marc, je hebt je zoon slecht opgevoed. Zou hij de genen van Lutteke hebben??
Een beetje Schepdaal in Groot-Bijgaarden
Door: Erik Seghers
Onze grondtroepen stonden paraat in het frisse ochtendgloren. Het leek acht uur, maar het bleek al negen uur te zijn — tijd is relatief, zeker als er enkelen hun Garmin niet gesynchroniseerd hebben. Wachten op een officiële GO gingen we sowieso niet doen.
En al helemaal niet op een seintje van een of andere clown… al hadden we er wél eentje bij. Marc Verheyen, herkenbaar aan zijn iconische oranje sokjes — sokken die zó opvallend waren dat hij zonder moeite als interim-artiest in het circus kon springen. Nog een rode neus erbij en de kinderen hadden tenminste iets gehad om naar te zwaaien.

Onze piloot begon de dag nog even met een banaan — bijna mét schil, want waarom tijd verliezen? Daarna nog snel een artistiek straaltje water tegen de elektriciteitskast, onder toezicht van een bosduif die duidelijk vond dat dit kon tellen als moderne kunst. Onze generaal van dienst was klaar voor vertrek.
In de eerste kilometers sloten er nog wat twijfelaars aan: uiteindelijk reden we met 25 snelvoeters en één gazelle. Na dertig kilometer vroeg ik me eerlijk af: “Waar gaan we in hemelsnaam die hoogtemeters halen?” Het antwoord kwam prompt: vals plat. De natte droom van elke wielertoerist die denkt dat hij berggeit-materiaal is.
Na een gezamenlijke plaspauze — synchronisatie-niveau Olympisch Team Pisbak Mikado 2026 — lieten we de schreeuwende boer achter ons. Niemand weet waarom hij riep. Misschien dacht hij dat we zijn koeien kwamen kidnappen. Misschien wou hij meefietsen. Misschien was hij gewoon boos op het leven. Jelle was er in elk geval even niet goed van.
Tien kilometer later verscheen de eerste klim. Het nichtje van Dave zakte er meteen volledig door. Geen klimmer? Platte benen? Nee joh, platte tube. Ook wat.
Hans V.H. stond moederziel alleen de band te vervangen — iets wat natuurlijk meteen een tiental vrijwilligers aantrok zodra bleek dat het Silke was die hulp nodig had. Het was bijna gênant. Bijna.

Met een nieuwe band kon ze weer vooruit. De twee kopmannen van vorige week waren er vandaag niet bij; die hadden gekozen voor een alternatief parcours: een marathon in Gent in 3u18. Ongelooflijk. Wij doen daar even lang over, maar dan wél met ondersteuning van een carbonnen fiets.
Gelukkig hadden we waardige vervangers: Bjorn, Dave, Jelle, Jos en Jan Sys nam ook wat kopwerk op zich. De zon scheen, we genoten, tot Willy — onze generaal — besliste dat het tijd was voor extra special effects. Op de Kouter had hij persoonlijk nog wat plassen en modder bijbesteld, zodat iedereen na twee meter eruitzag als een slecht gecamoufleerde koeienvlaai.
Ons grondoffensief veranderde in een loopgravenexpeditie: modder op de kaders, modder op de smoelen, modder op plekken waar nooit modder hoort te zitten. Maar hé: géén slachtoffers. Dat alleen al was nieuwswaardig. We konden nog waardig de spiegel openklappen.
Aan de finish kwam er geen sprint aan te pas. Logisch.
En zeker niet van Jelle, want die mag van de dokter geen korte, explosieve inspanningen doen. Maar hoe hij dát thuis gaat uitleggen aan de vrouw, is zijn probleem.